Het Gedachten Analyse Programma

Het doel van het Gedachten Analyse Programma is om in evenwicht te komen met de stem in je hoofd en jouw brein. Dit doe je door al die gedachten op te sporen waarvan je straks weet dat die buiten het speelveld van je denken liggen. Gedachten die je denkt te weten, maar die je in de wereklijkheid niet kunt weten.

Gedachten die je leert herkennen door de groepen kerngedachten te leren en door er bij de herkenning bij stil te staan en de herkende gedachte, een kerngedachte, nog een keer tegen het licht te houden.

Om dat doel te bereiken, moet je de drie groepen kerngedachten leren.  Je kunt beginnen door naar anderen te luisteren, om in de communicatie de kerngedachten te ontdekken, of je begint bij jezelf, met de stem in je hoofd. Het maakt niet uit. Uiteindelijk kom je toch bij jezelf uit. Bij de stem in je hoofd.

Om de drie kerngedachten te leren herkennen volg je de volgende weg.

1 –       Je begint met het besef dat nu de werkelijkheid is

Dat is nodig  omdat je gedachten nu nog alle kanten opschieten en dat gebeurt  veelal onbewust. Nu, wordt jouw basis, waar je steeds naar terug   kunt keren. Het nu is de positie van de werkelijkheid. De positie waarin het verleden achter je ligt en de toekomst nog niet bestaat. Die bestaan alleen maar in je denken.

2 –        Besef krijgen van de stem in je hoofd

Denken doe je met de stem  in je hoofd. Dat gebeurt nu onbewust en daardoor kun jij je ook niet  bewust zijn van de gedachten die je hebt. Door je bewust te zijn   van de stem in je hoofd wordt het ook mogelijk om je bewust te   worden van bepaalde gedachten die je hebt, de kerngedachten.

3 –        De begrenzing of beperking van je denken

Dit te weten is cruciaal.  Om tussen al die gedachten die je hebt, vele duizenden per dag, de   drie kerngedachten te kunnen herkennen en te herwaarderen, heb je een filter nodig. Dat filter heet het speelveld van je denken.

Het speelveld van je denken maakt duidelijk welke gedachten je kunt weten en welke niet. Dat geeft je de mogelijkheid om denkprocessen bij te stellen, voordat als deze een (negatief) gevoel oproepen. Stress, piekeren, langdurig twijfelen en al die kwalen van   het denken, kun je hiermee bij de bron te stoppen.

4. Het nu ervaren

Het nu is zo dichtbij dat je er over heen kijkt. Nu is de werkelijkheid Een werkelijkheid waar je dikwijls uitgaat, zonder het te beseffen. Dan zit je ‘in je hoofd’. In die andere wereld dan de werkelijkheid.  Soms of dikwijls zit je dan in je hoofd en kun je er niet meer uitkomen. Dan is het, in een metafoor, een tunnel. Met de kennis van het Gedachten Analyse programma (Deel 1 van 2) heb je vijf herkenningspunten, zoals hier omschreven, om uit die tunnel te komen.

5 –        De drie kerngedachten leren herkennen

Niet te beantwoorden vragen.

Hé, dat is een vraag. Weet ik dit? Kan ik dit weten?

Toekomstgerichte overtuingen.

Hé, dat is een overtuiging. Weet ik dit? kan ik dit weten?

Niet herkende fantasiegedachten.

Hé, dat is een fantasie. Dat is één mogelijkheid. Nu ik dat weet kan ik er meer bedenken, 5 + 1.

Daarmee heb je de kennis, die je om kunt zetten in een vaardigheid. Je leven lang. Er gebeurt iets en dat roept gedachten op. Net als eerst. Maar er is toch iets veranderd. Je kunt tussen al die gedachten die dan worden opgeroepen de drie kerngedachten herkennen en daarbij stilstaan. Dan heb je meer grip op je eigen gedachten, je gedrag, je reacties.

Als je het eens bent met onderstaande zin, herhaal deze zo vaak mogelijk in gedachten. Dit om het besef mogelijk te maken.

Ik leef in het NU, alleen mijn denken weet dat niet.

Of als dat je meer aanspreekt:

 Nu is de werkelijkheid, maar mijn denken weet dat niet.

Gebeurt er iets en wordt het druk in je hoofd, stop dat dan eerst door aan de zinnen van het nu te denken. Ga desnoods even op de wc zitten. Ben je (even) terug naar het nu luister dan naar je gedachten en stop bij een kerngedachte.

Hoe meer je dit doet, des te sterker benadruk je jouw positie van de werkelijkheid.

Heeft de stem in je hoofd in veel situaties dat besef, dan heeft dat een directe invloed op jouw manier van denken.

Want zelfs al maak jij je even heel druk over iets dat nog kan gaan gebeuren, het besef kan er voor zorgen dat je terug gaat naar het NU, de werkelijkheid.

Dat besef zegt je dat het kan gebeuren, maar dat het nog niet zo ver is en dat er ook iets anders kan gebeuren. Ik weet het niet, is dan steeds jouw conclusie en dat roept geen gevoel op. Geen prettig en geen onprettig gevoel. Want zowel een prettig als een onprettig gevoel over iets in de toekomst haalt jou uit evenwicht.

Is het een prettig gevoel, dan wordt het een verwachting. Soms valt het tegen, gaat het niet door, loopt het toch anders. Dan is er de teleurstelling. Die heb je dan op deze manier zelf gecreeerd.

Zo heb je het geleerd, jij en alle mensen. Is het een onprettig gevoel, dan kan het, als het zo ver is, meevallen. Er in ieder geval heel anders uitzien als je al die tijd hebt bedacht. Ook dat is een verwachting en al is er dan geen teleurstelling, je hebt je al die tijd niet goed gevoed en ook dat heb je zelf, met gedachten, gecreerd.

Leer jezelf om je in het nu goed te voelen. Leg daar je focus op. Dan sluit het gevoel wat je dan hebt aan op de werkelijkheid.

 

Tijd om met je gedachten aan de gang te gaan?

Het Gedachten Analyse Programma is een hulpmiddel om met je gedachten aan de gang te gaan. Niet alle gedachten, want dat zijn er veel te veel. Wij hebben ontdekt dat drie soorten gedachten, drie kerngedachten, invloed hebben op de gedachtepatronen.

Je kunt het vergelijken met een trein die een wissel tegenkomt

De wissel bepaalt de richting van de trein. Een kerngedachte bepaalt de richting van jouw gedachtepatroon. De herkenning van een kerngedachte onderbreekt dat gedachtepatroon. Daarmee heb je een mogelijkheid om meer grip op je gedachten te krijgen. Wij vinden deze kennis belangrijk genoeg om te delen.

Hier gratis te downloaden.

Als kind heb je geleerd hoe je moet denken

Van jouw ouder(s) en andere mensen uit jouw omgeving. Net zoals wij het onze kinderen weer leren. Met de ontdekking van het speelveld van ons denken, wat aangeeft wat we wel en wat we niet kunnen weten, maakte het voor ons duidelijk dat er een fout zit in hoe wij mensen denken. De fout die wij weer doorgeven aan onze kinderen. Een fout die jou tegenhoudt om verder te groeien, je verder te ontwikkelen.

Je hebt niet geleerd om de grenzen te herkennen die wij als mens met ons denken hebben

Daardoor schieten je gedachten alle kanten op. Wanneer jij denkt ben jij je niet bewust van die grenzen en dat speelt een rol bij piekeren, stress, burn-out, veel angsten, onzekerheid, verlegenheid, identiteit, en is van invloed op stemmingen. Het veroorzaakt onnodig veel denken.

Je denken leidt een eigen leven, zonder dat jij daar grip op hebt

Deze nieuwe manier geeft je de mogelijkheid om hier verandering in te brengen en je manier van denken aanzienlijk te verbeteren. Je maakt kennis met het speelveld van je denken en drie kerngedachten. Met de kennis hiervan kun je jouw denkpatronen doorbreken en je als mens verder ontwikkelen. Dan kun je ervaren dat er meer mogelijk is.

In de gratis zelftraining de Filosofie van het niet weten, wordt het nu, de stem in je hoofd, het speelveld van je denken en drie kerngedachten beschreven

Besluiten en identiteit

De moeder die niet luistert kan het kind doen besluiten om maar niets meer te vertellen. De moeder is de situatie. Het kind reageert. Het reageert op de situatie. Met die reactie bouwt het kind een stukje van de eigen identiteit op. In dit voorbeeld een jongetje wat stil is.

Het besluit kan zo veel opleveren, dat het in een situatie die lijkt op de situatie van de moeder, als vanzelf terugkomt. Het wordt een stille man.

