Niet herkende fantasiegedachten

Niet herkende fantasiegedachten

Je denkt na over iets wat in de (naaste) toekomst gaat plaatsvinden. De aanleiding kan van alles zijn. Een opmerking van iemand, iets wat je zelf spontaan bedenkt, of het is een bepaalde gebeurtenis die je aan het denken zet.

Terwijl je denkt ben je even of langere tijd uit de werkelijkheid. Je‘ zit in je hoofd’ en neemt, op dat moment, zintuiglijk minder waar. Je denkt aan.

Even later, als je bent uitgedacht, is het net of je weer terug komt. Je ziet weer van alles, je hoort weer, je neemt de wereld weer waar.

Maar hoe kom je terug?

Er kan iets veranderd zijn, omdat wat je net hebt bedacht een gevoel heeft opgewekt. Is dat een negatief gevoel, dan heb je dat ook in het nu. In de werkelijkheid. Dat gevoel heb je dus net zelf met gedachten gecreëerd.

Het kan ook een prettige gedachte zijn en dan kan dit een goed gevoel opleveren. Je bent dan weer terug in de werkelijkheid met een goed gevoel. Wat er dan kan ontstaan is een gevoel van gemis. Net als in de schoolbanken toen je naar buiten keek. Dat wat je bedenkt, de fantasiewereld, is een andere dan de werkelijkheid. Was ik maar, en je droomt weg. Had ik maar, en je droomt weg, Als…, en je droomt weg. De werkelijkheid waar je in terug komt is een andere dan jouw denkwereld.

De herkenning van de kerngedachten

Als je de gedachte als een niet herkende fantasiegedachte herkent, een van de zes kerngedachten, dan kan er iets gebeuren. Met de herkenning weet je namelijk dat wat je op dat moment (be)denkt een fantasie is.

Met de herkenning kun je het besef hebben dat die fantasie slechts één mogelijkheid is en dat is de werkelijkheid. Je beseft dat het één mogelijkheid is. Daarmee neutraliseer je het opkomende gevoel.

Verwachtingen

Teleurstellingen kunnen alleen dankzij verwachtingen bestaan. Hoe sterker de verwachting des te groter de teleurstelling kan zijn als de verwachting niet uitkomt.  De mens verwacht iets in de toekomst, terwijl hij niet kan weten wat er in de toekomst gaat gebeuren. Zo bouwt de mens teleurstellingen op. Zo maak hij fouten. Zo sloopt hij jezelf.

Je hoeft alleen maar aan je eigen verleden te denken om daar achter te komen. Want hoe dikwijls heb jij in het verleden gedacht dat je altijd vrienden met iemand zou blijven, of dat iets je nooit zou lukken, dat een baan wel of niet doorging, dat je de ander altijd kon vertrouwen. En hoe dikwijls bent je erachter gekomen dat je ernaast zat? Terwijl je het op dat moment toch zeker wist.

Elke toekomstgerichte gedachte is een fantasie

Daarom de stelling dat elke toekomstgerichte gedachte een fantasie is en daarmee één mogelijkheid; gewoon omdat het nog geen werkelijkheid is.

Leren om terug naar het nu te gaan en daar meer mogelijkheden bedenken zal een nieuwe wereld openen met een ander gevoel. Een gevoel van ruimte, want dan ligt er een spectrum aan mogelijkheden voor je die je zelf hebt bedacht en waar jij je daarvoor niet van bewust was.

Dus wanneer je een bepaalde gedachte als een fantasie gaat herkennen en je zich dan realiseert dat die gedachte slechts één mogelijkheid is, dan leer je gerichter en creatiever te denken.

De zelftraining Coronavirus en gedachtenanalyse in het kort

(Uit de zelftraining Coronavirus en gedachtenanalyse).

Hier vrij te downloaden 39 Pagina’s in PDF.

 

De zelftraining bestaat uit twee delen 

In deel 1 van de zelftraining leer je jouw positie in tijd. Je leert te denken vanuit het moment, vanuit het NU. Je zult ontdekken dat NU zo dichtbij is, dat we er massaal overheen kijken. Het eerste deel is bedoeld om jou zo goed mogelijk uit te leggen en te laten ervaren waarom je de drie kerngedachten moet gaan leren.

In deel 2 leer je bij jezelf de drie kerngedachten herkennen en bij anderen in de uitspraken die je hoort.

Wat je in deze zelftraining leert is het leren herkennen van drie soorten gedachten, daarbij rekening houden met twee natuurwetten die de mogelijkheden en onmogelijkheden van het vermogen van ons denken bepalen. We denken vaak iets te weten wat we in de werkelijkheid niet kunnen weten.

