Onderzoek kerngedachten

1 – Het onderzoek

In januari 1997 is met het onderzoek begonnen. Bij mensen die gecoacht werden en bij mensen die een training volgden en vele vrijwilligers.
Bij hen werd, bij het naar voren brengen van een probleem cq. vraagstuk, gevraagd naar de gedachten die daar een rol bij speelden.

Doel van het onderzoek

Het doel van het onderzoek was om zicht te krijgen welke gedachten een rol speelde bij een bepaalde problematiek.
Omdat al vrij snel duidelijk werd dat bepaalde gedachten een steeds terugkerende rol hadden, verlegde het onderzoek zich naar de vraag welk soort gedachten dit waren en of het mogelijk was voor de deelnemers om door herkenning van deze gedachten hier invloed op uit te oefenen, ofwel op een andere manier omgaan met problemen die men tegenkomt in werk- en privé-situaties.

De werkwijze bij het onderzoek

De opzet van het onderzoek was om twee metingen te verrichten.

1. welke gedachten speelden een rol bij hun huidige situatie en beleving?
2. Welke gedachten gingen voorafgaand aan het probleem cq. vraagstelling?
(De bron. Daar waar het fout ging)

De invalshoek hierbij was dat de deelnemers een extra middel kregen om te leren omgaan met hun huidige situatie (probleem) en zich verder te ontwikkelen voor toekomstige situaties.
Dit laatste om te voorkomen dat zij in de toekomst door hun manier van denken dezelfde fouten zouden maken en daardoor in dezelfde positie zouden komen.
Om hun dit extra middel te geven, werden de gedachten zichtbaar gemaakt die hierbij een rol speelden.
Vervolgens werd ingegaan op de situatie die aan het probleem was voorafgegaan. Hierbij werd gezocht naar het moment dat de deelnemer er nog van uitging dat: iets wel door zou gaan, wel zou lukken, steun zou krijgen, etc.

Welke gedachten gaven hem of haar die zekerheid in het verleden (de bron) en hoe reëel en effectief waren die gedachten?

Terugkijken en leren, was de manier voor het beter kunnen omgaan met toekomstige situaties.

Aard problematiek c.q. vraagstelling

Niet uitgekomen verwachtingen
Gevoel te worden ondergewaardeerd
Stress
Er zit meer in, maar het komt er niet uit
Teleurstelling door afspraken die niet werden nagekomen
Het gevoel van constant brandjes moeten blussen
Conflicten
Burnout
Geen zin meer om te werken
Verlegenheid
Faalangst
Doelloos
Het gevoel geen mogelijkheden te hebben
Machteloos voelen
Last van sfeer op werk of thuis
Moeizame samenwerking
Geen keuze kunnen maken
Piekeren/malen
Identiteit zoeken
Tijdsdruk/werkdruk
Het gevoel klem te zitten tussen …..
Belemmerende regels, structuur, omgeving
Gespannen
Het gevoel hebben er alleen voor te staan
Het idee geen keuzes te hebben
Geen rust kunnen vinden

De resultaten

Hoewel de problematiek c.q vraagstelling individueel werd bepaald en geuit, bleek dat een zestal soorten gedachten, bij elk probleem c.q vraagstuk steeds een terugkerende rol speelden. Deze soorten gedachten werden benoemd en werden daarmee voor een ieder herkenbaar. Dit was de doorbraak.

Conclusie

Niet te beantwoorden vragen, toekomstgerichte overtuigingen en niet herkende fantasiegedachten spelen de grootste rol bij het ‘niet goed’ voelen. Zowel bij de bron, als ook bij de latere reactie op problemen.
Mensen met veel overtuigingen en niet herkende fantasiegedachten bleken de sterkste stemmingswisselingen te hebben.
Een deel van de problematiek was te herleiden tot oorzaken van buitenaf en werd door de deelnemer gezien als onoplosbaar. Bij hen was merkbaar dat het creatieve denken geremd werd door hun huidige manier van denken.
Het niet kunnen maken van een keuze had een sterke samenhang met niet te beantwoorden vragen, niet herkende fantasiegedachten, overtuigingen, en opdrachten.
Deze gedachten zorgden voor een constant, niet te stoppen denkproces. (Piekeren).

Een groot deel van de problematiek werd veroorzaakt door verkeerde inschattingen, waarbij
bovenstaande soorten gedachten een rol speelden. Het probleem was in veel gevallen te herleiden tot een teleurstelling van een niet uitgekomen verwachting.
Onzekerheid, teleurstellingen en demotivatie in werksituaties, werden in het algemeen
voorafgegaan door een toekomstgerichte overtuiging. De oude toekomstgerichte overtuiging, werd, wanneer deze niet uitkwam, vervangen door een nieuwe. De manier van denken bleef hiermee onveranderd.

De oorzaak van de problemen werd in bijna alle gevallen gezocht in situaties van buitenaf, mensen, structuren, afspraken, etc. Daar werd ook de oplossing in gezocht, verwacht of op gehoopt.
De deelnemers die het besef kregen van het effect van hun manier van denken, doorbraken dit patroon. Ze leerden zichzelf anders met de situatie om te gaan. Dit deden zij door de kerngedachten te herkennen die het patroon in stand hield. Bij de opbouw van stress bleek bij alle ondervraagden het stellen van niet te beantwoorden vragen, gevolgd door niet herkende fantasiegedachten en voor een deel van de mensen ook de opdrachten, een rol te spelen. Hetzelfde gold voor piekeren en malen. Dit soort gedachten zorgden voor het cirkeldenken, ofwel niet meer kunnen stoppen met denken.

Een kwart van de ondervraagden gaf zichzelf voortdurend opdrachten en had daar last van.
Conflicten in werksituaties spitsten zich in het algemeen toe tot het veelvuldig denken aan, en een innerlijke dialoog aan te gaan met de desbetreffende collega of leidinggevende. De mensen in het denken. De aangereikte methodiek zorgde voor de doorbreking van dit denkproces.

Het gebruik van de zes soorten gedachten nam progressief toe als de deelnemer zijn of haar huidige situatie als onveilig beleefde. De reacties bij veranderingsprocessen waren hier een voorbeeld van. De toename werd met name duidelijk bij gebrek aan informatie, onvolledige en tegenstrijdige informatie. Dat riep niet te beantwoorden vragen op, gevolgd door niet herkende fantasiegedachten en toekomstgerichte overtuigingen. Daarin zat het leed van veel mensen.

Het doel van het onderzoek, het in kaart brengen van de gedachtegroepen die een rol spelen
bij de problematiek c.q vraagstelling, was hiermee beantwoord.
Hoe daar mee om te gaan is terug te vinden in de methodieken. Hiervoor werd voor elk van de zes soorten gedachten een methodiek ontwikkeld.

Onderzoek kernbehoeften

De Zwitserse psychiater Carl Jung 1875 – 1961 ontwikkelde een persoonlijkheidstest, de typologie van personen. Een test die nog steeds wordt gebruikt. Het geeft typologieën weer en daarmee ook een aantal overeenkomsten en verschillen tussen mensen.

Zijn invalshoeken zijn terug te vinden in vele persoonlijkheidstesten, zoals MBTI van Briggs en Myers en bij de meta-programma’s van Noam Chromsky, verder uitgewerkt door Rodger Bailey en Leslie Cameron.

Typologie van personen is ook terug te vinden in verschillende testen waarvan een kleur een uitslag weergeeft. Een kleur staat dan voor een typologie. Bij de Belbintest wordt gebruik gemaakt van typologieën als zaaier en planter.

De invalshoek van de kernbehoeften heeft ook de invalshoek van overzicht en verschillen tussen mensen en hun omgeving. Deze invalshoek onderscheidt zich door de invalshoek van persoonlijke behoeften, het gedrag wat hieruit voortkomt, de manier van reageren en de wijze van communiceren. Het onderzoek wat hiervoor is gehouden begon in 1994 en werd gecombineerd met coachingen en trainingen waarin de onderzoeksresultaten uitgebreid in de praktijk werden getest.

De wijze van onderzoeken

In eerste instantie in coaching gesprekken, later in trainingen. De trainingen waren met name op de communicatie gericht. Leren afstemmen met de kennis van de behoeften, op de manier van communiceren van de ander.

Daarnaast werden er gedurende een jaar persoonlijkheidsprofielen van de kandidaten van een werving- en selectiebureau gemaakt. Deze profielen werden gemaakt aan de hand van een interview, waarna de vragenlijst werd ingevuld om te zien of deze uitslag overeenkwam met het profiel en zo nodig werd de vragenlijst bijgesteld.

Enkele resultaten uit het onderzoek

De kernbehoeften geven een beeld van de behoeften van de mens achter de functie. Per kenmerk zijn mensen in drie categorieën te delen, het één, het ander, of beide.

Er is geen beoordeling. Er is geen goed of fout in de behoeften. Het is de (werk)omgeving die bepaalt of een kenmerk tot z’n recht kan komen. Sluiten de kernbehoeften van de (werk)omgeving aan of staan deze juist haaks op die van de persoon.

Zes paar tegengestelde behoeften

  1. Behoefte aan contact (mensgericht) versus behoefte aan bezig zijn met iets (productgericht)
  2. Behoefte aan afwisseling (risiconemend) versus behoefte aan veiligheid (risicomijdend)
  3. Behoefte aan samen (teamspeler) versus behoefte aan alleen (solist)
  4. Behoefte aan overzicht (overzichtzoeker) versus alles te laten kloppen (verschilzoeker)·
  5. Behoefte aan resultaat (resultaatgericht) versus sfeergevoelig (sfeergericht)
  6. Behoefte aan duidelijkheid (moeter) versus behoefte aan een eigen keuze (willer)

De tegenstelling in kernbehoeften tussen mensen zijn de aandachtsgebieden. Het is de tegenstelling die bij een groot aantal van de testpersonen voor miscommunicatie en demotivatie zorgden.

Een persoon biedt bepaalde kernbehoeften, een functie en de werkomgeving vragen bepaalde kernbehoeften. Bijvoorbeeld de hele dag geconcentreerd bezig kunnen zijn met een product. Waar de behoeften van een persoon en de behoeften van een werksituatie niet aansluiten wordt een extra inspanning gevraagd. Dat deel gaat dan niet van nature en daarmee is dat het aandachtsgebied.

Tot slot

Een doel is de samenwerking binnen organisaties, maar ook in het privéleven, te verbeteren. Dit gebeurt door de verschillen in kernbehoeften tussen personen en de verschillen tussen personen en een functie zichtbaar te maken en handvatten te geven om hier gericht mee om te gaan.

© School voor praktische menskunde

Communicatie en de verborgen behoeften

Vanuit jouw eigen kernbehoeften leer je de invalshoeken van de kernbehoeften herkennen die haaks staan op die van jou. Daarnaast leer je hoe je op die andere invalshoek af kunt stemmen.
Dat kan een andere invalshoek van een collega zijn, iemand van het werk, maar daar stopt het niet bij. Ook in je privéleven, zal je merken, kom je dezelfde tegengestelde behoeften tegen. Ook bij mensen die het dichtst bij je staan.
Dat geeft niet alleen meer mogelijkheden, maar het versnelt ook de herkenning. De herkenning is belangrijk is, omdat je met de herkenning begrijpt waarom iemand zo anders reageert.

Dan heb je een keuze die je eerder niet had. De keuze om jouw manier van praten enigszins aan te passen en even de ‘taal’ van de ander te spreken.

De kernbehoeften die aan de basis staan worden het verborgen deel genoemd.  Je kunt ze ontdekken door naar gedrag te kijken, te kijken en te luisteren naar de manier van reageren en naar de wijze van communiceren te luisteren.

1.    De verborgen behoeften

Het verborgen deel zijn de individuele behoeften die ieder mens heeft. De behoeften zijn niet zichtbaar.

2.    Het gedrag

Met de kennis die je in de zelftraining opdoet, wordt het gedrag wat uit de behoefte voortkomt herkenbaar.

3.    De reacties

Ook de reacties die uit de behoefte voortkomen worden herkenbaar.

4.    Communicatie

Hoorbaar is de behoefte in de communicatie. Dat is de sleutel om de ander te bereiken.

Een extra vaardigheid

Wanneer je een ander wilt bereiken, contact wilt leggen, kijk en luister dan met nieuwe kennis naar de ander en ontdek waar hij of zij behoefte aan heeft. Die vaardigheid geeft je net dat beetje meer. Een nieuwe vaardigheid om de ander te bereiken door jouw communicatie enigszins aan te passen. Even de ‘taal’ van de ander spreken. Het maakt het niet uit of het een partner is, een kind, familie, vrienden, collega’s klanten. Het zijn allemaal mensen met  behoeften.

 

Het Gedachten Analyse Programma

Het doel van het Gedachten Analyse Programma is om in evenwicht te komen met jouw brein. Dit doe je door al die gedachten op te sporen waarvan je straks weet dat die buiten het speelveld van je denken liggen. Gedachten die je denkt te weten, maar die je in de wereklijkheid niet kunt weten.

Gedachten die je leert herkennen door de groepen kerngedachten te leren en door er bij de herkenning bij stil te staan en de herkende gedachte, een kerngedachte, nog een keer tegen het licht te houden.

Om dat doel te bereiken, moet je de drie groepen kerngedachten leren.  Je kunt beginnen door naar anderen te luisteren, om in de communicatie de kerngedachten te ontdekken, of je begint bij jezelf, met de stem in je hoofd. Het maakt niet uit. Uiteindelijk kom je toch bij jezelf uit. Bij de stem in je hoofd.

Om de drie kerngedachten te leren herkennen volg je de volgende weg.

1 –       Je begint met het besef dat nu de werkelijkheid is

Dat is nodig  omdat je gedachten nu nog alle kanten opschieten en dat gebeurt  veelal onbewust. Nu, wordt jouw basis, waar je steeds naar terug   kunt keren. Het nu is de positie van de werkelijkheid. De positie waarin het verleden achter je ligt en de toekomst nog niet bestaat. Die bestaan alleen maar in je denken.

2 –        De begrenzing of beperking van je denken

Dit te weten is cruciaal.  Om tussen al die gedachten die je hebt, vele duizenden per dag, de   drie kerngedachten te kunnen herkennen en te herwaarderen, heb je een filter nodig. Dat filter heet het speelveld van je denken.

Het speelveld van je denken maakt duidelijk welke gedachten je kunt weten en welke niet. Dat geeft je de mogelijkheid om denkprocessen bij te stellen, voordat als deze een (negatief) gevoel oproepen. Stress, piekeren, langdurig twijfelen en al die kwalen van   het denken, kun je hiermee bij de bron te stoppen.

3. Het nu ervaren

Het nu is zo dichtbij dat je er over heen kijkt. Nu is de werkelijkheid Een werkelijkheid waar je dikwijls uitgaat, zonder het te beseffen. Dan zit je ‘in je hoofd’. In die andere wereld dan de werkelijkheid.  Soms of dikwijls zit je dan in je hoofd en kun je er niet meer uitkomen. Dan is het, in een metafoor, een tunnel. Met de kennis van het Gedachten Analyse programma (Deel 1 van 2) heb je vijf herkenningspunten, zoals hier omschreven, om uit die tunnel te komen.

4 –        De drie kerngedachten leren herkennen

Niet te beantwoorden vragen.

Hé, dat is een vraag. Weet ik dit? Kan ik dit weten?

Toekomstgerichte overtuigingen.

Hé, dat is een overtuiging. Weet ik dit? kan ik dit weten?

Niet herkende fantasiegedachten.

Hé, dat is een fantasie. Dat is één mogelijkheid. Nu ik dat weet kan ik er meer bedenken, 5 + 1.

Daarmee heb je de kennis, die je om kunt zetten in een vaardigheid. Je leven lang. Er gebeurt iets en dat roept gedachten op. Net als eerst. Maar er is toch iets veranderd. Je kunt tussen al die gedachten die dan worden opgeroepen de drie kerngedachten herkennen en daarbij stilstaan. Dan heb je meer grip op je eigen gedachten, je gedrag, je reacties.

Als je het eens bent met onderstaande zin, herhaal deze zo vaak mogelijk in gedachten. Dit om het besef mogelijk te maken.

Ik leef in het NU, alleen mijn denken weet dat niet.

Of als dat je meer aanspreekt:

 Nu is de werkelijkheid, maar mijn denken weet dat niet.

Gebeurt er iets en wordt het druk in je hoofd, stop dat dan eerst door aan de zinnen van het nu te denken. Ga desnoods even op de wc zitten. Ben je (even) terug naar het nu luister dan naar je gedachten en stop bij een kerngedachte.

Hoe meer je dit doet, des te sterker benadruk je jouw positie van de werkelijkheid.

Heeft de stem in je hoofd in veel situaties dat besef, dan heeft dat een directe invloed op jouw manier van denken.

Want zelfs al maak jij je even heel druk over iets dat nog kan gaan gebeuren, het besef kan er voor zorgen dat je terug gaat naar het NU, de werkelijkheid.

Dat besef zegt je dat het kan gebeuren, maar dat het nog niet zo ver is en dat er ook iets anders kan gebeuren. Ik weet het niet, is dan steeds jouw conclusie en dat roept geen gevoel op. Geen prettig en geen onprettig gevoel. Want zowel een prettig als een onprettig gevoel over iets in de toekomst haalt jou uit evenwicht.

Is het een prettig gevoel, dan wordt het een verwachting. Soms valt het tegen, gaat het niet door, loopt het toch anders. Dan is er de teleurstelling. Die heb je dan op deze manier zelf gecreëerd.

Zo heb je het geleerd, jij en alle mensen. Is het een onprettig gevoel, dan kan het, als het zo ver is, meevallen. Er in ieder geval heel anders uitzien als je al die tijd hebt bedacht. Ook dat is een verwachting en al is er dan geen teleurstelling, je hebt je al die tijd niet goed gevoed en ook dat heb je zelf, met gedachten, gecreëerd.

Leer jezelf om je in het nu goed te voelen. Leg daar je focus op. Dan sluit het gevoel wat je dan hebt aan op de werkelijkheid.

 

Tijd om met je gedachten aan de gang te gaan?

Het Gedachten Analyse Programma is een hulpmiddel om met je gedachten aan de gang te gaan. Niet alle gedachten, want dat zijn er veel te veel.

Je kunt het vergelijken met een trein die een wissel tegenkomt

De wissel bepaalt de richting van de trein. Een kerngedachte bepaalt de richting van jouw gedachtepatroon. De herkenning van een kerngedachte onderbreekt dat gedachtepatroon. Daarmee heb je een mogelijkheid om meer grip op je gedachten te krijgen. Wij vinden deze kennis belangrijk genoeg om te delen.

Als kind heb je geleerd hoe je moet denken

Van jouw ouder(s) en andere mensen uit jouw omgeving. Net zoals wij het onze kinderen weer leren. Met de ontdekking van het speelveld van ons denken, wat aangeeft wat we wel en wat we niet kunnen weten, maakte het voor ons duidelijk dat er een fout zit in hoe wij mensen denken. De fout die wij weer doorgeven aan onze kinderen. Een fout die jou tegenhoudt om verder te groeien, je verder te ontwikkelen.

Je hebt niet geleerd om de grenzen te herkennen die wij als mens met ons denken hebben

Daardoor schieten je gedachten alle kanten op. Wanneer jij denkt ben jij je niet bewust van die grenzen en dat speelt een rol bij piekeren, stress, burn-out, veel angsten, onzekerheid, verlegenheid, identiteit, en is van invloed op stemmingen. Het veroorzaakt onnodig veel denken.

Je denken leidt een eigen leven, zonder dat jij daar grip op hebt

Deze nieuwe manier geeft je de mogelijkheid om hier verandering in te brengen en je manier van denken aanzienlijk te verbeteren. Je maakt kennis met het speelveld van je denken en drie kerngedachten. Met de kennis hiervan kun je jouw denkpatronen doorbreken en je als mens verder ontwikkelen. Dan kun je ervaren dat er meer mogelijk is.

Besluiten en identiteit

De moeder die niet luistert kan het kind doen besluiten om maar niets meer te vertellen. De moeder is de situatie. Het kind reageert. Het reageert op de situatie. Met die reactie bouwt het kind een stukje van de eigen identiteit op. In dit voorbeeld een jongetje wat stil is.

Het besluit kan zo veel opleveren, dat het in een situatie die lijkt op de situatie van de moeder, als vanzelf terugkomt. Het wordt een stille man.

Een onbewust proces dat een leven lang kan doorgaan, met als basis het oude besluit.

Begrippen als identiteit omschrijven een persoon. Wie ben ik? Is de vraag die ons veelvuldig bezig kan houden. Het kind, maar met name de puber die voor de spiegel staat en probeert te wennen aan het gezicht en lichaam dat het zijne of de hare is.

Het is de vraagstelling van ons denken wat vanuit de binnenwereld het antwoord buiten hoopt te vinden. In het spiegelbeeld.

Stel de goede vraag. Onze identiteit is het antwoord op de vraag; hoe ben ik eigenlijk. Gewoon jezelf zijn, het is zo’n makkelijk advies, maar een puzzel voor velen.

Wanneer ik over mijn buurvrouw praat en omschrijf wie zij is, dan kom ik met een naam en omschrijving van het uiterlijk. Omschrijf ik wat zij is, dan kom ik met een beroep, geslacht en nog wat van deze termen.

Wil ik echter een goed beeld schetsen van mijn buurvrouw en neem de invalshoek hoe zij is, dan omschrijf ik haar als kernidentiteit. Aardig, behulpzaam, geduldig, etc.

Ik omschrijf haar in eigenschappen.

In eigenschappen is ook de omschrijving van jou, hoe je bent als je volkomen jezelf bent.

Hoe ben ik eigenlijk? is dan ook de goede vraag wanneer je op zoek gaat naar jouw kernidentiteit.

Dan ben je misschien aardig, geduldig, vriendelijk, open, eerlijk, etc.

Maar in het gewone leven ben je op je hoede, want dat heb je geleerd van jouw omgeving. Je beschermt jezelf en dat doe je met gedachten.

“Ze zullen aan mij niet merken dat ik ermee zit”, is bijvoorbeeld jouw besluit. En zo ben je van binnen iemand anders dan je van buiten laat zien. Dat doe je met een besluit.

Zo heb je dat jouw hele leven gedaan. Van jongs af aan heb jij, net als ieder mens, besluiten genomen.

Net als elk mens reageerde je op leugens, agressie, geen aandacht, negeren, kortom op alles wat je tegenkwam.

Zo heb je in jouw leven vele besluiten genomen. Besluiten als antwoord op een situatie die op jou afkwam.

Het gevolg is dat jouw identiteit, weliswaar door jezelf, maar door de invloed van jouw omgeving is gevormd.

Jouw geheugen zit dus vol oude gedachten en gedachten die je hebt overgenomen, of hebt bedacht als reactie op de situatie van toen. Waarschijnlijk omdat ze zo logisch klonken of ze jou een goed gevoel gaven.

Uit: Verlos je kernidentiteit. Zie winkel.

 

 

Gedachten Analyse Programma

Voor deze benaming is gekozen, omdat het een beschrijving weergeeft die aansluit bij de praktijk. Het gaat over gedachten. Met de herkenning en de eventuele bijstelling (herwaardering) van een kerngedachte, analyseer je de herkende gedachte.

Wat voor kerngedachte is het en hoe ga ik ermee om? Dit zijn de vragen die het analyseproces beschrijven. Het programma beschrijft de stappen die je moet nemen om met je eigen gedachten om te kunnen gaan.

Het doel van het Gedachten Analyse Programma

Leer je brein te stoppen bij een kerngedachte. Leer je brein af en toe even stil te staan. Besef is niet voldoende, want je denken neemt het weer over. Dat is de ervaring. Net als bij het besef wat je hebt als je te veel drinkt, rookt, werkt, tv kijkt, of iets anders doet. Af en toe komt het besef en later merk je dat je weer met hetzelfde bezig bent. Zo word je geleefd door je eigen gedachten.

Doe de oefeningen. Dan heeft jouw brein de mogelijkheid om je te helpen om je goed te voelen en in evenwicht te zijn. Dat is het doel.

Het begint met de basis van het Gedachten Analyse Programma. De basis is het speelveld van je denken, wat de grens aangeeft van wat je kunt weten en wat je niet kunt weten. Het is de context van het denken, wat het nu nog mist. Met de eerste drie kerngedachten ga je onbewust die grens over. Daarmee maak jezelf bang voor toekomstige situaties en je maakt jezelf bang voor wat een ander denkt of hoe deze zal reageren. Je neemt verkeerde besluiten en blijft onnodig lang in je hoofd.

We maken ons zorgen. We zijn bang voor iets in de toekomst. Een baan, een gesprek, gezondheid, bang voor hoe iemand gaat reageren of hoe iets af zal lopen. We zitten veel in ons hoofd om dat allemaal te verwerken en een plaats te geven. Nadenken over, het vormt een groot deel van onze belevingswereld.

Motivatie, er wordt veel over gepraat, maar wat is motivatie?

Bent u geïnteresseerd in deze functie schrijf dan een brief met uw motivatie naar………..

Wie kent ze niet, de lijstjes die regelmatig worden gepubliceerd. De top tien lijstjes die weergeven wat mensen motiveert. Dertig procent vindt de beloning het belangrijkste. Twintig procent de sfeer. Acht procent kiest voor carrièremogelijkheden.

Meestal gaat het dan over duizenden ondervraagden. Een hoog aantal als onderbouwing voor de uitkomsten. Dus, geef mensen meer geld en ze gaan harder voor je werken, is bijvoorbeeld een conclusie. Dat is dus maar ten dele waar. De uitkomsten geven een gemiddelde weer en handelen over DE mens of DE medewerker. Echter, de mens bestaat niet. Net als de man, de vrouw, het kind of de medewerker niet bestaat. Wat zegt zo’n uitslag voor het individu en wat zegt het voor jou?

Het effect van deze uitslagen is dat werkgevers faciliteren om van mensen meer inzet en betrokkenheid te verkrijgen. Over patronen gesproken. Dat werkt dus maar bij een deel van de mensen.

Vanaf 1995 heb ik mij, naast trainen en coachen, bezig gehouden met een onderzoek naar wat iemand motiveert en demotiveert in werksituaties. De achterliggende gedachte was: is het mogelijk om iets te bedenken wat alle mensen in werksituaties stimuleert en motiveert? Kernbehoeften is de term die ik hierbij hanteer.

Het antwoord was snel gevonden. Dat is dus niet mogelijk. De reden hiervan, heeft mijn onderzoek uitgewezen, is dat motivatie individueel wordt bepaald. Ieder mens is ook in dat opzicht uniek. Dit betekende geen einde onderzoek, maar was juist het begin van de zoektocht. Een zoektocht die uiteindelijk leidde tot de volgende conclusie:

Een individu wordt gemotiveerd wanneer deze de eigen behoeften herkent in de werksituatie. Deze persoonlijke behoeften kunnen aansluiten op een functie, collega’s en leidinggevenden, ze kunnen daar ook tegengesteld aan zijn. Dus er haaks op staan. Is dit laatste het geval, dan vraagt het werk op die gebieden een extra inspanning. Op die gebieden gaat het werk immers niet van nature.

Voorbeelden van tegengestelde individuele behoeften zijn:

  1. Contact met mensen willen hebben versus met iets bezig zijn
  2.  Regelmatig alleen willen werken versus samen willen werken
  3. De behoefte aan afwisseling versus de behoefte aan zekerheid
  4. De behoefte om alles te laten kloppen, versus de behoefte aan overzicht
  5. Aandacht krijgen voor prestaties versus persoonlijke aandacht
  6. De behoefte aan duidelijkheid versus de behoefte aan een eigen keuze

Een deel van de mensen heeft behoefte aan het één, een ander deel aan het tegengestelde, en dan is er ook nog een deel van de mensen die beide even belangrijk vinden. Zo kun je dus mensen steeds in drie groepen verdelen.

Niet herkende fantasiegedachten

Niet herkende fantasiegedachten

Je denkt na over iets wat in de (naaste) toekomst gaat plaatsvinden. De aanleiding kan van alles zijn. Een opmerking van iemand, iets wat je zelf spontaan bedenkt, of het is een bepaalde gebeurtenis die je aan het denken zet.

Terwijl je denkt ben je even of langere tijd uit de werkelijkheid. Je‘ zit in je hoofd’ en neemt, op dat moment, zintuiglijk minder waar. Je denkt aan.

Even later, als je bent uitgedacht, is het net of je weer terug komt. Je ziet weer van alles, je hoort weer, je neemt de wereld weer waar.

Maar hoe kom je terug?

Er kan iets veranderd zijn, omdat wat je net hebt bedacht een gevoel heeft opgewekt. Is dat een negatief gevoel, dan heb je dat ook in het nu. In de werkelijkheid. Dat gevoel heb je dus net zelf met gedachten gecreëerd.

Het kan ook een prettige gedachte zijn en dan kan dit een goed gevoel opleveren. Je bent dan weer terug in de werkelijkheid met een goed gevoel. Wat er dan kan ontstaan is een gevoel van gemis. Net als in de schoolbanken toen je naar buiten keek. Dat wat je bedenkt, de fantasiewereld, is een andere dan de werkelijkheid. Was ik maar, en je droomt weg. Had ik maar, en je droomt weg, Als…, en je droomt weg. De werkelijkheid waar je in terug komt is een andere dan jouw denkwereld.

De herkenning van de kerngedachten

Als je de gedachte als een niet herkende fantasiegedachte herkent, een van de zes kerngedachten, dan kan er iets gebeuren. Met de herkenning weet je namelijk dat wat je op dat moment (be)denkt een fantasie is.

Met de herkenning kun je het besef hebben dat die fantasie slechts één mogelijkheid is en dat is de werkelijkheid. Je beseft dat het één mogelijkheid is. Daarmee neutraliseer je het opkomende gevoel.

Verwachtingen

Teleurstellingen kunnen alleen dankzij verwachtingen bestaan. Hoe sterker de verwachting des te groter de teleurstelling kan zijn als de verwachting niet uitkomt.  De mens verwacht iets in de toekomst, terwijl hij niet kan weten wat er in de toekomst gaat gebeuren. Zo bouwt de mens teleurstellingen op. Zo maak hij fouten. Zo sloopt hij jezelf.

Je hoeft alleen maar aan je eigen verleden te denken om daar achter te komen. Want hoe dikwijls heb jij in het verleden gedacht dat je altijd vrienden met iemand zou blijven, of dat iets je nooit zou lukken, dat een baan wel of niet doorging, dat je de ander altijd kon vertrouwen. En hoe dikwijls bent je erachter gekomen dat je ernaast zat? Terwijl je het op dat moment toch zeker wist.

Elke toekomstgerichte gedachte is een fantasie

Daarom de stelling dat elke toekomstgerichte gedachte een fantasie is en daarmee één mogelijkheid; gewoon omdat het nog geen werkelijkheid is.

Leren om terug naar het nu te gaan en daar meer mogelijkheden bedenken zal een nieuwe wereld openen met een ander gevoel. Een gevoel van ruimte, want dan ligt er een spectrum aan mogelijkheden voor je die je zelf hebt bedacht en waar jij je daarvoor niet van bewust was.

Dus wanneer je een bepaalde gedachte als een fantasie gaat herkennen en je zich dan realiseert dat die gedachte slechts één mogelijkheid is, dan leer je gerichter en creatiever te denken.

Het NU is de werkelijkheid

Met de stelling, we leven al in het nu alleen ons denken weet dit niet, opent zich een nieuwe weg. Anders dan de weg van meditatie waarmee we in het nu proberen te komen, is het de weg van die gedachten herkennen die ons uit het nu halen. Een andere invalshoek. Niet beter, misschien het beste te omschrijven als een westerse manier om in het nu te komen.

Ons lichaam en alles om ons heen blijft in het nu

Dat is de werkelijkheid. Het is ons denken dat alle kanten opschiet. Het is dan ook ons denken dat moet leren om zo veel mogelijk in het nu te blijven of daar terug te keren. Dit kan door ons bewust te zijn van de grenzen van het speelveld van ons denken. Dan zijn, wat wij denken over het verleden en de toekomst, gedachten en (nog) niet de werkelijkheid. Gedachten en werkelijkheid lopen nu nog door elkaar.

Situaties komen op ons af en het enige wat wij ermee kunnen doen is er zo goed mogelijk mee omgaan

Daarin zit onze keuze. Dit betekent niet het kiezen voor een leven zonder initiatieven. Integendeel. Het is het kiezen voor denken in mogelijkheden, zonder de uitkomst te weten. Het is het onvoorspelbare van de toekomst en van wat anderen denken, die elke zekerheid weghalen. Dat is de werkelijkheid voor ons. Een werkelijkheid waarmee wij kunnen leren om er zo goed mogelijk mee om te gaan.

We zoeken de veiligheid van de voorspelbaarheid. Iets wat in de werkelijkheid niet te vinden is.

Wij zijn meer dan onze gedachten, maar dat zijn we vergeten door ons denken. We zijn ons denken geworden, terwijl ons denken niets anders is dan de code die we als mens gebruiken. Ooit bedoeld als overlevingsmechanisme is het gereedschap de identiteit geworden.

Het lijkt erop dat we de werkelijkheid niet aankunnen

Het lijkt erop dat vooruit kunnen denken niet alleen bedoeld is om ons verder te ontwikkelen, maar ook om ons te beschermen. We beschermen ons tegen de werkelijkheid.

En dan even de fantasie dat we in de werkelijkheid gaan leven. Dat we beseffen dat het verleden voorbij is en de toekomst nog moet komen. Dan kunnen we gaan we leren van gebeurtenissen uit het verleden. Dat verleden is immers voorbij en dus geen werkelijkheid, maar een herinnering. Herinneringen geven we een plaats. Steeds met het besef dat de gebeurtenis in ons geheugen zit. Daarbuiten bestaat die gebeurtenis niet meer.

We leren dus van de herinneringen die we krijgen of ophalen en geven deze herinneringen een plaats. Zelfs de meest verschrikkelijke herinneringen proberen we een plaats te geven, met daarbij gelijk de kanttekening dat verlies en trauma’s verwerking vragen.

Wat heb ik daarvan geleerd? vraag jij je af bij een herinnering

En je bedenkt iets waar je voor de toekomst wat aan kan hebben. Bijvoorbeeld eerder reageren. Elke keer als je die herinnering weer hebt, zeg je: bedankt, ik heb al geleerd om eerder te reageren. Zo her- programmeer je jouw herinneringen waar je last van hebt. Hetzelfde doe je met mensen. Ik heb al geleerd om niet zo snel ja te zeggen, bedankt. De herinnering gaat weg, de les blijft. Het effect is dat je steeds minder herinneringen hebt die jou beïnvloeden. Je kan ze wel ophalen, maar ze komen minder spontaan op.

Met de herinnering komt meestal ook een gevoel. Het gevoel van toen en niet van nu. Je voelt nu, bij een herinnering, het gevoel van toen. Vreemde gedachte, maar dat is wel wat er gebeurt.

Uit het Gedachten Analyse Programma (GAP).