Een onbewust proces dat een leven lang kan doorgaan, met als basis het oude besluit.

Begrippen als identiteit omschrijven een persoon. Wie ben ik? Is de vraag die ons veelvuldig bezig kan houden. Het kind, maar met name de puber die voor de spiegel staat en probeert te wennen aan het gezicht en lichaam dat het zijne of de hare is.

Het is de vraagstelling van ons denken wat vanuit de binnenwereld het antwoord buiten hoopt te vinden. In het spiegelbeeld.

Stel de goede vraag. Onze identiteit is het antwoord op de vraag; hoe ben ik eigenlijk. Gewoon jezelf zijn, het is zo’n makkelijk advies, maar een puzzel voor velen.

Wanneer ik over mijn buurvrouw praat en omschrijf wie zij is, dan kom ik met een naam en omschrijving van het uiterlijk. Omschrijf ik wat zij is, dan kom ik met een beroep, geslacht en nog wat van deze termen.

Wil ik echter een goed beeld schetsen van mijn buurvrouw en neem de invalshoek hoe zij is, dan omschrijf ik haar als kernidentiteit. Aardig, behulpzaam, geduldig, etc.

Ik omschrijf haar in eigenschappen.

In eigenschappen is ook de omschrijving van jou, hoe je bent als je volkomen jezelf bent.

Hoe ben ik eigenlijk? is dan ook de goede vraag wanneer je op zoek gaat naar jouw kernidentiteit.

Dan ben je misschien aardig, geduldig, vriendelijk, open, eerlijk, etc.

Maar in het gewone leven ben je op je hoede, want dat heb je geleerd van jouw omgeving. Je beschermt jezelf en dat doe je met gedachten.

“Ze zullen aan mij niet merken dat ik ermee zit”, is bijvoorbeeld jouw besluit. En zo ben je van binnen iemand anders dan je van buiten laat zien. Dat doe je met een besluit.

Zo heb je dat jouw hele leven gedaan. Van jongs af aan heb jij, net als ieder mens, besluiten genomen.

Net als elk mens reageerde je op leugens, agressie, geen aandacht, negeren, kortom op alles wat je tegenkwam.

Zo heb je in jouw leven vele besluiten genomen. Besluiten als antwoord op een situatie die op jou afkwam.

Het gevolg is dat jouw identiteit, weliswaar door jezelf, maar door de invloed van jouw omgeving is gevormd.

Jouw geheugen zit dus vol oude gedachten en gedachten die je hebt overgenomen, of hebt bedacht als reactie op de situatie van toen. Waarschijnlijk omdat ze zo logisch klonken of ze jou een goed gevoel gaven.

Uit: Verlos je kernidentiteit. Zie winkel.

 

 

Gedachten Analyse Programma

Voor deze benaming is gekozen, omdat het een beschrijving weergeeft die aansluit bij de praktijk. Het gaat over gedachten. Met de herkenning en de eventuele bijstelling (herwaardering) van een kerngedachte, analyseer je de herkende gedachte.

Wat voor kerngedachte is het en hoe ga ik ermee om? Dit zijn de vragen die het analyseproces beschrijven. Het programma beschrijft de stappen die je moet nemen om met je eigen gedachten om te kunnen gaan.

Het doel van het Gedachten Analyse Programma

Leer je brein te stoppen bij een kerngedachte. Leer je brein af en toe even stil te staan. Besef is niet voldoende, want je denken neemt het weer over. Dat is de ervaring. Net als bij het besef wat je hebt als je te veel drinkt, rookt, werkt, tv kijkt, of iets anders doet. Af en toe komt het besef en later merk je dat je weer met hetzelfde bezig bent. Zo word je geleefd door je eigen gedachten.

Doe de oefeningen. Dan heeft jouw brein de mogelijkheid om je te helpen om je goed te voelen en in evenwicht te zijn. Dat is het doel.

Het begint met de basis van het Gedachten Analyse Programma. De basis is het speelveld van je denken, wat de grens aangeeft van wat je kunt weten en wat je niet kunt weten. Het is de context van het denken, wat het nu nog mist. Met de eerste drie kerngedachten ga je onbewust die grens over. Daarmee maak jezelf bang voor toekomstige situaties en je maakt jezelf bang voor wat een ander denkt of hoe deze zal reageren. Je neemt verkeerde besluiten en blijft onnodig lang in je hoofd.

We maken ons zorgen. We zijn bang voor iets in de toekomst. Een baan, een gesprek, gezondheid, bang voor hoe iemand gaat reageren of hoe iets af zal lopen. We zitten veel in ons hoofd om dat allemaal te verwerken en een plaats te geven. Nadenken over, het vormt een groot deel van onze belevingswereld.

Motivatie, er wordt veel over gepraat, maar wat is motivatie?

Bent u geïnteresseerd in deze functie schrijf dan een brief met uw motivatie naar………..

Wie kent ze niet, de lijstjes die regelmatig worden gepubliceerd. De top tien lijstjes die weergeven wat mensen motiveert. Dertig procent vindt de beloning het belangrijkste. Twintig procent de sfeer. Acht procent kiest voor carrièremogelijkheden.

Meestal gaat het dan over duizenden ondervraagden. Een hoog aantal als onderbouwing voor de uitkomsten. Dus, geef mensen meer geld en ze gaan harder voor je werken, is bijvoorbeeld een conclusie. Dat is dus maar ten dele waar. De uitkomsten geven een gemiddelde weer en handelen over DE mens of DE medewerker. Echter, de mens bestaat niet. Net als de man, de vrouw, het kind of de medewerker niet bestaat. Wat zegt zo’n uitslag voor het individu en wat zegt het voor jou?

Het effect van deze uitslagen is dat werkgevers faciliteren om van mensen meer inzet en betrokkenheid te verkrijgen. Over patronen gesproken. Dat werkt dus maar bij een deel van de mensen.

Vanaf 1995 heb ik mij, naast trainen en coachen, bezig gehouden met een onderzoek naar wat iemand motiveert en demotiveert in werksituaties. De achterliggende gedachte was: is het mogelijk om iets te bedenken wat alle mensen in werksituaties stimuleert en motiveert? Kernbehoeften is de term die ik hierbij hanteer.

Het antwoord was snel gevonden. Dat is dus niet mogelijk. De reden hiervan, heeft mijn onderzoek uitgewezen, is dat motivatie individueel wordt bepaald. Ieder mens is ook in dat opzicht uniek. Dit betekende geen einde onderzoek, maar was juist het begin van de zoektocht. Een zoektocht die uiteindelijk leidde tot de volgende conclusie:

Een individu wordt gemotiveerd wanneer deze de eigen behoeften herkent in de werksituatie. Deze persoonlijke behoeften kunnen aansluiten op een functie, collega’s en leidinggevenden, ze kunnen daar ook tegengesteld aan zijn. Dus er haaks op staan. Is dit laatste het geval, dan vraagt het werk op die gebieden een extra inspanning. Op die gebieden gaat het werk immers niet van nature.

Voorbeelden van tegengestelde individuele behoeften zijn:

  1. Contact met mensen willen hebben versus met iets bezig zijn
  2.  Regelmatig alleen willen werken versus samen willen werken
  3. De behoefte aan afwisseling versus de behoefte aan zekerheid
  4. De behoefte om alles te laten kloppen, versus de behoefte aan overzicht
  5. Aandacht krijgen voor prestaties versus persoonlijke aandacht
  6. De behoefte aan duidelijkheid versus de behoefte aan een eigen keuze

Een deel van de mensen heeft behoefte aan het één, een ander deel aan het tegengestelde, en dan is er ook nog een deel van de mensen die beide even belangrijk vinden. Zo kun je dus mensen steeds in drie groepen verdelen.

Niet herkende fantasiegedachten

Niet herkende fantasiegedachten

Je denkt na over iets wat in de (naaste) toekomst gaat plaatsvinden. De aanleiding kan van alles zijn. Een opmerking van iemand, iets wat je zelf spontaan bedenkt, of het is een bepaalde gebeurtenis die je aan het denken zet.

Terwijl je denkt ben je even of langere tijd uit de werkelijkheid. Je‘ zit in je hoofd’ en neemt, op dat moment, zintuiglijk minder waar. Je denkt aan.

Even later, als je bent uitgedacht, is het net of je weer terug komt. Je ziet weer van alles, je hoort weer, je neemt de wereld weer waar.

Maar hoe kom je terug?

Er kan iets veranderd zijn, omdat wat je net hebt bedacht een gevoel heeft opgewekt. Is dat een negatief gevoel, dan heb je dat ook in het nu. In de werkelijkheid. Dat gevoel heb je dus net zelf met gedachten gecreëerd.

Het kan ook een prettige gedachte zijn en dan kan dit een goed gevoel opleveren. Je bent dan weer terug in de werkelijkheid met een goed gevoel. Wat er dan kan ontstaan is een gevoel van gemis. Net als in de schoolbanken toen je naar buiten keek. Dat wat je bedenkt, de fantasiewereld, is een andere dan de werkelijkheid. Was ik maar, en je droomt weg. Had ik maar, en je droomt weg, Als…, en je droomt weg. De werkelijkheid waar je in terug komt is een andere dan jouw denkwereld.

De herkenning van de kerngedachten

Als je de gedachte als een niet herkende fantasiegedachte herkent, een van de zes kerngedachten, dan kan er iets gebeuren. Met de herkenning weet je namelijk dat wat je op dat moment (be)denkt een fantasie is.

Met de herkenning kun je het besef hebben dat die fantasie slechts één mogelijkheid is en dat is de werkelijkheid. Je beseft dat het één mogelijkheid is. Daarmee neutraliseer je het opkomende gevoel.

Verwachtingen

Teleurstellingen kunnen alleen dankzij verwachtingen bestaan. Hoe sterker de verwachting des te groter de teleurstelling kan zijn als de verwachting niet uitkomt.  De mens verwacht iets in de toekomst, terwijl hij niet kan weten wat er in de toekomst gaat gebeuren. Zo bouwt de mens teleurstellingen op. Zo maak hij fouten. Zo sloopt hij jezelf.

Je hoeft alleen maar aan je eigen verleden te denken om daar achter te komen. Want hoe dikwijls heb jij in het verleden gedacht dat je altijd vrienden met iemand zou blijven, of dat iets je nooit zou lukken, dat een baan wel of niet doorging, dat je de ander altijd kon vertrouwen. En hoe dikwijls bent je erachter gekomen dat je ernaast zat? Terwijl je het op dat moment toch zeker wist.

Elke toekomstgerichte gedachte is een fantasie

Daarom de stelling dat elke toekomstgerichte gedachte een fantasie is en daarmee één mogelijkheid; gewoon omdat het nog geen werkelijkheid is.

Leren om terug naar het nu te gaan en daar meer mogelijkheden bedenken zal een nieuwe wereld openen met een ander gevoel. Een gevoel van ruimte, want dan ligt er een spectrum aan mogelijkheden voor je die je zelf hebt bedacht en waar jij je daarvoor niet van bewust was.

Dus wanneer je een bepaalde gedachte als een fantasie gaat herkennen en je zich dan realiseert dat die gedachte slechts één mogelijkheid is, dan leer je gerichter en creatiever te denken.

Het NU is de werkelijkheid

Met de stelling, we leven al in het nu alleen ons denken weet dit niet, opent zich een nieuwe weg. Anders dan de weg van meditatie waarmee we in het nu proberen te komen, is het de weg van die gedachten herkennen die ons uit het nu halen. Een andere invalshoek. Niet beter, misschien het beste te omschrijven als een westerse manier om in het nu te komen.

Ons lichaam en alles om ons heen blijft in het nu

Dat is de werkelijkheid. Het is ons denken dat alle kanten opschiet. Het is dan ook ons denken dat moet leren om zo veel mogelijk in het nu te blijven of daar terug te keren. Dit kan door ons bewust te zijn van de grenzen van het speelveld van ons denken. Dan zijn, wat wij denken over het verleden en de toekomst, gedachten en (nog) niet de werkelijkheid. Gedachten en werkelijkheid lopen nu nog door elkaar.

Situaties komen op ons af en het enige wat wij ermee kunnen doen is er zo goed mogelijk mee omgaan

Daarin zit onze keuze. Dit betekent niet het kiezen voor een leven zonder initiatieven. Integendeel. Het is het kiezen voor denken in mogelijkheden, zonder de uitkomst te weten. Het is het onvoorspelbare van de toekomst en van wat anderen denken, die elke zekerheid weghalen. Dat is de werkelijkheid voor ons. Een werkelijkheid waarmee wij kunnen leren om er zo goed mogelijk mee om te gaan.

We zoeken de veiligheid van de voorspelbaarheid. Iets wat in de werkelijkheid niet te vinden is.

Wij zijn meer dan onze gedachten, maar dat zijn we vergeten door ons denken. We zijn ons denken geworden, terwijl ons denken niets anders is dan de code die we als mens gebruiken. Ooit bedoeld als overlevingsmechanisme is het gereedschap de identiteit geworden.

Het lijkt erop dat we de werkelijkheid niet aankunnen

Het lijkt erop dat vooruit kunnen denken niet alleen bedoeld is om ons verder te ontwikkelen, maar ook om ons te beschermen. We beschermen ons tegen de werkelijkheid.

En dan even de fantasie dat we in de werkelijkheid gaan leven. Dat we beseffen dat het verleden voorbij is en de toekomst nog moet komen. Dan kunnen we gaan we leren van gebeurtenissen uit het verleden. Dat verleden is immers voorbij en dus geen werkelijkheid, maar een herinnering. Herinneringen geven we een plaats. Steeds met het besef dat de gebeurtenis in ons geheugen zit. Daarbuiten bestaat die gebeurtenis niet meer.

We leren dus van de herinneringen die we krijgen of ophalen en geven deze herinneringen een plaats. Zelfs de meest verschrikkelijke herinneringen proberen we een plaats te geven, met daarbij gelijk de kanttekening dat verlies en trauma’s verwerking vragen.

Wat heb ik daarvan geleerd? vraag jij je af bij een herinnering

En je bedenkt iets waar je voor de toekomst wat aan kan hebben. Bijvoorbeeld eerder reageren. Elke keer als je die herinnering weer hebt, zeg je: bedankt, ik heb al geleerd om eerder te reageren. Zo her- programmeer je jouw herinneringen waar je last van hebt. Hetzelfde doe je met mensen. Ik heb al geleerd om niet zo snel ja te zeggen, bedankt. De herinnering gaat weg, de les blijft. Het effect is dat je steeds minder herinneringen hebt die jou beïnvloeden. Je kan ze wel ophalen, maar ze komen minder spontaan op.

Met de herinnering komt meestal ook een gevoel. Het gevoel van toen en niet van nu. Je voelt nu, bij een herinnering, het gevoel van toen. Vreemde gedachte, maar dat is wel wat er gebeurt.

Uit het Gedachten Analyse Programma (GAP).

De zelftraining Coronavirus en gedachtenanalyse in het kort

(Uit de zelftraining Coronavirus en gedachtenanalyse).

Hier vrij te downloaden 39 Pagina’s in PDF.

 

De zelftraining bestaat uit twee delen 

In deel 1 van de zelftraining leer je jouw positie in tijd. Je leert te denken vanuit het moment, vanuit het NU. Je zult ontdekken dat NU zo dichtbij is, dat we er massaal overheen kijken. Het eerste deel is bedoeld om jou zo goed mogelijk uit te leggen en te laten ervaren waarom je de drie kerngedachten moet gaan leren.

In deel 2 leer je bij jezelf de drie kerngedachten herkennen en bij anderen in de uitspraken die je hoort.

Wat je in deze zelftraining leert is het leren herkennen van drie soorten gedachten, daarbij rekening houden met twee natuurwetten die de mogelijkheden en onmogelijkheden van het vermogen van ons denken bepalen. We denken vaak iets te weten wat we in de werkelijkheid niet kunnen weten.

De twee grenzen die het speelveld van je denken aangeven

Er zijn twee grenzen die de mogelijkheden en onmogelijkheden van jouw denken vormen. De grenzen tussen wat je wel en wat je niet kunt weten.

1.      Wat je niet kan weten is wat er in de toekomst gaat gebeuren. Je kunt het alleen inschatten, want dikwijls gebeurt er toch iets anders dan je eerder dacht te weten.

2.      Wat je niet kunt weten is wat een ander denkt en voelt. Al ken je iemand nog zo lang en nog zo goed, je kunt niet echt weten hoe die denkt en daarmee weet je niet hoe die gaat reageren. Ook dat kan je alleen inschatten.

Met dat in je achterhoofd leer je de drie kerngedachten herkennen en te herwaarderen.

Een herkende kerngedachte herwaarderen

Herwaarderen is de herkende kerngedachte even te overdenken, en als jij dat nodig vindt bij te stellen. Dat is de nieuwe keuze die je dan hebt,. Met deze kerngedachten ga je, nu nog onbewust, de grenzen van het kunnen weten over. Daar bouw je piekeren, stress en angsten op, door het gebruik van de drie onderstaande kerngedachten.

1. Niet te beantwoorden vragen

2. Toekomstgerichte overtuigingen

3. Niet herkende fantasiegedachten

De manier van leren

Het leren is vergelijkbaar met het leren herkennen van verkeersborden. Voor de herkenning van een verkeersbord noemde je voor het aanleren eerst de kenmerken, ‘het is een rond bord met rode rand en wit in het midden’.

Vervolgens leer je: Gesloten in beide richtingen voor voertuigen, ruiters en geleiders van rij- of trekdieren of vee. Je mag deze weg met geen enkel voertuig inrijden.

Doordat in je hoofd te herhalen komt het in je geheugen. Hoe meer je het herhaalt hoe sterker het wordt. Later zie je het bord en zonder na te denken weet je in een flits welk verkeersbord dat is, wat het betekent, en hoe je daarop moet reageren. Zo is het ook met de drie kerngedachten. Je zet door de herkenning even je gedachtestroom stil. Als metafoor is het trein die een wissel passeert. Een wissel die de richting van een gedachtestroom bepaalt.

Afhankelijk van welke kerngedachte je herkend, zijn dit de reacties die je leert te geven

‘Hé, dat is een vraag’. ‘Weet ik het antwoord’. ‘Kan ik dit weten?’ (Niet te beantwoorden vragen).

‘Hé, dat is overtuiging’. ‘Weet ik dit?’ ‘Kan ik dit weten?’ (Toekomstgerichte overtuigingen).

‘Hé, dat is een fantasiegedachte’. ‘Dat is één mogelijkheid’. ‘Nu ik dat weet kan ik meer mogelijkheden bedenken. 5+1’. (Niet herkende fantasiegedachten).

Zo leer je jezelf vanuit het nu te denken. Zo herken je de kerngedachten die over de grenzen van het vermogen van je denken gaan. Kerngedachten die kunnen leiden tot piekeren, bepaalde angsten, stress, en andere zaken waar je last van hebt en waar gedachten bij komen. Zo krijg je meer grip op jouw gedachteprocessen en daarmee op jezelf..

Je bouwt je eigen gevangenis en dat doe je met gedachten

We maken ons zorgen. We zijn bang voor iets in de toekomst. Een baan, een gesprek, gezondheid, bang voor hoe iemand gaat reageren of hoe iets af zal lopen. We zitten veel in ons hoofd om dat allemaal te verwerken en een plaats te geven. Nadenken over, het vormt een groot deel van onze belevingswereld.

Aangeboren of aangeleerd

Zorgen maken lijkt aangeboren. Een oud overlevingsmechanisme wat in de mens zit. Iets waar je mee moet leren leven. Het lijkt te horen bij de mens. Want, zou jij geen zorgen maken als ……….. en dan komen al die situaties die een mens tegen kan komen.

Het onderzoek van de School voor praktische menskunde geeft wat anders aan. Namelijk dat het zorgen maken is aangeleerd, met de volgende onderbouwing.

We denken in taal

De taal bestaat uit de codes die door de mens zijn ontwikkeld. Zo loopt een moeder met haar kleine kind door het park. ‘Kijk’ zegt ze ‘dat is gras’. Wanneer ze weer door het park loopt en het kind roept gras, dan is de moeder blij verrast. Ze heeft een code doorgegeven.  Net als haar ouder(s) en voorouders dat deden. Het begin van het benoemen en de codes overbrengen. ‘Huis, boom lucht, enz. Zo leert de mens als kind de codes van de taal en begint het denken.

We leren nog meer

Naast het leren van woordjes en zinnen leert het kind ook de manier van denken van de ouder(s). Het kind ziet en hoort de verwachtingen en leert ook verwachtingen te hebben. Het ziet en hoort de teleurstellingen, de angsten en de zorgen. Het kind leert ook te lijden door het zich zorgen maken.

Denken te weten of inschatten

Het ogenschijnlijk subtiele verschil tussen denken te weten en inschatten vormt een belangrijke oorzaak van zorgen maken. Hierbij wordt ook de rol van het gevoel duidelijk. Een gebeurtenis roept gedachten op. De gedachten die dan opkomen roepen een gevoel op. Wat ook kan is dat iemand zelf iets bedenkt wat een gevoel oproept. Gedachten vormen het zorgen maken. Het gevoel vormt de belevingswereld.

Het verschil tussen denken en weten wordt gevormd door de grens van het kunnen weten. De grens tussen weten en inschatten. De grens tussen weten en geloven. De grens tussen weten en denken te weten. Twee grenzen, die het speelveld van ons denken vormen. De grenzen van kunnen weten.

1.                 Wat we niet kunnen weten is wat er in de toekomst gaat gebeuren. De toekomst bestaat nog niet. De situatie heeft nog niet plaatsgevonden. We kunnen het alleen inschatten, maar veelal gebeurt er toch iets anders dan we eerder dachten te weten.

2.                 Wat we niet kunnen weten is wat een ander denkt en voelt. Al ken je iemand nog zo lang en nog zo goed, je kunt niet echt weten hoe die denkt en hoe die gaat reageren. Ook dat kunnen we alleen inschatten.

De opbouw van zorgen maken

De gedachten waarmee we de grenzen van ons speelveld van het denken overgaan zijn drie kerngedachten. Soorten gedachten, tussen alle gedachten die we hebben. Die kerngedachten hebben een naam hebben gekregen.

1.De niet te beantwoorden vragen

2. De toekomstgerichte overtuigingen

3. De niet herkende fantasiegedachten.

Ze zijn herkenbaar doordat ze een naam hebben gekregen. De herkenning maakt het mogelijk om bij deze kerngedachten stil te staan. Bijvoorbeeld ‘Hé, dat is een vraag’, om vervolgens te overdenken of een antwoord te vinden is binnen de mogelijkheden die je met je denken hebt. ‘Weet ik het antwoord’. ’Kan ik dit weten’. Mogelijk Is dit wel het geval, dan kan het denkproces gewoon doorgaan.

Is dit niet het geval, zoals bij een niet te beantwoorden vraag, dan heeft verder zoeken en denken geen zin. ‘Dat weet ik niet, dat kan ik niet weten’ is de zin die je leert als reactie. Daarmee is een denkproces, wat anders uitmondt in piekeren en zorgen maken, bij de bron gestopt. Zo kun je grip krijgen op je gedachten en daarmee op jezelf.

Zelftraining hier vrij te downloaden. 39 Pagina’s.

Ik zou willen dat ik mijn gedachten af en toe even stil kon zetten

Dat kan nu met de gratis zelftraining: ‘De filosofie van het niet weten’.

Je gedachten stilzetten is mogelijk geworden door de ontdekking van grenzen die de mogelijk- en onmogelijkheden van het kunnen weten bepalen.                                   

Met drie soorten gedachten ga je nu onbewust over die grenzen heen. Dat doe je met drie kerngedachten die een naam hebben gekregen.

1 De niet te beantwoorden vragen

2 De toekomstgerichte overtuigingen

3 De niet herkende fantasiegedachten.

Deze gedachten spelen een cruciale rol bij piekeren, onrust, stress en veel denken.

De herkenning van één van de drie kerngedachten zet de gedachtestroom even stil. ‘Hé, dat is een vraag’. ‘Hé, dat is een overtuiging’. ‘Hé, dat is een fantasiegedachte’. Maar daar stopt het niet mee.

Denken over gedachten

In de zelftraining wordt niet alleen aandacht besteed aan de herkenning. Met de kennis die je opdoet kun je ook de herkende kerngedachte even overdenken. Dit doe je met vragen als: ‘weet ik dit, kan ik dit weten’, bij de kerngedachte niet te beantwoorden vragen en bij een toekomstgerichte overtuiging. Met de herkenning van een niet herkende fantasiegedachte leer je daar een andere reactie op te geven. Je leert jezelf om te denken in mogelijkheden. Daarmee kan je een voor jou ongekende creativiteit ontwikkelen. Een vaardigheid die je altijd en overal kunt gebruiken.

Herwaarderen

Eerst komt de herkenning van een kerngedachte tussen al die gedachten die je op dat moment hebt. Vervolgens denk je er met de kennis die je krijgt even over na. Dat is het herwaarderen. Op dat moment heb je een nieuwe keuze. Ga ik verder met dit denkproces of stop ik met dit denkproces of buig ik het gedachteproces om naar denken in mogelijkheden. De keuze hangst samen met welke kerngedachte je herkent.

Net als bij verkeersborden leer je het herkennen eerst bewust. Later weet je in een flits wat een verkeersbord betekent en hoe je hierop moet reageren. Zo is het ook met de kengedachten.

Zo krijg je meer grip op je denken en daarmee op jezelf.

Vragen?

Gratis zelftraining hier te downloaden