De (r)evolutie van het denken

Naast piekeren, stress, burn-out, zorgen maken, wat met deze invalshoek werd benaderd als ontwikkelingsvraagstukken, werd steeds duidelijker dat in de manier van denken aangeleerde fouten zitten.

De fouten en de effecten hiervan worden met deze kennis duidelijk zichtbaar. Het verklaart waarom iemand zich in evenwicht kan voelen en dan plotseling bij een herinnering in huilen uit kan barsten.

Hetzelfde effect is waarneembaar als het over een toekomstige situatie gaat. Angst voor iets in de toekomst is wat iemand zelf bedenkt. Op dat moment is de situatie nog geen werkelijkheid, maar het wordt wel zo ervaren en gevoeld. Angst voor hoe een ander zou kunnen reageren, angst voor wat er zou kunnen gebeuren. Het bleek voor veel mensen een groot deel van hun leven te beheersen. Zonder dat zij daar iets aan konden doen.

We denken vooruit en worden bang

Bang voor ziekte, ontslag, eenzaamheid, afwijzing, verlaten worden, niet geaccepteerd worden, tegenslagen krijgen, mislukkingen, ongelukken, gebreken. We maken onszelf bang met wat er in de toekomst zou kunnen gebeuren.

We denken vooruit en worden blij

Blij om de vakantie die er aan komt, het feest wat zo gezellig wordt, het weekend wat eraan komt, die baan waarop we gesolliciteerd hebben, die order die wel door zal gaan. We maken onszelf blij met wat er in de toekomst zou kunnen gebeuren.

We zijn opgelucht wanneer, dat waar we bang voor waren, ons niet overkomt.

We zijn teleurgesteld, als dat waar we blij om waren, toch anders uitpakt.

Wanneer het zo op schrift staat, met het besef dat we niet kunnen weten wat er in de toekomst zal gebeuren, wordt duidelijk dat mensen vreemd denken. Dan wordt duidelijk wat de verwoestende werking is van deze manier van denken, want daar zorgt het gevoel wel voor. Het gevoel dat wordt opgeroepen door onze eigen gedachten.

De angsten die wij zelf creëren, door onze manier van denken

Waar we bewust of onbewust naar zoeken is rust, evenwicht of harmonie maar dat wordt tegengehouden door onze eigen manier van denken. Met mediteren zoeken sommigen naar die rust, die harmonie. Dat doen we op vele manieren. Maar mensen die het moment van rust kennen, weten dat het dan ook echt rustig en zelfs stil wordt in je hoofd. Dat is het moment van doorstroming. Dat is het moment van geluk. Dikwijls zijn het momenten. Bij verliefdheid is zo’n moment. Kunst en ook muziek kunnen dit ook oproepen.

Maar dan neemt het denken het meestal snel weer over

Het is onze manier van denken die zo ingeslepen is dat je bepaalde soorten gedachten in elke situatie moet leren herkennen voor de volgende situatie. Net zo lang totdat je de natuurwetten herkent, zoals de natuurwet: we kunnen niet weten wat er in de toekomst gaat gebeuren. In de werkelijkheid bestaat de toekomst niet. De toekomst bestaat alleen maar in ons denken.

Herken de toekomstgerichte gedachten die aangeven dat je je niet bewust bent van die natuurwet

Met deze methodiek krijg je de gelegenheid de kerngedachten in die denkprocessen te gaan herkennen die jou naar een denkbeeldige toekomst trekken. Met de boodschap dat wat je aangeleerd hebt kan je ook afleren. Het zijn nog maar gedachten en niet de werkelijkheid van dat moment Je kan door de herkenning van een kerngedachte terugkeren naar de werkelijkheid van dat moment en gaan denken vanuit de werkelijkheid van het moment. Gewoon door tegen jezelf te zeggen: ‘weet ik dit? Kan ik dit weten? Inslijpen van een nieuw patroon die jou steeds weer terugbrengt naar het nu. Terug naar de werkelijkheid.

