Kerngedachten

De eerste drie halen je uit de werkelijkheid

1) niet te beantwoorden vragen

2) toekomstgerichte overtuigingen

3) niet herkende fantasiegedachten.

De tweede drie kunnen een verdere ontwikkeling tegenhouden

4) de mensen in je denken

5) opdrachten

6) besluiten

De eerste drie kerngedachten

We gaan met ons denken over de grenzen van de mogelijkheden die ons brein heeft. Dat doen we met drie soorten gedachten. Het zijn drie kerngedachten. Deze drie kerngedachten zijn herkenbaar doordat ze een naam hebben gekregen. Met de herkenning van een vraag, overtuiging of fantasiegedachte zet je een gedachteproces even stil en is er de mogelijkheid om over die gedachte na te denken.

Daarmee zien die alledaagse gedachten er heel anders uit en worden de effecten zichtbaar.

Ad 1. Te beantwoorden vragen en niet te beantwoorden vragen

We stellen onszelf en anderen veel vragen. Een kwaliteit die ons veel oplevert. Echter. Door vragen onder te verdelen in twee soorten, wordt de eerste fout in onze manier van denken zichtbaar. Er zijn namelijk te beantwoorden vragen en niet te beantwoorden vragen.

‘Waar heb ik mijn sleutels gelaten?’  is een voorbeeld van een te beantwoorden vraag. Toets je deze vraag aan de twee begrenzingen van de mogelijkheden van je denken met de vragen: ‘weet ik dit’, ‘kan ik dit weten’, dan is het antwoord ja. Daarmee is het een te beantwoorden vraag. Je denkt na en uit je geheugen kan een antwoord komen. Je weet het weer.

Anders is het met vragen als: ‘Wanneer wordt het weer normaal?’. ‘Wat zouden ze van mij denken?’  ‘Hoe zal zij zich voelen?’ Toets je deze vragen aan de twee begrenzingen met de vragen: ‘weet ik dit, kan ik dit weten’, dan is de conclusie dat je de antwoorden nooit kunt vinden omdat het over de toekomst gaat of over wat een ander denkt of voelt. Dan gebeurt er iets in ons brein. Bij gebrek aan een antwoord komen er fantasiegedachten. Het brein vult de leegte in.

Ad 2. Overtuigingen die je kunt weten en toekomstgerichte overtuigingen

Door overtuigingen onder te verdelen in overtuigingen die je kunt weten en toekomstgerichte overtuigingen wordt een tweede fout in onze manier van denken zichtbaar.

Er zijn twee groepen overtuigingen. De overtuigingen die iemand op zichzelf of op zijn vroegere en huidige situatie kan plakken en je hebt de overtuigingen die op een toekomstige situatie slaan.

De eerste groep is terug te vinden in uitspraken als ‘ik ben ervan overtuigd dat ik van mijn partner houd’ of ‘ik ben ervan overtuigd dat ik mezelf was’ enz. Het is de vraag of je deze overtuigingen moet gebruiken, ze halen immers je alertheid weg. Als je ergens van overtuigd bent dan denk je er niet meer over na. Want waarom zou je? Je weet het immers al.

Toch zijn het niet die overtuigingen die jou uit evenwicht brengen. Dat is de tweede groep. De toekomstgerichte overtuigingen. Dan klinkt het als ‘ik ben ervan overtuigd dat we altijd bij elkaar blijven’ ‘Ik blijf altijd mezelf’. ‘Die komt wel terug’. ‘Daar kunt u nog jaren in rijden’. ‘Zij kan niet buiten mij’. ‘Mij kan niets meer gebeuren’.

De stelligheid waar het mee uitgesproken wordt en het feit dat het over iets in de toekomst gaat, is de beste aanwijzing.

Ad 3. Fantasieën en niet herkende fantasiegedachten

Fantasieën zijn geweldig, als we maar weten dat het een fantasie is. Alles wat we bedenken begint met een fantasie. Je bedenkt een huis, maakt een tekening en later staat het huis daar. De fantasie is uitgekomen.

Anders zijn de fantasieën die zich in ons hoofd afspelen en ons in de wereld trekken van hoe het zou kunnen zijn. Bijvoorbeeld de woorden ‘stel dat’ of het woord ‘als’ zijn al genoeg om uren met het denken bezig te zijn. Zo zijn er nog een aantal. Misschien, zou, wou, ik denk, zij denken, enz. Met ‘dit soort woorden wordt een fantasiewereld gecreëerd. Een wereld die anders is dan de werkelijkheid. ‘Stel dat ik mijn baan kwijtraak’, is daar een voorbeeld van. Die gedachte kan een schok geven en een gevoel komt op. De belevingswereld sluit dan niet aan op de werkelijkheid. Dat is de derde fout in onze manier van denken.

Met de ‘oude’ manier van denken bedenk je een oplossing voor een probleem, of hoe iets verder zal gaan verlopen. Bij de bedachte oplossing of mogelijkheid kan je een gevoel krijgen en dat gevoel is medebepalend voor de richting die je opgaat met je denken.

Met de ‘nieuwe’ manier van denken heb je hetzelfde probleem, maar bedenk je naast de gedachte die je herkende als een fantasiegedachte, nog 4+1 oplossingen.

Waarom +1?

Met name de +1 is belangrijk omdat er altijd iets kan gebeuren wat je nu nog niet kunt bedenken. Door rekening te houden met +1 word je minder verrast.

Over elke zelfbedachte mogelijkheid kun je nadenken. Zo leer je jezelf aan om meer creatief te denken. Leer je jezelf te denken in mogelijkheden.

Op deze manier leer je te leven met het gegeven dat je niet kunt weten wat er in de toekomst gaat gebeuren, dus wat er op je afkomt, maar dat er wel een aantal mogelijkheden zijn die je zelf hebt bedacht. En misschien ben je wel blij met het feit dat je mogelijkheden hebt.

Dat is dan het gevoel dat je vooraf hebt bij de gedachte aan bijvoorbeeld een sollicitatie- of ander gesprek. Blij zijn met de mogelijkheid.

Zie ook Het speelveld van je denken

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *