Een aanvulling op Immanuel Kant

 

Kant stelt dat de mens een autonoom wezen is. Dat het geweten van een mens ervoor zorgt dat de mens zelf kan weten wanneer hij iets goed of iets fout doet. Hij noemt dit het zuivere ik.

Vanuit het Gedachten Analyse Programma (GAP) is het zuivere ik van Kant de kernidentiteit. Degene die iemand van binnen is, maar door zelfbescherming zelden laat zien.

Het zijn bepaalde gedachten, de zes kerngedachten, waarmee de mens dit doet.

Het houdt de mens tegen om autonoom en oorspronkelijk te zijn en maakt hem een product van zijn omgeving waarin de mens bezig blijft met overleven.    

“Een aanvulling op Immanuel Kant” verder lezen

Kernbehoeften en het onderwijs

 

Mensen worden gemotiveerd als een functie, schoolopleiding en de mensen waar zij contact mee hebben, aansluiten bij hun persoonlijke kernbehoeften.

In de praktijk komt het zelden voor dat alle elementen volledig aansluiten bij de persoon.

De aandachtspunten zijn de behoeften die haaks staan op die van de persoon. Kan je die herkennen, dan heb je een ingang om de leerling te bereiken en te motiveren.

“Kernbehoeften en het onderwijs” verder lezen

Zes oorzaken van een mismatch

Ieder mens heeft onderstaande behoeften, die een basis vormen van de motivatie en communicatie. Het verschil tussen mensen is de mate waarin de behoefte aanwezig is. Iemand heeft meer behoefte aan het één, het ander, of beide in gelijke mate.

Je ziet ze regelmatig voorbij komen, de gerankte lijstjes waarin wordt aangegeven waarom mensen willen vertrekken bij hun huidige werkgever. Dan gaat het over de medewerker die op zoek gaat naar meer geld, betere sfeer, meer opleidingsmogelijkheden, enz.

“Zes oorzaken van een mismatch” verder lezen

Wat gedachten met je doen

 

Aannames is een bekende benaming voor gedachten en uitspraken die uit het denken voortkomen.

Dikwijls tot stand gekomen met de gedachte: ‘het kan niet anders dan’.

Tijdens het onderzoek, met als context dat je niet kunt weten wat er in de toekomst gaat gebeuren en dat je niet kunt weten wat een ander denkt of voelt, werd duidelijk dat aannames slechts één voorbeeld zijn waarmee de grens van het kunnen weten wordt overschreden. Fantasieën zijn hier een voorbeeld van.

“Wat gedachten met je doen” verder lezen

Communicatie nieuwe stijl

 

Er zit ruis in de omgang van mensen. Ruis in de vorm van ergernissen, terughoudendheid, verontwaardiging, irritatie, onbegrip, afstand. Een deel van die ruis wordt veroorzaakt door de verschillende behoeften en daarmee de verschillende invalshoeken die mensen hebben. Dat is de stelling. De herkenning van de ruis is de onderbouwing.

Drie groepen mensen. Iemand is meer het een, het ander, of beide in gelijke mate. Een beeld kan dit meer inzichtelijk maken. Elke persoon staat voor een deel van alle mensen.

Drie groepen. Drie invalshoeken. Dan kun je aan al die discussies uit het verleden denken. Het gelijk wat iemand claimt. ‘Daar gaat het toch om’, is dan dikwijls de onderbouwing.

De vader of moeder met hun kinderen. Ook zij proberen het beste te geven. Vanuit hun eigen behoeften. Bij de een is dat orde en regels. Bij de ander is het de eigen keuze en als je maar gelukkig bent.

Maar ook het kind heeft eigen behoeften. Behoefte aan duidelijkheid of aan die eigen keuze. Wie kijkt er naar het kind?

Ouders die het beste proberen te geven. Maar waar heeft het kind behoefte aan? Discussies tussen mensen. In relaties en in vriendschappen. Behoeften die botsen. Niet worden begrepen en daarom beoordeeld en veroordeeld. ‘Er is ook altijd wat’, over iemand die de behoefte heeft om alles te laten kloppen. Als reactie daarop de opmerking ‘die is zo gemakkelijk en stapt overal maar overheen’. Het misverstand. Eén van de vele. Terwijl de persoonlijke behoeften kwaliteiten van mensen zijn.

Misschien is de evolutie wel bedoeld om elkaar aan te vullen. Een manier om te overleven.  In dit tijdsgewricht lijkt het een utopie. De vraag: ‘waar heb jij behoefte aan’. Ook deze vraag aan kinderen, om te kijken wat bij hen past, zodat zij niet zoals zo velen in een functie belanden die haaks op hun behoeften staat. Om kinderen te stimuleren en te motiveren. Hun de tegenstellingen leren en hoe daarmee om te gaan. Samen leren werken door elkaar aan te vullen. Aan ouders, maar dan als individuen. Het overzicht en de verschillen in behoeften ontdekken en dan steeds maar tot één conclusie komen. Ik ben ik, omdat de ander anders is.