De twee grenzen die het speelveld van je denken aangeven

Er zijn twee grenzen die de mogelijkheden en onmogelijkheden van jouw denken vormen. De grenzen tussen wat je wel en wat je niet kunt weten.

1.      Wat je niet kan weten is wat er in de toekomst gaat gebeuren. Je kunt het alleen inschatten, want dikwijls gebeurt er toch iets anders dan je eerder dacht te weten.

2.      Wat je niet kunt weten is wat een ander denkt en voelt. Al ken je iemand nog zo lang en nog zo goed, je kunt niet echt weten hoe die denkt en daarmee weet je niet hoe die gaat reageren. Ook dat kan je alleen inschatten.

Met dat in je achterhoofd leer je de drie kerngedachten herkennen en te herwaarderen.

Een herkende kerngedachte herwaarderen

Herwaarderen is de herkende kerngedachte even te overdenken, en als jij dat nodig vindt bij te stellen. Dat is de nieuwe keuze die je dan hebt,. Met deze kerngedachten ga je, nu nog onbewust, de grenzen van het kunnen weten over. Daar bouw je piekeren, stress en angsten op, door het gebruik van de drie onderstaande kerngedachten.

1. Niet te beantwoorden vragen

2. Toekomstgerichte overtuigingen

3. Niet herkende fantasiegedachten

De manier van leren

Het leren is vergelijkbaar met het leren herkennen van verkeersborden. Voor de herkenning van een verkeersbord noemde je voor het aanleren eerst de kenmerken, ‘het is een rond bord met rode rand en wit in het midden’.

Vervolgens leer je: Gesloten in beide richtingen voor voertuigen, ruiters en geleiders van rij- of trekdieren of vee. Je mag deze weg met geen enkel voertuig inrijden.

Doordat in je hoofd te herhalen komt het in je geheugen. Hoe meer je het herhaalt hoe sterker het wordt. Later zie je het bord en zonder na te denken weet je in een flits welk verkeersbord dat is, wat het betekent, en hoe je daarop moet reageren. Zo is het ook met de drie kerngedachten. Je zet door de herkenning even je gedachtestroom stil. Als metafoor is het trein die een wissel passeert. Een wissel die de richting van een gedachtestroom bepaalt.

Afhankelijk van welke kerngedachte je herkend, zijn dit de reacties die je leert te geven

‘Hé, dat is een vraag’. ‘Weet ik het antwoord’. ‘Kan ik dit weten?’ (Niet te beantwoorden vragen).

‘Hé, dat is overtuiging’. ‘Weet ik dit?’ ‘Kan ik dit weten?’ (Toekomstgerichte overtuigingen).

‘Hé, dat is een fantasiegedachte’. ‘Dat is één mogelijkheid’. ‘Nu ik dat weet kan ik meer mogelijkheden bedenken. 5+1’. (Niet herkende fantasiegedachten).

Zo leer je jezelf vanuit het nu te denken. Zo herken je de kerngedachten die over de grenzen van het vermogen van je denken gaan. Kerngedachten die kunnen leiden tot piekeren, bepaalde angsten, stress, en andere zaken waar je last van hebt en waar gedachten bij komen. Zo krijg je meer grip op jouw gedachteprocessen en daarmee op jezelf..

Je bouwt je eigen gevangenis en dat doe je met gedachten

We maken ons zorgen. We zijn bang voor iets in de toekomst. Een baan, een gesprek, gezondheid, bang voor hoe iemand gaat reageren of hoe iets af zal lopen. We zitten veel in ons hoofd om dat allemaal te verwerken en een plaats te geven. Nadenken over, het vormt een groot deel van onze belevingswereld.

Aangeboren of aangeleerd

Zorgen maken lijkt aangeboren. Een oud overlevingsmechanisme wat in de mens zit. Iets waar je mee moet leren leven. Het lijkt te horen bij de mens. Want, zou jij geen zorgen maken als ……….. en dan komen al die situaties die een mens tegen kan komen.

Het onderzoek van de School voor praktische menskunde geeft wat anders aan. Namelijk dat het zorgen maken is aangeleerd, met de volgende onderbouwing.

We denken in taal

De taal bestaat uit de codes die door de mens zijn ontwikkeld. Zo loopt een moeder met haar kleine kind door het park. ‘Kijk’ zegt ze ‘dat is gras’. Wanneer ze weer door het park loopt en het kind roept gras, dan is de moeder blij verrast. Ze heeft een code doorgegeven.  Net als haar ouder(s) en voorouders dat deden. Het begin van het benoemen en de codes overbrengen. ‘Huis, boom lucht, enz. Zo leert de mens als kind de codes van de taal en begint het denken.

We leren nog meer

Naast het leren van woordjes en zinnen leert het kind ook de manier van denken van de ouder(s). Het kind ziet en hoort de verwachtingen en leert ook verwachtingen te hebben. Het ziet en hoort de teleurstellingen, de angsten en de zorgen. Het kind leert ook te lijden door het zich zorgen maken.

Denken te weten of inschatten

Het ogenschijnlijk subtiele verschil tussen denken te weten en inschatten vormt een belangrijke oorzaak van zorgen maken. Hierbij wordt ook de rol van het gevoel duidelijk. Een gebeurtenis roept gedachten op. De gedachten die dan opkomen roepen een gevoel op. Wat ook kan is dat iemand zelf iets bedenkt wat een gevoel oproept. Gedachten vormen het zorgen maken. Het gevoel vormt de belevingswereld.

Het verschil tussen denken en weten wordt gevormd door de grens van het kunnen weten. De grens tussen weten en inschatten. De grens tussen weten en geloven. De grens tussen weten en denken te weten. Twee grenzen, die het speelveld van ons denken vormen. De grenzen van kunnen weten.

1.                 Wat we niet kunnen weten is wat er in de toekomst gaat gebeuren. De toekomst bestaat nog niet. De situatie heeft nog niet plaatsgevonden. We kunnen het alleen inschatten, maar veelal gebeurt er toch iets anders dan we eerder dachten te weten.

2.                 Wat we niet kunnen weten is wat een ander denkt en voelt. Al ken je iemand nog zo lang en nog zo goed, je kunt niet echt weten hoe die denkt en hoe die gaat reageren. Ook dat kunnen we alleen inschatten.

De opbouw van zorgen maken

De gedachten waarmee we de grenzen van ons speelveld van het denken overgaan zijn drie kerngedachten. Soorten gedachten, tussen alle gedachten die we hebben. Die kerngedachten hebben een naam hebben gekregen.

1.De niet te beantwoorden vragen

2. De toekomstgerichte overtuigingen

3. De niet herkende fantasiegedachten.

Ze zijn herkenbaar doordat ze een naam hebben gekregen. De herkenning maakt het mogelijk om bij deze kerngedachten stil te staan. Bijvoorbeeld ‘Hé, dat is een vraag’, om vervolgens te overdenken of een antwoord te vinden is binnen de mogelijkheden die je met je denken hebt. ‘Weet ik het antwoord’. ’Kan ik dit weten’. Mogelijk Is dit wel het geval, dan kan het denkproces gewoon doorgaan.

Is dit niet het geval, zoals bij een niet te beantwoorden vraag, dan heeft verder zoeken en denken geen zin. ‘Dat weet ik niet, dat kan ik niet weten’ is de zin die je leert als reactie. Daarmee is een denkproces, wat anders uitmondt in piekeren en zorgen maken, bij de bron gestopt. Zo kun je grip krijgen op je gedachten en daarmee op jezelf.

Zelftraining hier vrij te downloaden. 39 Pagina’s.

Gedachtenanalyse voor persoonlijke ontwikkeling

Je leert jezelf meer bewust denken, met het besef wat je wel en wat je niet kunt weten en welke (oude) gedachten nog bij je passen.

Misschien ben je stug en dat doe je met gedachten. Dikwijls zijn dit oude gedachten.

Misschien ben je onzeker, jaloers, een piekeraar, of je maakt je te druk om allerlei zaken. Dit, en nog veel meer doe je met gedachten.

“Gedachtenanalyse voor persoonlijke ontwikkeling” verder lezen

Gedachtenanalyse voor het bedrijfsleven

Beleid is een vorm van genomen besluiten. Op grond van welke gedachten is het beleid van een organisatie tot stand gekomen?

Met deze vraag kan gedachtenanalyse worden benut. Daarmee kunnen de kerngedachten zichtbaar worden gemaakt. Zoals een toekomstgerichte overtuiging op grond van eerdere ervaringen. Niet getoetst kan het deze keer slecht uitpakken, zonder dat dit is voorzien.

“Gedachtenanalyse voor het bedrijfsleven” verder lezen

De communicatie met jezelf gedachtenanalyse

Communicatie met jezelf: gedachtenanalyse

Er zitten fouten in het denken van de mens. Dat is de belangrijkste conclusie van het onderzoek naar hoe mensen denken en de effecten hiervan. Hoe je denkt heb je geleerd van de mensen uit je jeugd. De fouten worden daarbij ook doorgegeven en veroorzaken veel leed en staan een verdere ontwikkeling van de mens in de weg.

“De communicatie met jezelf gedachtenanalyse” verder lezen