Zie ook: Kerngedachten 

Het speelveld van je denken

Kerngedachten

De eerste drie halen je uit de werkelijkheid

1) niet te beantwoorden vragen

2) toekomstgerichte overtuigingen

3) niet herkende fantasiegedachten.

De tweede drie kunnen een verdere ontwikkeling tegenhouden

4) de mensen in je denken

5) opdrachten

6) besluiten

De eerste drie kerngedachten

We gaan met ons denken over de grenzen van de mogelijkheden die ons brein heeft. Dat doen we met drie soorten gedachten. Het zijn drie kerngedachten. Deze drie kerngedachten zijn herkenbaar doordat ze een naam hebben gekregen. Met de herkenning van een vraag, overtuiging of fantasiegedachte zet je een gedachteproces even stil en is er de mogelijkheid om over die gedachte na te denken.

Daarmee zien die alledaagse gedachten er heel anders uit en worden de effecten zichtbaar.

Ad 1. Te beantwoorden vragen en niet te beantwoorden vragen

We stellen onszelf en anderen veel vragen. Een kwaliteit die ons veel oplevert. Echter. Door vragen onder te verdelen in twee soorten, wordt de eerste fout in onze manier van denken zichtbaar. Er zijn namelijk te beantwoorden vragen en niet te beantwoorden vragen.

‘Waar heb ik mijn sleutels gelaten?’  is een voorbeeld van een te beantwoorden vraag. Toets je deze vraag aan de twee begrenzingen van de mogelijkheden van je denken met de vragen: ‘weet ik dit’, ‘kan ik dit weten’, dan is het antwoord ja. Daarmee is het een te beantwoorden vraag. Je denkt na en uit je geheugen kan een antwoord komen. Je weet het weer.

Anders is het met vragen als: ‘Wanneer wordt het weer normaal?’. ‘Wat zouden ze van mij denken?’  ‘Hoe zal zij zich voelen?’ Toets je deze vragen aan de twee begrenzingen met de vragen: ‘weet ik dit, kan ik dit weten’, dan is de conclusie dat je de antwoorden nooit kunt vinden omdat het over de toekomst gaat of over wat een ander denkt of voelt. Dan gebeurt er iets in ons brein. Bij gebrek aan een antwoord komen er fantasiegedachten. Het brein vult de leegte in.

Ad 2. Overtuigingen die je kunt weten en toekomstgerichte overtuigingen

Door overtuigingen onder te verdelen in overtuigingen die je kunt weten en toekomstgerichte overtuigingen wordt een tweede fout in onze manier van denken zichtbaar.

Er zijn twee groepen overtuigingen. De overtuigingen die iemand op zichzelf of op zijn vroegere en huidige situatie kan plakken en je hebt de overtuigingen die op een toekomstige situatie slaan.

De eerste groep is terug te vinden in uitspraken als ‘ik ben ervan overtuigd dat ik van mijn partner houd’ of ‘ik ben ervan overtuigd dat ik mezelf was’ enz. Het is de vraag of je deze overtuigingen moet gebruiken, ze halen immers je alertheid weg. Als je ergens van overtuigd bent dan denk je er niet meer over na. Want waarom zou je? Je weet het immers al.

Toch zijn het niet die overtuigingen die jou uit evenwicht brengen. Dat is de tweede groep. De toekomstgerichte overtuigingen. Dan klinkt het als ‘ik ben ervan overtuigd dat we altijd bij elkaar blijven’ ‘Ik blijf altijd mezelf’. ‘Die komt wel terug’. ‘Daar kunt u nog jaren in rijden’. ‘Zij kan niet buiten mij’. ‘Mij kan niets meer gebeuren’.

De stelligheid waar het mee uitgesproken wordt en het feit dat het over iets in de toekomst gaat, is de beste aanwijzing.

