Voorbeelden van product- en mensgericht

Stap maar eens een winkel binnen. De verkoper die zo maar een praatje aangaat. Het is voor de mensgerichte verkoper een middel om even contact te krijgen. Heb je dan een specifieke vraag, dan hoor je al snel: even mijn collega roepen, die weet daar meer van af. Die is dan meer productgericht. Die heeft in het algemeen meer feitenkennis.

De gezamenlijke interesse

Twee mannen zitten zwijgend, naast elkaar, aan de bar. Er is geen sprake van contact.

De een kijkt op een gegeven moment naar buiten en zegt ‘dat is wel een hele mooie motor’.

De ander haakt hier enthousiast op in en er ontspint zich een geanimeerd gesprek tussen de twee over motoren.

Na een tijdje is de gespreksstof kennelijk op en beiden kijken weer boven hun glas bier voor zich uit. Hier is duidelijk sprake van twee productgerichte mensen.

Je gaat tanken

Let dan eens op de man of vrouw achter het loket. Wanneer productgerichte mensen met iets bezig zijn, dan is de kans groot dat zij dit eerst afmaken. Geld tellen, iets bijvullen, daar gaat de aandacht naar uit.

Vervolgens, als je geholpen wordt, is er aandacht voor het bonnetje en andere productgerichte zaken.

Wat je ook tegen kunt komen is dat de man of vrouw achter het loket direct stopt met waar hij of zij mee bezig is en gelijk aandacht voor jou heeft. Mensgericht. Er is dan minder aandacht voor het bonnetje en andere productgerichte zaken.

De functie

Het leek haar een leuke baan, helpdeskmedewerkster. De hele dag contact met mensen was wat zij in werk zocht. Zij was mensgericht. Ze zag haar collega’s op een afstand. Contact had zij er niet mee. Natuurlijk had zij contact met mensen aan de telefoon, maar zij merkte dat dat het gemis niet oploste. Het gemis aan persoonlijk contact.

Wat een mensgerichte functie leek te zijn, bleek in de praktijk een productgerichte. Na korte tijd ging zij weer weg.

Kleren kopen

De man is meer mensgericht en gaat een kostuum kopen. De verkoper wijst hem op de kwaliteit van de stof, de duurzaamheid en legt hem de voordelen uit van de combinatie van wol en katoen. Het zegt de man niets. Hij wil alleen weten hoe het kostuum hem staat.

De verkoper doet zijn best, maar bereikt de man niet. Hier is sprake van twee verschillende invalshoeken, die van de verkoper, productgericht, en die van de klant, mensgericht. Die krijgt niet waar hij behoefte aan heeft, namelijk een eerlijke mening of dat kostuum hem staat. Het gaat bij de verkoper over het kostuum en niet over de mens.

Zelftraining Teamindividualisering omdat ieder mens uniek is, dus anders dan de ander.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *