De stem waar we mee denken en het speelveld van je denken

Er is een stem in ons hoofd die de hele dag door praat. Wanneer iemand zich daar bewust van is en er van tijd tot tijd bij stilstaat, dan zijn in die stem de verschillende posities die deze inneemt te horen.

Wanneer iemand zich iets wil herinneren, dan wordt een beroep op het geheugen gedaan. De stem in ons hoofd neemt daarbij een bepaalde positie in. Dan denken we dus anders.

Door iets te fantaseren wordt weer een andere positie ingenomen. Dan volgt er een heel rijtje dat steeds andere posities aangeeft. Overdenken, nadenken, indenken, bedenken, doordenken, enz. Het is dezelfde stem, maar vanuit verschillende posities. De code, ofwel codering die de stem in ons hoofd gebruikt, is de taal.

Zo loopt een moeder met haar kleine kind door het park. ‘Kijk’ zegt ze ‘dat is gras’. Wanneer ze weer door het park loopt en het kind roept gras, dan is de moeder blij verrast. Ze heeft een code doorgegeven.

We denken in codes

Zo hebben we elk voorwerp en situatie gecodeerd en elke keer stellen de taalpuristen de taal enigszins bij. Iets wat in dit kader niet alleen wenselijk is, maar ook bijdraagt aan een verdere ontwikkeling van de mens. Daarom is het goed leren gebruiken van de taal zo belangrijk. Benoemen is ordenen en alles wat is benoemd, is herkenbaar en overdraagbaar. Vroeger was iemand gewoon gek of krankzinnig. Tegenwoordig zijn daar talloze benamingen voor. Het goed benoemen geeft de mogelijkheid iets beter uit te leggen en er daardoor er gerichter mee om te gaan.

Manier van denken is aangeleerd

Naast het aanleren van de codes om alles te benoemen, gras, boom, eten, leren volwassenen hun kinderen ook hun manier van denken. Net als onze ouder(s) en hun voorouders dat deden. Net als onze ouders zeggen we: er kan niets gebeuren. Een toekomstgerichte overtuiging, één van de zes kerngedachten. Maar ooit gebeurt er wel wat. Een deur die slaat, terwijl het kind half slaapt. Het doet geen pijn, terwijl het toch pijn doet. Allemaal kleine gebeurtenissen die de wereld van een kind doen wankelen. Dat kan je wel, als jij je best maar doet. En dan lukt het niet. Het kind kan het niet, in ieder geval niet op dat moment. Het kind ziet en hoort de verwachtingen van de ouders en leert ook verwachtingen te hebben. Het kind hoort en ziet de teleurstellingen van de ouders en leert ook teleurstellingen te hebben. Teleurstellingen zijn de prijs van de verwachting. Daarmee zijn niet alleen de codes doorgegeven, maar ook het denkpatroon, het gebruik van de codes.

Onthaasten

Zover we kunnen weten zijn in de hele geschiedenis van de mens de grootste wensen voldoende voedsel, veiligheid, warmte en gezondheid geweest. We leven in de uitgekomen droom van onze voorouders. Blijkbaar zijn we niet in staat om dat te stoppen wat ons voortdrijft. ‘Alles gaat tegenwoordig zo snel’, is een uitspraak die duidt op situaties en gebeurtenissen. Onze gedachten gaan zo snel, is een uitspraak wat duidt op ons denken. De samenhang met situaties en ons denken is er. We moeten vertragen en dat kan door ons denken te vertragen. Dat is een kern van het GAP. Leren stilstaan bij de gedachten die we hebben, is een vorm van vertragen.

Toekomstgerichte overtuigingen

Niet bij alle gedachten, want dat gaat niet. Het zijn er te veel. We moeten leren stilstaan bij de kerngedachten die we tussen al die gedachten hebben. Zoals de toekomstgerichte overtuigingen. Het virus voor ons denken. Steeds maar nadenken over iets wat in de toekomst ligt om daar zekerheden te zoeken en denken te vinden. Zekerheden die er niet zijn. Niet kunnen zijn, omdat de toekomst er nog niet is. De situatie heeft nog niet plaatsgevonden. Toch denken we, wanneer we nadenken, te weten wat er in de toekomst gaat gebeuren. We voelen zelfs nu de effecten er al van. Een grens van het speelveld van ons denken geeft aan waar het kunnen weten stopt. Onbewust gaan we die grens over. Dat doen we met drie kerngedachten.

De niet herkende fantasiegedachten

Stel dat, als, misschien, ik denk, zij denken, ik wou, ik zou, zijn allemaal aanzetten tot een langdurig denkproces over wat er misschien eventueel kan gaan gebeuren, of hoe het gegaan had kunnen zijn. Kan gebeuren, want dikwijls loopt het toch weer anders, of het is al voorbij.

De niet te beantwoorden vragen

Vragen die we onszelf stellen en dan zoeken we naar de antwoorden. Antwoorden die er voor ons niet zijn, omdat de mogelijkheden die we met ons denken hebben begrensd zijn. We zoeken, maar kunnen niets vinden en raken verstrikt in fantasiegedachten.

Kerngedachten

Ze zitten tussen al die gedachten die we hebben. Soms goed voor ons en helpen ze ons verder. Soms slecht voor ons en houden ze ons tegen om vrij te zijn. Dat maakt de herkenning zo nodig. Steeds meer, steeds sneller gaan onze gedachten. De wereld om ons heen doet dat ook.

Toch is er een keuze. De keuze zit in hoe wij ermee omgaan. De keuze zit in hoe jij ermee omgaat. Af en toe je denken stilzetten kan hierbij helpen.

Share
Scroll Up