Ad 3. Fantasieën en niet herkende fantasiegedachten

Fantasieën zijn geweldig, als we maar weten dat het een fantasie is. Alles wat we bedenken begint met een fantasie. Je bedenkt een huis, maakt een tekening en later staat het huis daar. De fantasie is uitgekomen.

Anders zijn de fantasieën die zich in ons hoofd afspelen en ons in de wereld trekken van hoe het zou kunnen zijn. Bijvoorbeeld de woorden ‘stel dat’ of het woord ‘als’ zijn al genoeg om uren met het denken bezig te zijn. Zo zijn er nog een aantal. Misschien, zou, wou, ik denk, zij denken, enz. Met ‘dit soort woorden wordt een fantasiewereld gecreëerd. Een wereld die anders is dan de werkelijkheid. ‘Stel dat ik mijn baan kwijtraak’, is daar een voorbeeld van. Die gedachte kan een schok geven en een gevoel komt op. De belevingswereld sluit dan niet aan op de werkelijkheid. Dat is de derde fout in onze manier van denken.

Met de ‘oude’ manier van denken bedenk je een oplossing voor een probleem, of hoe iets verder zal gaan verlopen. Bij de bedachte oplossing of mogelijkheid kan je een gevoel krijgen en dat gevoel is medebepalend voor de richting die je opgaat met je denken.

Met de ‘nieuwe’ manier van denken heb je hetzelfde probleem, maar bedenk je naast de gedachte die je herkende als een fantasiegedachte, nog 4+1 oplossingen.

Waarom +1?

Met name de +1 is belangrijk omdat er altijd iets kan gebeuren wat je nu nog niet kunt bedenken. Door rekening te houden met +1 word je minder verrast.

Over elke zelfbedachte mogelijkheid kun je nadenken. Zo leer je jezelf aan om meer creatief te denken. Leer je jezelf te denken in mogelijkheden.

Op deze manier leer je te leven met het gegeven dat je niet kunt weten wat er in de toekomst gaat gebeuren, dus wat er op je afkomt, maar dat er wel een aantal mogelijkheden zijn die je zelf hebt bedacht. En misschien ben je wel blij met het feit dat je mogelijkheden hebt.

Dat is dan het gevoel dat je vooraf hebt bij de gedachte aan bijvoorbeeld een sollicitatie- of ander gesprek. Blij zijn met de mogelijkheid.

Zie ook Het speelveld van je denken

Het speelveld van je denken

Jouw belevingswereld

Het zijn niet alleen de omstandigheden die je gevoel bepalen en waar je dus niets aan kunt veranderen.

Het gevoel wordt voor een groot deel bepaald door de manier waarop het brein op die situaties reageert en daarmee de manier waarop je erover denkt.

In het dagelijks leven overtuigen we onszelf met allerlei uitspraken zoals ‘het wordt niets’ of ‘ik weet precies hoe hij gaat reageren’ of ‘het komt wel goed.’ Daarmee zoeken we zekerheid en houvast, maar in feite komen we in een schijnwereld terecht. Want we denken te kunnen weten hoe iets in de toekomst zal verlopen maar dat is niet de werkelijkheid. En we denken te kunnen weten wat een ander denkt of voelt maar ook dat is niet de werkelijkheid.

Onze manier van denken is aangeleerd

We denken in taal, die is opgebouwd door codes die door de mens zijn ontwikkeld. Deze codes worden verder ontwikkeld en doorgegeven van generatie op generatie.

Denken doen we zoals we het geleerd hebben van onze ouders en andere mensen uit onze jeugd. Dit geldt voor het aanleren van de codes en voor de manier van denken. Het gebruik van de codes. Onbewust gaven ouders of opvoeders de fouten in hun manier van denken door en zo gaat het terug via de voorouders. Daarbij was en is de mens zich niet bewust van de beperkingen van ons denken waardoor de mogelijkheden begrensd zijn.

De ontdekking

Twee begrenzingen van het denken vormen de context voor onze gedachten. Het speelveld van ons denken. Alleen binnen die grenzen kunnen we weten. De grenzen zijn zichtbaar gemaakt door wat wij mensen niet kunnen met ons denken.

  1. Je kunt niet weten wat er in de toekomst zal gaan gebeuren. De situatie heeft nog niet plaatsgevonden

Elke toekomstgerichte gedachte is een fantasiegedachte die enkel één mogelijkheid aangeeft van een toekomstige situatie. Die gedachte roept een gevoel op. Dan voelt de mens het effect van zijn eigen fantasiegedachte. Waneer het een beangstigende fantasiegedachte is, is dat een deel van het leed.

Het verleden bestaat uit herinneringen. Gedachten aan het verleden roepen een gevoel op. Dan voelt de mens de effecten van gedachten die herinneringen aangeven. Ook nu geldt wanneer het geen prettige ervaring was, is dat een ander deel van het leed.

  1. Je kunt niet weten wat een ander denkt en voelt

Een gedachte die aangeeft dat je wel kunt weten wat een ander denkt en voelt is ook een fantasiegedachte. Daarmee is het ook niet mogelijk om te weten hoe een ander zal gaan reageren. Ook deze begrenzing brengt de mens uit evenwicht. Angsten en onzekerheid zijn hier voorbeelden van.

Met de twee omschreven begrenzingen is een absolute grens duidelijk tussen kunnen weten en niet kunnen weten. Tussen kunnen ‘weten en geloven’. Tussen ‘kunnen weten en inschatten’. Tussen ‘weten en denken te weten’.

Drie soorten gedachten die de denkrichting bepalen en de mens uit evenwicht brengen

Het zijn gewone alledaagse gedachten:

  1. Vragen
  2. Overtuigingen
  3. Fantasiegedachten

Drie soorten gedachten, drie kerngedachten

 Wat kan je met dit verhaal?

 Soms kun je een situatie niet veranderen, wel hoe je erover nadenkt

  • Je kan je manier van denken sterk verbeteren, door je bewust te worden van je gedachten
  • Je verleden een plaats geven en ervan leren voor de toekomst
  • Je gedachten checken met de drie kerngedachten. Op deze manier coach je jezelf. Waar en wanneer je dat wilt.
  • Stress bouw je op met gedachten. Door de herkenning van één van de kerngedachten in het denkproces kun je het stoppen
  • Piekeren bouw je op met gedachten. Door de herkenning van één van de kerngedachten in het denkproces kun je het stoppen
  • Je wordt met deze kennis niet meer zomaar overheerst door je eigen gedachten. Je krijgt er meer invloed op.
  • Er is meer mogelijk dan je nu denkt. Leren denken in mogelijkheden 5+1. Leren creatiever te denken.

 

Onderzoek kerngedachten

1 – Het onderzoek

In januari 1997 is met het onderzoek begonnen. Bij mensen die gecoacht werden en bij mensen die een training volgden en vele vrijwilligers.
Bij hen werd, bij het naar voren brengen van een probleem cq. vraagstuk, gevraagd naar de gedachten die daar een rol bij speelden.

Doel van het onderzoek

Het doel van het onderzoek was om zicht te krijgen welke gedachten een rol speelde bij een bepaalde problematiek.
Omdat al vrij snel duidelijk werd dat bepaalde gedachten een steeds terugkerende rol hadden, verlegde het onderzoek zich naar de vraag welk soort gedachten dit waren en of het mogelijk was voor de deelnemers om door herkenning van deze gedachten hier invloed op uit te oefenen, ofwel op een andere manier omgaan met problemen die men tegenkomt in werk- en privé-situaties.

De werkwijze bij het onderzoek

De opzet van het onderzoek was om twee metingen te verrichten.

1. welke gedachten speelden een rol bij hun huidige situatie en beleving?
2. Welke gedachten gingen voorafgaand aan het probleem cq. vraagstelling?
(De bron. Daar waar het fout ging)

De invalshoek hierbij was dat de deelnemers een extra middel kregen om te leren omgaan met hun huidige situatie (probleem) en zich verder te ontwikkelen voor toekomstige situaties.
Dit laatste om te voorkomen dat zij in de toekomst door hun manier van denken dezelfde fouten zouden maken en daardoor in dezelfde positie zouden komen.
Om hun dit extra middel te geven, werden de gedachten zichtbaar gemaakt die hierbij een rol speelden.
Vervolgens werd ingegaan op de situatie die aan het probleem was voorafgegaan. Hierbij werd gezocht naar het moment dat de deelnemer er nog van uitging dat: iets wel door zou gaan, wel zou lukken, steun zou krijgen, etc.

Welke gedachten gaven hem of haar die zekerheid in het verleden (de bron) en hoe reëel en effectief waren die gedachten?

Terugkijken en leren, was de manier voor het beter kunnen omgaan met toekomstige situaties.

Aard problematiek c.q. vraagstelling

Niet uitgekomen verwachtingen
Gevoel te worden ondergewaardeerd
Stress
Er zit meer in, maar het komt er niet uit
Teleurstelling door afspraken die niet werden nagekomen
Het gevoel van constant brandjes moeten blussen
Conflicten
Burnout
Geen zin meer om te werken
Verlegenheid
Faalangst
Doelloos
Het gevoel geen mogelijkheden te hebben
Machteloos voelen
Last van sfeer op werk of thuis
Moeizame samenwerking
Geen keuze kunnen maken
Piekeren/malen
Identiteit zoeken
Tijdsdruk/werkdruk
Het gevoel klem te zitten tussen …..
Belemmerende regels, structuur, omgeving
Gespannen
Het gevoel hebben er alleen voor te staan
Het idee geen keuzes te hebben
Geen rust kunnen vinden

De resultaten

Hoewel de problematiek c.q vraagstelling individueel werd bepaald en geuit, bleek dat een zestal soorten gedachten, bij elk probleem c.q vraagstuk steeds een terugkerende rol speelden. Deze soorten gedachten werden benoemd en werden daarmee voor een ieder herkenbaar. Dit was de doorbraak.

Conclusie

Niet te beantwoorden vragen, toekomstgerichte overtuigingen en niet herkende fantasiegedachten spelen de grootste rol bij het ‘niet goed’ voelen. Zowel bij de bron, als ook bij de latere reactie op problemen.
Mensen met veel overtuigingen en niet herkende fantasiegedachten bleken de sterkste stemmingswisselingen te hebben.
Een deel van de problematiek was te herleiden tot oorzaken van buitenaf en werd door de deelnemer gezien als onoplosbaar. Bij hen was merkbaar dat het creatieve denken geremd werd door hun huidige manier van denken.
Het niet kunnen maken van een keuze had een sterke samenhang met niet te beantwoorden vragen, niet herkende fantasiegedachten, overtuigingen, en opdrachten.
Deze gedachten zorgden voor een constant, niet te stoppen denkproces. (Piekeren).

Een groot deel van de problematiek werd veroorzaakt door verkeerde inschattingen, waarbij
bovenstaande soorten gedachten een rol speelden. Het probleem was in veel gevallen te herleiden tot een teleurstelling van een niet uitgekomen verwachting.
Onzekerheid, teleurstellingen en demotivatie in werksituaties, werden in het algemeen
voorafgegaan door een toekomstgerichte overtuiging. De oude toekomstgerichte overtuiging, werd, wanneer deze niet uitkwam, vervangen door een nieuwe. De manier van denken bleef hiermee onveranderd.

De oorzaak van de problemen werd in bijna alle gevallen gezocht in situaties van buitenaf, mensen, structuren, afspraken, etc. Daar werd ook de oplossing in gezocht, verwacht of op gehoopt.
De deelnemers die het besef kregen van het effect van hun manier van denken, doorbraken dit patroon. Ze leerden zichzelf anders met de situatie om te gaan. Dit deden zij door de kerngedachten te herkennen die het patroon in stand hield. Bij de opbouw van stress bleek bij alle ondervraagden het stellen van niet te beantwoorden vragen, gevolgd door niet herkende fantasiegedachten en voor een deel van de mensen ook de opdrachten, een rol te spelen. Hetzelfde gold voor piekeren en malen. Dit soort gedachten zorgden voor het cirkeldenken, ofwel niet meer kunnen stoppen met denken.

Een kwart van de ondervraagden gaf zichzelf voortdurend opdrachten en had daar last van.
Conflicten in werksituaties spitsten zich in het algemeen toe tot het veelvuldig denken aan, en een innerlijke dialoog aan te gaan met de desbetreffende collega of leidinggevende. De mensen in het denken. De aangereikte methodiek zorgde voor de doorbreking van dit denkproces.

Het gebruik van de zes soorten gedachten nam progressief toe als de deelnemer zijn of haar huidige situatie als onveilig beleefde. De reacties bij veranderingsprocessen waren hier een voorbeeld van. De toename werd met name duidelijk bij gebrek aan informatie, onvolledige en tegenstrijdige informatie. Dat riep niet te beantwoorden vragen op, gevolgd door niet herkende fantasiegedachten en toekomstgerichte overtuigingen. Daarin zat het leed van veel mensen.

Het doel van het onderzoek, het in kaart brengen van de gedachtegroepen die een rol spelen
bij de problematiek c.q vraagstelling, was hiermee beantwoord.
Hoe daar mee om te gaan is terug te vinden in de methodieken. Hiervoor werd voor elk van de zes soorten gedachten een methodiek ontwikkeld.

Onderzoek kernbehoeften

De Zwitserse psychiater Carl Jung 1875 – 1961 ontwikkelde een persoonlijkheidstest, de typologie van personen. Een test die nog steeds wordt gebruikt. Het geeft typologieën weer en daarmee ook een aantal overeenkomsten en verschillen tussen mensen.

Zijn invalshoeken zijn terug te vinden in vele persoonlijkheidstesten, zoals MBTI van Briggs en Myers en bij de meta-programma’s van Noam Chromsky, verder uitgewerkt door Rodger Bailey en Leslie Cameron.

Typologie van personen is ook terug te vinden in verschillende testen waarvan een kleur een uitslag weergeeft. Een kleur staat dan voor een typologie. Bij de Belbintest wordt gebruik gemaakt van typologieën als zaaier en planter.

De invalshoek van de kernbehoeften heeft ook de invalshoek van overzicht en verschillen tussen mensen en hun omgeving. Deze invalshoek onderscheidt zich door de invalshoek van persoonlijke behoeften, het gedrag wat hieruit voortkomt, de manier van reageren en de wijze van communiceren. Het onderzoek wat hiervoor is gehouden begon in 1994 en werd gecombineerd met coachingen en trainingen waarin de onderzoeksresultaten uitgebreid in de praktijk werden getest.

De wijze van onderzoeken

In eerste instantie in coaching gesprekken, later in trainingen. De trainingen waren met name op de communicatie gericht. Leren afstemmen met de kennis van de behoeften, op de manier van communiceren van de ander.

Daarnaast werden er gedurende een jaar persoonlijkheidsprofielen van de kandidaten van een werving- en selectiebureau gemaakt. Deze profielen werden gemaakt aan de hand van een interview, waarna de vragenlijst werd ingevuld om te zien of deze uitslag overeenkwam met het profiel en zo nodig werd de vragenlijst bijgesteld.

Enkele resultaten uit het onderzoek

De kernbehoeften geven een beeld van de behoeften van de mens achter de functie. Per kenmerk zijn mensen in drie categorieën te delen, het één, het ander, of beide.

Er is geen beoordeling. Er is geen goed of fout in de behoeften. Het is de (werk)omgeving die bepaalt of een kenmerk tot z’n recht kan komen. Sluiten de kernbehoeften van de (werk)omgeving aan of staan deze juist haaks op die van de persoon.

Zes paar tegengestelde behoeften

  1. Behoefte aan contact (mensgericht) versus behoefte aan bezig zijn met iets (productgericht)
  2. Behoefte aan afwisseling (risiconemend) versus behoefte aan veiligheid (risicomijdend)
  3. Behoefte aan samen (teamspeler) versus behoefte aan alleen (solist)
  4. Behoefte aan overzicht (overzichtzoeker) versus alles te laten kloppen (verschilzoeker)·
  5. Behoefte aan resultaat (resultaatgericht) versus sfeergevoelig (sfeergericht)
  6. Behoefte aan duidelijkheid (moeter) versus behoefte aan een eigen keuze (willer)

De tegenstelling in kernbehoeften tussen mensen zijn de aandachtsgebieden. Het is de tegenstelling die bij een groot aantal van de testpersonen voor miscommunicatie en demotivatie zorgden.

Een persoon biedt bepaalde kernbehoeften, een functie en de werkomgeving vragen bepaalde kernbehoeften. Bijvoorbeeld de hele dag geconcentreerd bezig kunnen zijn met een product. Waar de behoeften van een persoon en de behoeften van een werksituatie niet aansluiten wordt een extra inspanning gevraagd. Dat deel gaat dan niet van nature en daarmee is dat het aandachtsgebied.

Tot slot

Een doel is de samenwerking binnen organisaties, maar ook in het privéleven, te verbeteren. Dit gebeurt door de verschillen in kernbehoeften tussen personen en de verschillen tussen personen en een functie zichtbaar te maken en handvatten te geven om hier gericht mee om te gaan.

© School voor praktische menskunde

Communicatie en de verborgen behoeften

Vanuit jouw eigen kernbehoeften leer je de invalshoeken van de kernbehoeften herkennen die haaks staan op die van jou. Daarnaast leer je hoe je op die andere invalshoek af kunt stemmen.
Dat kan een andere invalshoek van een collega zijn, iemand van het werk, maar daar stopt het niet bij. Ook in je privéleven, zal je merken, kom je dezelfde tegengestelde behoeften tegen. Ook bij mensen die het dichtst bij je staan.
Dat geeft niet alleen meer mogelijkheden, maar het versnelt ook de herkenning. De herkenning is belangrijk is, omdat je met de herkenning begrijpt waarom iemand zo anders reageert.

Dan heb je een keuze die je eerder niet had. De keuze om jouw manier van praten enigszins aan te passen en even de ‘taal’ van de ander te spreken.

De kernbehoeften die aan de basis staan worden het verborgen deel genoemd.  Je kunt ze ontdekken door naar gedrag te kijken, te kijken en te luisteren naar de manier van reageren en naar de wijze van communiceren te luisteren.

1.    De verborgen behoeften

Het verborgen deel zijn de individuele behoeften die ieder mens heeft. De behoeften zijn niet zichtbaar.

2.    Het gedrag

Met de kennis die je in de zelftraining opdoet, wordt het gedrag wat uit de behoefte voortkomt herkenbaar.

3.    De reacties

Ook de reacties die uit de behoefte voortkomen worden herkenbaar.

4.    Communicatie

Hoorbaar is de behoefte in de communicatie. Dat is de sleutel om de ander te bereiken.

Een extra vaardigheid

Wanneer je een ander wilt bereiken, contact wilt leggen, kijk en luister dan met nieuwe kennis naar de ander en ontdek waar hij of zij behoefte aan heeft. Die vaardigheid geeft je net dat beetje meer. Een nieuwe vaardigheid om de ander te bereiken door jouw communicatie enigszins aan te passen. Even de ‘taal’ van de ander spreken. Het maakt het niet uit of het een partner is, een kind, familie, vrienden, collega’s klanten. Het zijn allemaal mensen met  behoeften.

