Onderzoek kerngedachten

1 – Het onderzoek

In januari 1997 is met het onderzoek begonnen. Bij mensen die gecoacht werden en bij mensen die een training volgden en vele vrijwilligers.
Bij hen werd, bij het naar voren brengen van een probleem cq. vraagstuk, gevraagd naar de gedachten die daar een rol bij speelden.

Doel van het onderzoek

Het doel van het onderzoek was om zicht te krijgen welke gedachten een rol speelde bij een bepaalde problematiek.
Omdat al vrij snel duidelijk werd dat bepaalde gedachten een steeds terugkerende rol hadden, verlegde het onderzoek zich naar de vraag welk soort gedachten dit waren en of het mogelijk was voor de deelnemers om door herkenning van deze gedachten hier invloed op uit te oefenen, ofwel op een andere manier omgaan met problemen die men tegenkomt in werk- en privé-situaties.

De werkwijze bij het onderzoek

De opzet van het onderzoek was om twee metingen te verrichten.

1. welke gedachten speelden een rol bij hun huidige situatie en beleving?
2. Welke gedachten gingen voorafgaand aan het probleem cq. vraagstelling?
(De bron. Daar waar het fout ging)

De invalshoek hierbij was dat de deelnemers een extra middel kregen om te leren omgaan met hun huidige situatie (probleem) en zich verder te ontwikkelen voor toekomstige situaties.
Dit laatste om te voorkomen dat zij in de toekomst door hun manier van denken dezelfde fouten zouden maken en daardoor in dezelfde positie zouden komen.
Om hun dit extra middel te geven, werden de gedachten zichtbaar gemaakt die hierbij een rol speelden.
Vervolgens werd ingegaan op de situatie die aan het probleem was voorafgegaan. Hierbij werd gezocht naar het moment dat de deelnemer er nog van uitging dat: iets wel door zou gaan, wel zou lukken, steun zou krijgen, etc.

Welke gedachten gaven hem of haar die zekerheid in het verleden (de bron) en hoe reëel en effectief waren die gedachten?

Terugkijken en leren, was de manier voor het beter kunnen omgaan met toekomstige situaties.

Aard problematiek c.q. vraagstelling

Niet uitgekomen verwachtingen
Gevoel te worden ondergewaardeerd
Stress
Er zit meer in, maar het komt er niet uit
Teleurstelling door afspraken die niet werden nagekomen
Het gevoel van constant brandjes moeten blussen
Conflicten
Burnout
Geen zin meer om te werken
Verlegenheid
Faalangst
Doelloos
Het gevoel geen mogelijkheden te hebben
Machteloos voelen
Last van sfeer op werk of thuis
Moeizame samenwerking
Geen keuze kunnen maken
Piekeren/malen
Identiteit zoeken
Tijdsdruk/werkdruk
Het gevoel klem te zitten tussen …..
Belemmerende regels, structuur, omgeving
Gespannen
Het gevoel hebben er alleen voor te staan
Het idee geen keuzes te hebben
Geen rust kunnen vinden

De resultaten

Hoewel de problematiek c.q vraagstelling individueel werd bepaald en geuit, bleek dat een zestal soorten gedachten, bij elk probleem c.q vraagstuk steeds een terugkerende rol speelden. Deze soorten gedachten werden benoemd en werden daarmee voor een ieder herkenbaar. Dit was de doorbraak.

Conclusie

Niet te beantwoorden vragen, toekomstgerichte overtuigingen en niet herkende fantasiegedachten spelen de grootste rol bij het ‘niet goed’ voelen. Zowel bij de bron, als ook bij de latere reactie op problemen.
Mensen met veel overtuigingen en niet herkende fantasiegedachten bleken de sterkste stemmingswisselingen te hebben.
Een deel van de problematiek was te herleiden tot oorzaken van buitenaf en werd door de deelnemer gezien als onoplosbaar. Bij hen was merkbaar dat het creatieve denken geremd werd door hun huidige manier van denken.
Het niet kunnen maken van een keuze had een sterke samenhang met niet te beantwoorden vragen, niet herkende fantasiegedachten, overtuigingen, en opdrachten.
Deze gedachten zorgden voor een constant, niet te stoppen denkproces. (Piekeren).

