Communicatie nieuwe stijl

Er zit ruis in de omgang van mensen. Ruis in de vorm van ergernissen, terughoudendheid, verontwaardiging, irritatie, onbegrip, afstand. Een deel van die ruis wordt veroorzaakt door de verschillende behoeften en daarmee de verschillende invalshoeken die mensen hebben. Dat is de stelling. De herkenning van de ruis is de onderbouwing.

Drie groepen mensen. Iemand is meer het een, het ander, of beide in gelijke mate. Een beeld kan dit meer inzichtelijk maken. Elke persoon staat voor een deel van alle mensen.

Drie groepen. Drie invalshoeken. Dan kun je aan al die discussies uit het verleden denken. Het gelijk wat iemand claimt. ‘Daar gaat het toch om’, is dan dikwijls de onderbouwing.

De vader of moeder met hun kinderen. Ook zij proberen het beste te geven. Vanuit hun eigen behoeften. Bij de een is dat orde en regels. Bij de ander is het de eigen keuze en als je maar gelukkig bent.

Maar ook het kind heeft eigen behoeften. Behoefte aan duidelijkheid of aan die eigen keuze. Wie kijkt er naar het kind?

Ouders die het beste proberen te geven. Maar waar heeft het kind behoefte aan? Discussies tussen mensen. In relaties en in vriendschappen. Behoeften die botsen. Niet worden begrepen en daarom beoordeeld en veroordeeld. ‘Er is ook altijd wat’, over iemand die de behoefte heeft om alles te laten kloppen. Als reactie daarop de opmerking ‘die is zo gemakkelijk en stapt overal maar overheen’. Het misverstand. Eén van de vele. Terwijl de persoonlijke behoeften kwaliteiten van mensen zijn.

Misschien is de evolutie wel bedoeld om elkaar aan te vullen. Een manier om te overleven.  In dit tijdsgewricht lijkt het een utopie. De vraag: ‘waar heb jij behoefte aan’. Ook deze vraag aan kinderen, om te kijken wat bij hen past, zodat zij niet zoals zo velen in een functie belanden die haaks op hun behoeften staat. Om kinderen te stimuleren en te motiveren. Hun de tegenstellingen leren en hoe daarmee om te gaan. Samen leren werken door elkaar aan te vullen. Aan ouders, maar dan als individuen. Het overzicht en de verschillen in behoeften ontdekken en dan steeds maar tot één conclusie komen. Ik ben ik, omdat de ander anders is.

 

Share

Stel hier jouw waarden en normen vast

HIER te downloaden in PDF. Het formulier is, met bestaande bronvermelding, vrij te gebruiken.

 

Waarden is een complex verhaal omdat ze individueel zijn bepaald, subjectief zijn en als de situatie daarvoor aanleiding geeft, kunnen waarden in belangrijkheid veranderen.

Individueel omdat de ene persoon een waarde belangrijk kan vinden en een ander weer een andere waarde. Vanuit de tegenstellingen kunnen conflicten ontstaan.

Subjectief omdat, zelfs al vinden twee mensen dezelfde waarde belangrijk, zij er in de praktijk toch heel anders mee om kunnen gaan. Denk maar aan respect. De een vindt het belangrijk om te krijgen een ander om te geven.

Beïnvloedbaar omdat verandering van een waarde al kan plaatsvinden door een fiets die is gestolen. Dan kan ineens, meestal tijdelijk, eerlijkheid de belangrijkste waarde worden door de emotie die de gestolen fiets oproept.

Wanneer iemand zijn of haar belangrijkste waarde bij een ander of in een (werk)situatie herkent, dan herkent deze een deel van zichzelf. Dat geeft energie, dat motiveert.

De belangrijkste waarde speelt een rol in elke situatie

Meestal is de belangrijkste waarde van iemand niet duidelijk waarneembaar. Soms wordt deze duidelijk bij conflicten of als iemand kwaad wordt als reactie op een uitspraak. Mensen gaan weg bij een werkgever wanneer zij hun belangrijkste waarden niet meer herkennen in de werksituatie, of dat deze met voeten wordt getreden. Relaties worden gebroken, vriendschappen, langdurige conflicten kunnen ontstaan. Allemaal op grond van iemands belangrijkste waarde.

Stel, iemand heeft respect als belangrijkste waarde en werkt op een afdeling waar respect voor de anderen niet of minder belangrijk is. Wat zo iemand belangrijk vindt, is niet in de werkomgeving terug te vinden en dat elke keer weer. Daarmee wordt iets aangetast wat iemand heel belangrijk vindt en waar deze behoefte aan heeft. Als die de kans krijgt, is die weg.

Eerlijkheid is ook zo’n voorbeeld. Daar waar de een de schouders ophaalt voor oneerlijkheid naar elkaar en naar klanten als dat van toepassing is, kan de ander er niet van slapen. Dat is de invloed van een waarde die iemand belangrijk vindt. Nog een voorbeeld. Iemand heeft communicatie als belangrijkste waarde. Mensen die communicatie als belangrijkste waarde hebben, vinden dat zolang er nog gepraat wordt er nog van alles mogelijk is. Werkt zo iemand in een werkomgeving waar men daar anders over denkt en is praten niet meer mogelijk, dan wordt de meest gevoelige plek geraakt. En weer, waar anderen hun schouders ophalen, is het voor degene met deze waarde een dagelijkse kwelling.

Normen zijn afgeleid van waarden

Doordat de waarden individueel zijn bepaald, is het herkennen moeilijk in heldere richtlijnen te hanteren. Daar is ooit een oplossing voor gevonden. De normen. Normen zijn afgeleid van waarden. De waarde is bijvoorbeeld respect, de afgeleide norm kan dan zijn: je moet wel beleefd zijn. Normen zijn geboden, normen zijn objectief. Aan de normen die worden uitgesproken is soms in te schatten welke waarde belangrijk is voor de ander.

Download het waardenformulier voor het zichtbaar maken van de belangrijkste waarden van een persoon. Geschikt voor zichtbaar maken van verschillen in waarden bij relaties, onderwijs, mensen in de werksituatie, hulpverlening, mediation, etc.

In de werksituatie

Vanuit de invalshoek van de waarden, zie je allemaal mensen die individueel hun eigen waarden hebben, die zij als individu het belangrijkste vinden.

Zij heeft vertrouwen als belangrijkste waarde en vertelt een verhaal aan een collega die openheid als belangrijkste waarde heeft. Wanneer zij later haar verhaal door een ander hoort vertellen is zij geschokt. Ze ging ervan uit dat als je iets vertelt, dat het in vertrouwen is.

Het is zo’n voorbeeld van uitgaan van je eigen waarden. Je niet voor kunnen stellen dat een ander daar anders over denkt.

Onbekendheid met deze verschillen kan een goede samenwerking in de weg staan. Het besef dat deze verschillen in waarden aanwezig zijn, kan een neutraliserend effect hebben. Je weet dan dat een opmerking of andere reactie niet persoonlijk bedoeld hoeft te zijn.

De waarden van een organisatie

Je ziet het weleens staan op een website of in een advertentie: ‘onze belangrijkste waarden zijn’, of de zin: ‘onze kernwaarden zijn’. Daarmee wordt een gezicht, een identiteit zichtbaar gemaakt. De organisatie presenteert zich als identiteit. Een hoog streven, waarbij de restrictie is dat de normen binnen die organisatie aan moeten sluiten bij de gestelde waarden.

Normen en waarden zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Worden alleen de normen gehanteerd, dan ontstaat een situatie van enkele gebods- en verbodsregels.

De context, in dit geval de waarden, is dan niet aanwezig. Zijn alleen de waarden van een organisatie vastgesteld en zijn deze niet in de normen herkenbaar, dan is de organisatie een identiteit zonder inhoud. Iets wat je bij mensen ook kan zien. Ze zeggen een hoop, maar maken het in de praktijk niet waar.

Sommige organisaties gebruiken hun belangrijkste waarden niet alleen om zich als identiteit te presenteren, maar gaan een stap verder. Zij laten hun waarden fungeren als toetssteen voor hun activiteiten en laten de waarden een rol spelen bij aanname van personeel. De organisatie als identiteit is geboren. De belangrijkste waarden die de organisatie een gezicht geven.

Het kan je zo maar overkomen als werknemer

De eerste dagen kan het nog meevallen. ‘Misschien is het een kwestie van wennen’ zegt een nieuwe medewerker tegen zichzelf. De oude baan opgezegd en misschien ook nog verhuisd.

‘Dit had ik niet kunnen bedenken’ zegt de medewerker later en dat is misschien wel de kern van het verhaal van de waarden. Omdat je niet kunt bedenken hoe het zal zijn, is er ook geen antwoord op, en is er geen middel om er mee om te kunnen gaan wanneer jouw waarden niet herkenbaar zijn in een werksituatie. Daar word je terughoudend van.

Humor belangrijk vinden, maar er wordt zelden gelachen. Uitdaging belangrijk vinden, maar die is er bijna niet. Vrijheid belangrijk vinden, maar die krijg je niet. Betrokkenheid belangrijk vinden, terwijl je bijna nergens in gekend wordt.

Dat is het belang van kennis van de eigen waarden en het besef dat dit bij een ander en een werksituatie heel anders kan zijn en ook meestal is.

FacebookTwitterEmailLinkedInWhatsApp

Getagd met ,
Bewerken

Wie dit leest is niet gek

Een aanvulling op Immanuel Kant  Herman Beuker School voor praktische menskunde

Kant stelt dat de mens een autonoom wezen is. Dat het geweten van een mens ervoor zorgt dat de mens zelf kan weten wanneer hij iets goed of iets fout doet. Hij noemt dit het zuivere ik.Vanuit het Gedachten Analyse Programma (GAP) is het zuivere ik van Kant de kernidentiteit. Degene die iemand van binnen is, maar door zelfbescherming zelden laat zien.

Het zijn bepaalde gedachten, de zes kerngedachten, waarmee de mens dit doet. Het houdt de mens tegen om autonoom en oorspronkelijk te zijn en maakt hem een product van zijn omgeving waarin de mens bezig blijft met overleven.De moraal die Kant ziet als instrument om het zuivere ik te bereiken en te bewaren vraagt van de mens een actieve houding in omgaan met behoeften, gedrag, manier van reageren en een wijze van praten.

Bij Kant is het meer een cognitief verhaal van het aanleren van regels. Dus geboden.Daar is er ook een andere richting met het GAP. Dat richt zich meer op het leren herkennen en bevrijden van belemmeringen voor de kernidentiteit.Het GAP gaat in dat opzicht ook verder. Het gaat tot de grenzen van de rede en het weten en maakt, met de herkenning, elke keer de grenzen van het kunnen weten zichtbaar. Hierdoor ontstaat een terugkerend inzicht, wat overgaat in het ‘weten’ zonder woorden. Zonder de rede. Zonder de taal.  Dan staat het zuivere ik van Kant tegenover het zijn van het GAP.Het bewust zijn van de drie grenzen en daardoor het bewust niet weten brengt de mens in evenwicht met de positie in tijd en met de positie van persoon.Zonder dat je het echt wilt, ben je soms gemeen, jaloers, onaardig, stug, chagrijnig, afstandelijk, ongeduldig enz. Je doet dit zelf, dikwijls met één gedachte.

Zo ervaren we het meestal niet, want het is toch logisch dat ik zo reageer en we koppelen het aan een situatie. Aan een persoon, het werk, het weer en het leven. Maar als je de keuze zou hebben? Zou je dan niet liever vrijer willen leven? Niet zo afhankelijk en beïnvloedt door situaties? Niet dat je dan koud of ongevoelig wordt, maar gewoon wat evenwichtiger. Als je dat eigenlijk allemaal niet wilt zijn, ongeduldig etc. dan zeg je al iets van jezelf, van hoe je eigenlijk bent. Hoe we zijn koppelen we aan situaties. Dat ben ik niet, maar de situatie zorgt ervoor. Dan komt de vraag: hoe zou je willen zijn, los van situaties. Hoe zou je eigenlijk willen zijn, maar dan in eigenschappen? Dan kan je een opsomming geven van al die eigenschappen die jij belangrijk vindt. Ook die je al hebt.Dat totaal van eigenschappen, het beeld dat dan ontstaat, dat ben jij dus los van situaties. Dat is je kernidentiteit.