Een groot deel van de problematiek werd veroorzaakt door verkeerde inschattingen, waarbij
bovenstaande soorten gedachten een rol speelden. Het probleem was in veel gevallen te herleiden tot een teleurstelling van een niet uitgekomen verwachting.
Onzekerheid, teleurstellingen en demotivatie in werksituaties, werden in het algemeen
voorafgegaan door een toekomstgerichte overtuiging. De oude toekomstgerichte overtuiging, werd, wanneer deze niet uitkwam, vervangen door een nieuwe. De manier van denken bleef hiermee onveranderd.

De oorzaak van de problemen werd in bijna alle gevallen gezocht in situaties van buitenaf, mensen, structuren, afspraken, etc. Daar werd ook de oplossing in gezocht, verwacht of op gehoopt.
De deelnemers die het besef kregen van het effect van hun manier van denken, doorbraken dit patroon. Ze leerden zichzelf anders met de situatie om te gaan. Dit deden zij door de kerngedachten te herkennen die het patroon in stand hield. Bij de opbouw van stress bleek bij alle ondervraagden het stellen van niet te beantwoorden vragen, gevolgd door niet herkende fantasiegedachten en voor een deel van de mensen ook de opdrachten, een rol te spelen. Hetzelfde gold voor piekeren en malen. Dit soort gedachten zorgden voor het cirkeldenken, ofwel niet meer kunnen stoppen met denken.

Een kwart van de ondervraagden gaf zichzelf voortdurend opdrachten en had daar last van.
Conflicten in werksituaties spitsten zich in het algemeen toe tot het veelvuldig denken aan, en een innerlijke dialoog aan te gaan met de desbetreffende collega of leidinggevende. De mensen in het denken. De aangereikte methodiek zorgde voor de doorbreking van dit denkproces.

Het gebruik van de zes soorten gedachten nam progressief toe als de deelnemer zijn of haar huidige situatie als onveilig beleefde. De reacties bij veranderingsprocessen waren hier een voorbeeld van. De toename werd met name duidelijk bij gebrek aan informatie, onvolledige en tegenstrijdige informatie. Dat riep niet te beantwoorden vragen op, gevolgd door niet herkende fantasiegedachten en toekomstgerichte overtuigingen. Daarin zat het leed van veel mensen.

Het doel van het onderzoek, het in kaart brengen van de gedachtegroepen die een rol spelen
bij de problematiek c.q vraagstelling, was hiermee beantwoord.
Hoe daar mee om te gaan is terug te vinden in de methodieken. Hiervoor werd voor elk van de zes soorten gedachten een methodiek ontwikkeld.

Tijd om met je gedachten aan de gang te gaan?

Het Gedachten Analyse Programma is een hulpmiddel om met je gedachten aan de gang te gaan. Niet alle gedachten, want dat zijn er veel te veel.

Je kunt het vergelijken met een trein die een wissel tegenkomt

De wissel bepaalt de richting van de trein. Een kerngedachte bepaalt de richting van jouw gedachtepatroon. De herkenning van een kerngedachte onderbreekt dat gedachtepatroon. Daarmee heb je een mogelijkheid om meer grip op je gedachten te krijgen. Wij vinden deze kennis belangrijk genoeg om te delen.

Als kind heb je geleerd hoe je moet denken

Van jouw ouder(s) en andere mensen uit jouw omgeving. Net zoals wij het onze kinderen weer leren. Met de ontdekking van het speelveld van ons denken, wat aangeeft wat we wel en wat we niet kunnen weten, maakte het voor ons duidelijk dat er een fout zit in hoe wij mensen denken. De fout die wij weer doorgeven aan onze kinderen. Een fout die jou tegenhoudt om verder te groeien, je verder te ontwikkelen.

Je hebt niet geleerd om de grenzen te herkennen die wij als mens met ons denken hebben

Daardoor schieten je gedachten alle kanten op. Wanneer jij denkt ben jij je niet bewust van die grenzen en dat speelt een rol bij piekeren, stress, burn-out, veel angsten, onzekerheid, verlegenheid, identiteit, en is van invloed op stemmingen. Het veroorzaakt onnodig veel denken.

Je denken leidt een eigen leven, zonder dat jij daar grip op hebt

Deze nieuwe manier geeft je de mogelijkheid om hier verandering in te brengen en je manier van denken aanzienlijk te verbeteren. Je maakt kennis met het speelveld van je denken en drie kerngedachten. Met de kennis hiervan kun je jouw denkpatronen doorbreken en je als mens verder ontwikkelen. Dan kun je ervaren dat er meer mogelijk is.