En zo gauw er ook maar iets gebeurt, kan die kernidentiteit zo maar weg zijn. Verscholen achter gedachten en beschermd door het brein.Immanuel Kant schreef dat wij iets in ons hebben, dat van nature al weet wat goed en slecht is, zonder dat we daar al regels voor geleerd hebben, het zuivere ik. Maar hoe bewijs je het bestaan ervan. Wat zou het makkelijk zijn als we een formule hadden waarmee we sluitend konden bewijzen dat ieder mens een zuiver ik heeft.Kant beschrijft dat je de aanwezigheid van het zuivere ik voelt in een onberedeneerde, ethisch juiste keuze. Bijvoorbeeld dat het al in je zit dat je weet dat je niet zomaar van iemand kan stelen.

Je kernidentiteit stel je zelf vast en dat doe je in eigenschappen. Je stelt zelf vast hoe je eigenlijk bent en daarmee komt het autonome overeen met wat Kant stelt.We kunnen onze kernidentiteit meer kans geven om zich te manifesteren door aan de gang te gaan met de cocon van gedachten die eromheen zit.Het bestaan van de kernidentiteit bewijzen is ook onmogelijk omdat je nu eenmaal niet kunt bewijzen dat je volkomen jezelf bent. Logica, meten en bewijs zijn alleen van toepassing op de kerngedachten. Door het bestaan ervan aan te tonen, kunnen zij veranderen of verdwijnen. Veranderen van zekerheid naar mogelijkheid en verdwijnen omdat ze niet aansluiten op de werkelijkheid waardoor de kernidentiteit als vanzelf overblijft.

Het is de gedachte die gekoppeld is aan de herinnering en die gedachte bepaalt hoe je de vroegere herinnering ervaart. Het is de gedachte die angst oproept voor de toekomst en het is de gedachte die ons laat reageren en laat zijn, zoals we onszelf neerzetten. Dus niet zoals we eigenlijk zijn, maar zoals we ons neerzetten. Het zijn gedachten die ons tegenhouden, om tot het zuivere ik van Kant te komen oftewel de kernidentiteit van het GAP.Het grootste probleem is dat we zoveel gedachten hebben. Van ‘s morgens vroeg totdat we inslapen cirkelen er duizenden door ons hoofd. Toch kun je in die duizenden losse gedachten, vaste, terugkerende elementen herkennen. Dat zijn de zes kerngedachten. De invloed van die kerngedachten op je denken is groot, want het zijn er nogal wat die een mens op een dag heeft. Als je er een tijdje alert op bent, dan kun je ze gaan horen.

Getagd met , ,
Bewerken

Zelftrainingen

  1. Doelen stellen

Deze zelftraining maakt het mogelijk om gerichter om te gaan met de doelen die je stelt. In PDF.

2. Communicatie en zintuigen

Met deze zelftraining kun je de invloed van de zintuigen op de communicatie gaan herkennen. De invloed van jouw zintuigen op de communicatie kan groot zijn en voor miscommunicatie zorgen. Ontdek welk zintuig jij het meest intensief gebruikt, ontdek de verschillen met anderen en lees hoe hier mee om te gaan. In PDF.

3. Waarden en normen

Met deze zelftraining kun je vaststellen wat jouw belangrijkste waarden zijn en lees je wat dit betekent in jouw privé- en werksituatie. In PDF.hier gratis te downloaden.

4. Gedachtenanalyse voor studenten een zelftraining

Deze zelftraining heeft als invalshoek de ontdekte fouten in onze manier van denken en de samenhang die dit heeft met onzekerheid, piekeren, stress en burn-out. Het zijn steeds dezelfde soorten gedachten, de zes kerngedachten, die bij mensen een rol spelen. Herkenning van deze kerngedachten geeft de mogelijkheid om bij een kerngedachte stil te staan en deze gedachte te herwaarderen zodat er een verandering komt in de gedachteprocessen die ons uit evenwicht brengen. Gratis PDF te downloaden hier.

FacebookTwitterEmailLinkedInWhatsApp

Getagd met , , ,
Bewerken

Doelen stellen

  1. Doelen stellen

Deze zelftraining maakt het mogelijk om gerichter om te gaan met de doelen die je stelt. In PDF.

Ooit een onmogelijke opdracht gehad of jezelf gesteld? Dan weet je wat een energie dit kost en frustratie. Dit is te voorkomen door bij de bron stil te staan. Bij de haalbaarheid van jouw doel. Even nadenken bij het begin levert je inzicht op en bespaart je later teleurstellingen.

Soms doen we het bewust, het stellen van een doel. Denk bijvoorbeeld aan het zoeken van een baan, het kopen van een huis of het plannen van een vakantie.

Ook onbewust zijn we dikwijls bezig met een doel, al is dit minder duidelijk omschreven als bovenstaande doelen. Bijvoorbeeld een gesprek wat in eerste instantie alleen voor de gezelligheid is, heeft dikwijls, als we terug kijken, toch een doel gehad. Dit kan variëren van een goed gevoel tot een afspraak voor in de toekomst.

Het stellen van doelen is in dat opzicht het creëren van een punt in de toekomst waar wij naar toe willen. Een goede relatie is een doel. Maar ook leuk werk, de kinderen goed opvoeden en gelukkig worden. Het zijn allemaal doelen die ons bezig kunnen houden.

Aan de basis van dit alles bevindt zich het stellen van een doel. Daar begint het mee en daar gaat het dan ook dikwijls fout.

FacebookTwitterEmailLinkedInWhatsApp

Bewerken

Gedachtenanalyse zelftraining voor studenten

Stress, piekeren, onzekerheid, faalangst, depressie tot burn-out, waar veel studenten onder lijden, benaderen als ontwikkelingsvraagstukken, is de invalshoek van Gedachtenanalyse, een onderdeel van het Gedachten Analyse Programma.

In 1997 is de school voor praktische menskunde gestart met een studie naar de samenhang tussen bovengenoemde ontwikkelingsvraagstukken en gedachtepatronen. Dit resulteerde in de methodiek Gedachtenanalyse.

Zes kerngedachten die als genetische fouten in ons denken geworteld zijn en van generatie op generatie worden overgedragen, zijn vaak de oorzaak van veel leed. Deze kerngedachten trekken ons uit de werkelijkheid, het NU.

Wij, van de school voor praktische menskunde vinden deze methodiek belangrijk genoeg om het in de vorm van een E-book als zelftraining met studenten te delen.

Herman en Ernie Beuker

Vrij te downloaden www.schoolvoorpraktischemenskunde.nl

FacebookTwitterEmailLinkedInWhatsApp

Getagd met , ,
Bewerken

Het verschil tussen mens- en productgericht

De functie

Er zijn veel mensen die mensgericht zijn en een productgerichte functie hebben en tot volle tevredenheid. Toch is er ook een deel dat droomt van die camping of dat leuke cafeetje. Dromen die het gemis aan persoonlijk contact in de werksituatie moet compenseren.  Lees meer ›

FacebookTwitterEmailLinkedInWhatsApp

Getagd met , , ,
Bewerken

De studiekeuze en de motivatiebehoeften

Studiekeuzes. Veel studenten haken af of gaan later een heel andere kant op. De behoeften kunnen daar een rol bij spelen en zijn daarmee een aandachtsgebied.  Lees meer ›

FacebookTwitterEmailLinkedInWhatsApp

Getagd met , , , , , , ,
Bewerken

Niet te beantwoorden vragen

Een niet te beantwoorden vraag is een vraag waar geen antwoord op is, omdat wij niet het vermogen hebben om dit antwoord te kunnen vinden, door het speelveld van ons denken.

Een vraag is de ontsteking die de motor in beweging zet en laat draaien. Zoek een antwoord, is de opdracht. De motor is het denkproces van ons brein. Gedachte na gedachte. Tijdens mijn onderzoek bleek dat vragen de bron vormen van een gedachteproces dat leidt tot: piekeren, malen, stress, verlegenheid, veel soorten angsten, zorgen maken, allemaal met de restrictie dat daar gedachten bij moeten komen. Iets wat in veel gevallen gebeurt.

De kerngedachten niet herkende fantasie gedachten en toekomstgerichte overtuigingen, die na een niet te beantwoorden vraag opkomen, zorgen ervoor dat het in beweging gezette brein doordraait. Elke vraag die erbij wordt gesteld zorgt weer voor een nieuwe ontsteking.

Het denkproces gaat door als er een niet te beantwoorden vraag wordt gesteld. Het brein doet wat gevraagd wordt, het zoeken naar het antwoord op een vraag. Ook al is dat niet te vinden.

De intelligentie en de keuzes zitten in de stem in ons hoofd. Deze stem leren met het Gedachten Analyse Programma de goede vragen te stellen, geeft de mogelijkheid om jouw brein beter te gebruiken. Dit is mogelijk met het besef van het speelveld van ons denken wat de grenzen aangeeft van wat we wel en wat we niet kunnen weten. Dat besef geeft de belangrijkste verandering en verbetering van je manier van denken.

Hierbij komt ook het ik in beeld. Wie of wat stelt de vraag? Wat duidelijk werd in het onderzoek is dat het de stem in ons hoofd is, de stem waar we mee denken. Een soort piloot in de cockpit. Een onderdeel van onze kernidentiteit.

Het brein is dan de motor. De motor, ons brein, kan geen antwoord vinden als het over de toekomst gaat, over wat een ander denkt of voelt. Dat is de beperking die wij mensen hebben. Het speelveld van ons denken.

Leren binnen het speelveld te denken geeft mogelijkheden. Nieuwe mogelijkheden om evenwicht te vinden, creatiever te denken, om meer in evenwicht te zijn. Dat is het nieuwe denken.

FacebookTwitterEmailLinkedInWhatsApp

Getagd met , , , ,
Bewerken

De genetische fouten in ons denken

Er is iets fout gegaan in de ontwikkeling van de mens. Dat is de belangrijkste conclusie van mijn onderzoek naar hoe mensen denken en de effecten hiervan. Genetisch betekent in dit verband overgedragen. Van generatie op generatie. Elke generatie draagt de kennis van de codes in de vorm van de taal over op de volgende generatie.Hoe je denkt heb je dus geleerd van de mensen in je jeugd. Ouder(s) en anderen. De fouten worden daarbij ook doorgegeven. Fouten die veel leed als effect hebben. De fouten worden zichtbaar wanneer je luistert naar mensen met als referentiekader drie beperkingen die ieder mens met zijn denken heeft.

1.          We kunnen niet weten wat er in de toekomst gaat gebeuren

We kunnen het inschatten, maar niet weten. De toekomst bestaat nog niet. De situatie heeft namelijk nog niet plaatsgevonden. Wanneer mensen na denken is dat besef er niet. We denken iets te weten wat we in de werkelijkheid niet kunnen weten. Wat wordt gedacht over de toekomst wordt als werkelijkheid ervaren. Dikwijls gesteund door ‘het kan niet anders dan, .Die gedachten roepen een gevoel op. Dat gevoel bepaalt op dat moment onze belevingswereld.

2.          We kunnen niet weten wat een ander denkt of voelt.

Ook dat kunnen we inschatten, maar niet weten. Toch ervaren we met de (kern)gedachten die we hierbij gebruiken de bedachte situatie als werkelijkheid. Ook hier roepen de gedachten een gevoel op en ook dat gevoel bepaalt op dat moment onze belevingswereld.

3.          We kunnen niet in oneindigheid in tijd en ruimte denken

We kunnen ons er niets bij voorstellen. Oneindigheid heeft namelijk geen referentiekader. Deze beperking maakt de grens tussen kunnen weten en geloven duidelijk zichtbaar.

De fouten in onze manier van denken door het niet bewust zijn van de begrenzing

Het denken heeft (nog) geen referentiekader. Onze manier van denken heeft daardoor geen grenzen. Het schiet met gedachten alle kanten op. Naar het verleden, zonder het besef dat het verleden voorbij is. Naar de toekomst, zonder het besef dat de toekomst nog moet komen. Zonder het besef dat nu de werkelijkheid is. Zonder het besef dat wat wij over een toekomstige situatie denken slechts één mogelijkheid is.

Daarmee heeft ons brein geen mogelijkheid om de overgang van weten naar fantaseren op te merken. Werkelijkheid en fantasie lopen door elkaar. Het brein zoekt naar antwoorden die er niet zijn. Het brein denkt te weten, terwijl dit in de werkelijkheid niet kan. Het brein beseft niet dat het gedachten zijn en niet de werkelijkheid.

Gedachten roepen gevoelens op en die bepalen onze beleving. Oude gedachten roepen een oud gevoel op wat los staat van de werkelijkheid, van de huidige situatie. Fantasieën roepen gevoelens op die los staan van de werkelijkheid.

Enkele voorbeelden van soorten (kern)gedachten die je uit de werkelijkheid halen

Waarom reageert ze niet? (Niet te beantwoorden vraag). Dat komt wel goed. (Toekomstgerichte overtuiging). Als ik mijn best maar doe, dan houd ik mijn baan wel. (Niet herkende fantasiegedachte). Dat begrijpen de mensen wel. Als ik het vraag, doet ze het wel. Ze kunnen me echt niet missen. Die gaat nooit weg. Wat zullen ze van me denken? Denken ze dat ik niets te doen heb? Stel dat ze nee zeggen. Als het bedrijf moet inkrimpen, lig ik er als eerste uit. Waarom moet mij dat weer overkomen? Enz.

FacebookTwitterEmailLinkedInWhatsApp

Getagd met , , , ,
Bewerken

Praten vanuit het hoogste niveau

Dit zijn de niveaus 

  1. Identiteitsniveau
  2. Vermogensniveau
  3. Gedragsniveau
  4. Omgevingsniveau

De namen van de communicatieniveaus die hier worden gebruikt zijn een afgeleide van het model van: Gregory Bateson 1904  – 1980,  door mij uitgewerkt vanuit een andere invalshoek.

Lees meer ›

FacebookTwitterEmailLinkedInWhatsApp

Categorieën

Share

Communicatiepatronen nieuw

Er zit ruis in de omgang van mensen. Ruis in de vorm van ergernissen, terughoudendheid, verontwaardiging, irritatie, onbegrip, afstand. Een deel van die ruis wordt veroorzaakt door de verschillende behoeften en daarmee de verschillende invalshoeken die mensen hebben. Dat is de stelling. De herkenning van de ruis is de onderbouwing.

Drie groepen mensen. Iemand is meer het een, het ander, of beide in gelijke mate. Drie groepen. Drie invalshoeken. Dan kun je aan al die discussies uit het verleden denken. Het gelijk wat iemand claimt. ‘Daar gaat het toch om’, is dan dikwijls de onderbouwing.

De vader of moeder met hun kinderen. Ook zij proberen het beste te geven. Vanuit hun eigen behoeften. Bij de een is dat orde en regels. Bij de ander is het de eigen keuze en als je maar gelukkig bent.

Maar ook het kind heeft eigen behoeften. Behoefte aan duidelijkheid of aan die eigen keuze. Wie kijkt er naar het kind?

Ouders die het beste proberen te geven. Maar waar heeft het kind behoefte aan?

Discussies tussen mensen. In relaties en in vriendschappen. Behoeften die botsen. Niet worden begrepen en daarom beoordeeld en veroordeeld. ‘Er is ook altijd wat’, over iemand die de behoefte heeft om alles te laten kloppen. Als reactie daarop de opmerking ‘die is zo gemakkelijk en stapt overal maar overheen’. Het misverstand. Eén van de vele. Terwijl de persoonlijke behoeften kwaliteiten van mensen zijn.

Misschien in de evolutie wel bedoeld om elkaar aan te vullen. Een manier om te overleven. In dit tijdsgewricht lijkt het een utopie. De vraag: ‘waar heb jij behoefte aan’. Ook deze vraag aan kinderen, om te kijken wat bij hen past, zodat zij niet zoals zo velen in een functie belanden die haaks op hun behoeften staat. Om kinderen te stimuleren en te motiveren. Hun de tegenstellingen leren en hoe daarmee om te gaan. Samen leren werken door elkaar aan te vullen. Aan ouders, maar dan als individuen. Het overzicht en de verschillen in behoeften ontdekken en dan steeds maar tot één conclusie komen. Ik ben ik, omdat de ander anders is.

Share

Van regels naar normen en waarden

Regels zeggen heel veel. Ze zeggen, dat als je te hard rijd, je een norm overtreedt. Achter die regel zit de gedachte: breng anderen niet in gevaar. Al die geboden, van verkeersregel, niet inrijden, tot kom op tijd. Dat soort regels. Dat zijn de normen en zij vormen onze regels.

Het begrip veiligheid als belangrijkste waarde kun je erin lezen. Veiligheid, één van de belangrijkste behoeften van de mens.

Er is nog een deel van regels. Respectvol. Je gaat niet, daar komt de norm weer, met je voeten bij iemand op de tafel zitten. Je liegt iemand niet voor.

Er komt geen politie, je krijgt geen bon, maar in dit deel van de regels zitten andere straffen. Niet geaccepteerd worden. Afgewezen. Dat is de belangrijkste straf. De vorm waarin kan van alles zijn. Niet meer bellen, negeren, enzovoort. Die regels zijn ook normen. Maar, ze zijn onduidelijker en kunnen voor conflicten zorgen. Dat komt omdat ieder mens bepaalde normen belangrijk vindt  Waar de een veel belang aan hecht, vindt de ander minder  belangrijk. Met de klemtoon op minder belangrijk. Dat is de wereld waar we in leven. Allemaal mensen met eigen normen.

Van norm naar waarde

“Je gaat niet met je schoenen op tafel zitten”, als norm, is één van vele regels. Daarboven staat een hoger niveau. De waarden, waar de normen van zijn afgeleid. Bijvoorbeeld respect. Een ander voorbeeld: de norm is, “je mag niet stelen” en daarboven zit de waarde eerlijkheid. Het is de waarde die veel meer bestrijkt dan die ene norm: “je mag niet….”

Het is de waarde, in dit geval eerlijkheid, die het gevoel oproept, de herinneringen, de fantasieën. Het zijn de waarden die ook de conflicten oproepen. Tussen twee mensen. Tussen groepen Tussen landen. Tussen volkeren.

Daar tegenover staat  dat de waarden alle regels bevatten en daarmee alle normen. Je kunt best tegen bepaalde regels zijn, maar zonder kan je ook niet.

Jouw belangrijkste waarden kunnen een weg voor jou zijn. Niet om jezelf te overtreffen of te overstijgen. Het is een weg om meer bij jezelf te komen, jezelf te zijn. Gewoon jij. Gewoon jij, zoals je eigenlijk bent.

Bij goed gebruikt zijn onze waarden ons houvast. Misschien is het ons doel om te worden zoals onze belangrijkste waarde ons aangeeft. Misschien zit daar een deel van de weg in die wij mensen zoeken.

 

 

Share

Verschillende kernbehoeften

De leidinggevende stapt erop af, is nieuwsgierig, staat open voor veranderingen, vernieuwing en gaat de discussie niet uit de weg. Allemaal omschrijvingen van iemand die meer risiconemend is.

Tegenover hem zit de medewerkster. Zij heeft een andere invalshoek, risicomijdend. De medewerkster stapte er niet zomaar op af. Die denkt eerst even aan het risico wat ze daarmee loopt. Wat de consequenties kunnen zijn. Zij heeft behoefte aan zekerheid en is gericht op voorkomen. Een vaste baan en voorspelbaarheid van wat er gaat gebeuren.

Daar zitten dan twee mensen tegenover elkaar. Ieder met een eigen behoefte die haaks staat op die van de ander. Een situatie die speelt in elke werksituatie.

Wie heeft er gelijk?

Een deel van de mensen, ook in organisaties, is meer risiconemend, een ander deel is meer vermijdend en nog een deel is beide in gelijke mate. Waar het dikwijls spaak loopt is bij mensen met tegengestelde behoeften. Die begrijpen niet dat een ander zo anders kan reageren.

Vanuit de leidinggevende is het wel dezelfde medewerkster die in vergaderingen terughoudend (risicomijdend) reageert op zijn ideeën en initiatieven. Ja maar, hoort hij.

Een uitspraak die je eerder van meer vermijdende mensen eerder kunt verwachten, dan van mensen die meer benaderend zijn.

Vanuit zijn behoefte ziet en hoort hij reacties bij haar, die hij niet heeft en niet van zichzelf kent. Hij zou niet zo snel op die manier reageren. Niet erg proactief van die medewerkster, kan dan al snel de beoordeling zijn.

De vraag: functioneringsgesprekken, hoe objectief zijn ze, krijgt door deze invalshoek een andere lading. Dan gaat het niet over de leidinggevende en de medewerkster als functionarissen, maar dan gaat het over de mensen achter de functie.  Mensen met behoeften die haaks kunnen staan op die van een ander.

Wat kun je hiermee?

De tegengestelde behoeften hebben een functie. Dat is elkaar aan kunnen vullen. Het risicomijdende van de medewerkster en het risiconemende van de leidinggevende kunnen, als zij dit bij zichzelf herkennen, versterkend gaan werken.  Iemand die mee risiconemend is, kan zich afvragen: welke risico’s loop ik met mijn initiatief? Vraag het aan iemand die meer risicomijdend is, of beter nog, luister naar: ‘ja maar’.

Iemand die meer vermijdend is kan zich afvragen: wat maakt dat initiatief mogelijk. Vraag het aan iemand die meer benaderend is, luister naar de mogelijkheden.

Share

Productgericht of mensgericht

Wanneer je de hele dag aan een bureau kan zitten en zo met je werk op kunt gaan, dan is dat productgericht. Hetzelfde geldt voor al die beroepen die langdurige concentratie vragen. Programmeur, telefoniste, alles op het gebied van administratie, productiewerk, zijn hier enkele voorbeelden van. De norm is dat je de hele dag met iets bezig bent.

Telefoniste is zo’n voorbeeld. De hele dag met mensen praten wat mensgericht lijkt, maar productgericht is. De behoefte aan contact van mens tot mens wordt namelijk niet vervuld. Gedrag van mensgericht is het alert zijn op mensen. Ga maar eens een afdeling op waar allemaal mensen aan een bureau zitten. Je komt de afdeling op en je ziet enkele mensen kijken naar wie er aankomt en gelijk kijken ze weer op hun scherm. Productgericht en een deel mensgericht. Er zijn ook mensen die anders reageren. Die kijken helemaal niet. Duidelijk productgericht. Dan zijn er nog die mensen die kijken en blijven kijken, misschien zelfs op je afkomen. Hallo, hoe is het met jou? Mensgericht.

De uitspraak, ik houd werk en privé gescheiden, kan op veel fronten plaatsvinden, maar jouw behoeften neem je mee naar je werk en vind je thuis ook.

De productgerichte vrouw die, zelfs al gaat ze even zitten, na enige tijd toch weer iets wil gaan doen. De productgerichte man die of gaat klussen, achter de computer gaat zitten of op een andere manier bezig is. De hele avond praten schiet ook niet op. Daar kan de meer productgerichte ongedurig van worden. De mensgerichte man of vrouw die meer mensen en relaties centraal stelt in een gesprek. Contact zoekt met anderen.  Weet je het van elkaar, dan kan het allemaal interessanter worden. De een productgericht en de ander mensgericht? Dan heb je twee invalshoeken. Dan kun je elkaar gaan aanvullen.

Reacties

Het is fascinerend om te zien hoe meer productgerichte mensen kunnen reageren op de meer mensgerichte mensen en andersom. Je ziet het al in de politiek, waar de ene politicus zich sterk maakt voor de mens en de ander voor de regels. Want ook regels zijn productgericht.

Dus u laat die mensen zomaar op straat lopen? Mensgericht. We hebben regels afgesproken en daar houd ik mij aan. Ik ga hier niet over individuele incidenten praten. Productgericht.

De verontwaardiging van beide kanten. Hoe kan je zo over mensen praten? Ja maar die regels hebben we juist voor die mensen gemaakt. U was daar toch bij? We zijn hier toch om regels te maken? De logica van de een botst met die van de ander.

Maar ook gewoon thuis. De mensgerichte vrouw, die persoonlijk contact wilt hebben en haar productgerichte partner elke avond ziet verdwijnen naar de schuur of een kamer waar deze bezig is met iets. Kom nou gezellig in de kamer zitten.

De mensgerichte man die met zijn productgerichte partner praat terwijl deze met iets bezig is, of ongedurig zit te wachten tot het gesprek is afgelopen. Onbekendheid met de verschillen in behoeften kunnen voor veel misverstanden zorgen.     

Share

Kernbehoeften en communicatie

Er zit ruis in de omgang van mensen. Ruis in de vorm van ergernissen, terughoudendheid, verontwaardiging, irritatie, onbegrip, afstand. Een deel van die ruis wordt veroorzaakt door de verschillende kernbehoeften en daarmee de verschillende invalshoeken die mensen hebben. Dat is de stelling. De herkenning van de ruis is de onderbouwing.

Drie groepen mensen. Iemand is meer het een, het ander, of beide in gelijke mate. Een beeld kan dit meer inzichtelijk maken. Elke persoon staat voor een deel van alle mensen.

Drie groepen. Drie invalshoeken. Dan kun je aan al die discussies uit het verleden denken. Het gelijk wat iemand claimt. ‘Daar gaat het toch om’, is dan dikwijls de onderbouwing.

De vader of moeder met hun kinderen. Ook zij proberen het beste te geven. Vanuit hun eigen kernbehoeften. Bij de een is dat orde en regels. Bij de ander is het de eigen keuze en als je maar gelukkig bent.

Maar ook het kind heeft eigen kernbehoeften. Behoefte aan duidelijkheid of aan die eigen keuze. Wie kijkt er naar het kind?

Ouders die het beste proberen te geven. Maar waar heeft het kind behoefte aan?

Discussies tussen mensen. In relaties en in vriendschappen. Kernbehoeften die botsen. Niet worden begrepen en daarom beoordeeld en veroordeeld. ‘Er is ook altijd wat’, over iemand die de behoefte heeft om alles te laten kloppen. Als reactie daarop de opmerking ‘die is zo gemakkelijk en stapt overal maar overheen’. Het misverstand. Eén van de vele. Terwijl de persoonlijke kernbehoeften kwaliteiten van mensen zijn.

Misschien in de evolutie wel bedoeld om elkaar aan te vullen. Een manier om te overleven. In dit tijdsgewricht lijkt het een utopie. De vraag: ‘waar heb jij behoefte aan’. Ook deze vraag aan kinderen, om te kijken wat bij hen past, zodat zij niet zoals zo velen in een functie belanden die haaks op hun behoeften staat. Om kinderen te stimuleren en te motiveren. Hun de tegenstellingen leren en hoe daarmee om te gaan. Samen leren werken door elkaar aan te vullen. Aan ouders, maar dan als individuen. Het overzicht en de verschillen in de kernbehoeften ontdekken en dan steeds maar tot één conclusie komen. Ik ben ik, omdat de ander anders is.

De herwaardering

Kijk je vanuit ik naar anderen, dus met het besef dat de ander heel andere invalshoeken kan hebben, dan ontstaat een nieuwe mogelijkheid en daarmee een nieuwe keuze. Bijvoorbeeld de keuze om niet enkel uit te gaan van je eigen behoefte, maar ook de behoefte van de ander te ontdekken door met deze kennis te kijken en te luisteren. Een totaal andere kijk op mensen kan het gevolg zijn en dat is goed voor ‘ik’ en goed voor de ander. Je bereikt elkaar via de herkende kernbehoefte.

Share

productgericht versus mensgericht

Twee tegenstelde behoeften met ieder een eigen communicatiepatroon. Je hebt ze allebei in je, maar  meestal is een van de twee overheersend.

Er zijn mensen bij wie beide behoeften meer in evenwicht zijn. Het betekent dat miscommunicatie dan minder vaak op zal treden. Afhankelijk van de persoon met wie je communiceert, switch je gewoon van de ene naar de andere behoefte. Geen vuiltje aan de lucht. Dat kun je leren.

Product- en mensgericht in de werksituatie

Iemand die meer productgericht is, is in de communicatie op zoek naar een gezamenlijke interesse. Die heeft het liever over iets.

Iemand die meer mensgericht is in de communicatie op zoek naar informatie hoe de ander is en zoekt daarbij naar overeenkomsten.

‘Hoe is het met jou?’ ‘Ja goed hoor’. Want moet je nog meer vertellen als je productgericht bent. ‘Ik bedoel hoe het nu echt met je is’. ‘Je was gisteren toch niet lekker?’ ‘Ik vind dat je er nog steeds een beetje belabberd uit ziet’. ‘Als je hulp nodig hebt, dan ben ik er voor je hoor’.

Hier is duidelijk een mensgerichte aan het woord. Als meer productgerichte wil je het liever over iets anders hebben dan de hele tijd over jou.

Zoals:

‘hoe was het gisteren bij de garage? Wat was er nou aan de hand?’ Met zo’n vraag kan de meer productgerichte wel uit de voeten. Er komt een opsomming van wat er allemaal mankeerde aan de auto en wat er moest gebeuren om de APK in orde te krijgen. Lekker concreet. Is de vraagsteller ook productgericht, dan kan het gesprek langere tijd heel geanimeerd verlopen.  Met de auto als onderwerp. Twee mensen die een interesse delen.

In een gesprek tussen een productgerichte leidinggevende en een mensgerichte medewerker zal de leidinggevende het eerder over iets hebben dan over iemand. ‘Vlot het een beetje met dat rapport?’ ‘Tegenover: heb je er veel werk aan gehad?’

Product- en mensgericht in de privésfeer

‘Kijk’ zegt de ene vriendin tegen de ander. ‘Dat is een leuk jurkje’. ‘Past goed bij jou’.  Vind jij dat ook? Een paar leuke schoenen erbij en jouw avond kan niet meer stuk. Je moet me vanavond tussendoor wel bellen hoor. Heb je er wel zin in? Of zie je er tegenop. Ik gun het jou zo, dat het een leuke avond wordt’.

In het hele gesprek is duidelijk het communicatiepatroon van de mensgerichte vriendin te horen. Een gesprek van persoon tot persoon. Een meer productgerichte vriendin zal meer over het product, jurk, schoenen, hebben.

Iemand die meer productgericht is communiceert liever via iets en zoekt naar gezamenlijke interesse. Een meer mensgerichte man of vrouw communiceert liever van persoon tot persoon en zoekt naar gezamelijke persoonlijke eigenschappen.

Share

Solist versus teamspeler

In de werksfeer is het verschil tussen een solist en een teamspeler duidelijk zicht- en hoorbaar. Zichtbaar, omdat een solist vaak meer op zichzelf is en de teamspeler veelal meer een groepsmens is. Hoorbaar, omdat een solist veel meer  in de ‘ik’ vorm spreekt tegenover de ‘wij’ vorm van de teamspeler.

Binnen een team kan dat voor de nodige wrevel zorgen. Samen de schouders er onder zetten om het project tot een goed einde brengen, is iets wat een solist maar ten dele aanspreekt. Die kan echt wel in een team functioneren, maar dan beter met een goede taakverdeling en ruimte om alleen te werken, dan het veelvuldige overleg waar de teamspeler zich goed bij voelt.

Solist: Als jij nu dit stuk van de werkzaamheden voor je rekening neemt, doe ik de rest.

Teamspeler: Zullen we die rapportage samen doen?

Hoe is het thuis, bij de solist en de teamspeler

In de relationele sfeer vind je deze behoeften, met de daarbij behorende communicatiepatronen, ook. De partner die zich ‘s avonds liever op tijd terugtrekt om een boek te lezen, of achter de computer te gaan zitten Of misschien een stuk te gaan fietsen. Deze persoon is echt wel in staat om te voldoen aan de behoefte van de ander om gezamenlijke interesses te bespreken, maar hoe korter en bondiger, hoe beter.

Wanneer de ander een teamspeler is, dan kan bij deze persoon een gemis aan contact ontstaan, die de relatie niet altijd ten goede zal komen. Waarom niet gezellig samen naar de tv kijken. Waarom niet samen gezellig met de kinderen een spelletje doen. Waarom niet gezellig samen op visite gaan. Waarom niet gezellig samen een sport beoefenen.

Allemaal situaties die met de kennis van de behoeften en de daarbij behorende communicatiepatronen, positief geconcretiseerd kunnen worden zonder af te doen aan de eigen waarde of aan die van de ander. Het is een kwestie van geven en nemen.  Het boek lezen in de woonkamer, is samen maar toch ook een beetje alleen. Een spelletje doen, maar niet te lang. Voor op visite gaan, het zelfde laken een pak. Samen sporten, maar dan het liefst een individuele sport.

Teambuilding door teamindividualisering

Terugkomend op de werksituatie, wordt duidelijk dat teamindividualisering de samenwerking juist kan bevorderen in plaats van afbrokkelen. Samen één, met voldoende ruimte voor ‘ik’.

Share

Risiconemend versus risicomijdend

Twee behoeften die tegengesteld zijn aan elkaar. Twee behoeften die elkaar kunnen bijten wanneer ze onbekend zijn. Aanvullend, wanneer  kennis hierover gebruikt gaat worden om elkaar aan te vullen in plaats van het gaan voor het eigen gelijk.  Bijkomend voordeel van deze kennis is, dat mensen in hun waarde worden gelaten. Er is namelijk geen goed of slecht. Enkel tegengesteld.

‘Mensen’ zegt de risiconemende leidinggevende, ‘ik heb besloten dat we geen vaste werkplekken meer hebben. Je kan nu aan ieder bureau werken’. Een eveneens risiconemend deel van de werknemers vindt dat leuk. Weer eens contact met een ander bijvoorbeeld. Wat een gedoe, vindt het risicomijdende deel van de werknemers. Iedere keer alles verplaatsen en je weet van tevoren niet waar je terecht kan en met wie je te maken krijgt.

Het benaderende gedrag en de reacties die horen bij risiconemend, zie je dus ook in werksituaties. Net zo vaak als het vermijdende gedrag en de reacties, die horen bij risicomijdend. ‘Ja maar…’ tegenover ‘we gaan er gewoon voor’. Twee communicatiepatronen met voor- en nadelen. Bekendheid met de materie kan er voor zorgen dat ‘ja maar…’ niet enkel gezien wordt als een obstakel, maar ook gezien kan worden als een rem om zeker te weten dat het initiatief goed is. Dat misschien hij of zij wel gelijk heeft.

‘We gaan ervoor’ is even slikken voor iemand die risicomijdend is, maar een geruststellend antwoord of een onderbouwde reactie op het ‘ja maar…’ kan deze persoon over de streep trekken. Je eigen behoeften en de daarbij behorende communicatiepatronen kennen is het halve werk. De andere helft kan je vanzelf spelenderwijs leren, omdat jij die tegengestelde behoefte ook in je hebt, alleen wat ondergesneeuwd. Misschien krijg je deze tegengestelde behoeften wat meer in evenwicht. Het grote voordeel daarvan is dat er niet zo snel meer ogen omhoog gaan of dat er onderdrukt gezucht wordt.

Twee tegengestelde behoeften in de privésituatie

Waar gaan we naar toe met vakantie en op welke manier. Ik, zei de een, zou graag naar dezelfde camping gaan als vorig jaar. We weten de weg, we kennen de camping en de kinderen komen misschien dezelfde vriendjes en vriendinnetjes tegen. Ik, zei de ander, ga liever gewoon op weg en we zien wel wat we tegen komen. Gewoon een beetje avontuur.

Twee mensen met een tegengestelde behoefte en ieder met hun eigen gelijk. Er is namelijk voor beide standpunten iets te zeggen. De mogelijkheid bestaat dat de vakantie een meningsverschil wordt en de sterkste wint meestal.

Bekendheid met de eigen behoefte en die van de ander en de daarbij behorende communicatiepatronen  kan ervoor zorgen dat het meningsverschil opgelost kan worden door een compromis. In plaats van tegenover elkaar, elkaar tegemoet komen. Deze keer een vakantie waar iedereen blij mee is.

 

Share
Scroll Up