 

Het Gedachten Analyse Programma

Het doel van het Gedachten Analyse Programma is om in evenwicht te komen met jouw brein. Dit doe je door al die gedachten op te sporen waarvan je straks weet dat die buiten het speelveld van je denken liggen. Gedachten die je denkt te weten, maar die je in de wereklijkheid niet kunt weten.

Gedachten die je leert herkennen door de groepen kerngedachten te leren en door er bij de herkenning bij stil te staan en de herkende gedachte, een kerngedachte, nog een keer tegen het licht te houden.

Om dat doel te bereiken, moet je de drie groepen kerngedachten leren.  Je kunt beginnen door naar anderen te luisteren, om in de communicatie de kerngedachten te ontdekken, of je begint bij jezelf, met de stem in je hoofd. Het maakt niet uit. Uiteindelijk kom je toch bij jezelf uit. Bij de stem in je hoofd.

Om de drie kerngedachten te leren herkennen volg je de volgende weg.

1 –       Je begint met het besef dat nu de werkelijkheid is

Dat is nodig  omdat je gedachten nu nog alle kanten opschieten en dat gebeurt  veelal onbewust. Nu, wordt jouw basis, waar je steeds naar terug   kunt keren. Het nu is de positie van de werkelijkheid. De positie waarin het verleden achter je ligt en de toekomst nog niet bestaat. Die bestaan alleen maar in je denken.

2 –        De begrenzing of beperking van je denken

Dit te weten is cruciaal.  Om tussen al die gedachten die je hebt, vele duizenden per dag, de   drie kerngedachten te kunnen herkennen en te herwaarderen, heb je een filter nodig. Dat filter heet het speelveld van je denken.

Het speelveld van je denken maakt duidelijk welke gedachten je kunt weten en welke niet. Dat geeft je de mogelijkheid om denkprocessen bij te stellen, voordat als deze een (negatief) gevoel oproepen. Stress, piekeren, langdurig twijfelen en al die kwalen van   het denken, kun je hiermee bij de bron te stoppen.

3. Het nu ervaren

Het nu is zo dichtbij dat je er over heen kijkt. Nu is de werkelijkheid Een werkelijkheid waar je dikwijls uitgaat, zonder het te beseffen. Dan zit je ‘in je hoofd’. In die andere wereld dan de werkelijkheid.  Soms of dikwijls zit je dan in je hoofd en kun je er niet meer uitkomen. Dan is het, in een metafoor, een tunnel. Met de kennis van het Gedachten Analyse programma (Deel 1 van 2) heb je vijf herkenningspunten, zoals hier omschreven, om uit die tunnel te komen.

4 –        De drie kerngedachten leren herkennen

Niet te beantwoorden vragen.

Hé, dat is een vraag. Weet ik dit? Kan ik dit weten?

Toekomstgerichte overtuigingen.

Hé, dat is een overtuiging. Weet ik dit? kan ik dit weten?

Niet herkende fantasiegedachten.

Hé, dat is een fantasie. Dat is één mogelijkheid. Nu ik dat weet kan ik er meer bedenken, 5 + 1.

Daarmee heb je de kennis, die je om kunt zetten in een vaardigheid. Je leven lang. Er gebeurt iets en dat roept gedachten op. Net als eerst. Maar er is toch iets veranderd. Je kunt tussen al die gedachten die dan worden opgeroepen de drie kerngedachten herkennen en daarbij stilstaan. Dan heb je meer grip op je eigen gedachten, je gedrag, je reacties.

Als je het eens bent met onderstaande zin, herhaal deze zo vaak mogelijk in gedachten. Dit om het besef mogelijk te maken.

Ik leef in het NU, alleen mijn denken weet dat niet.

Of als dat je meer aanspreekt:

 Nu is de werkelijkheid, maar mijn denken weet dat niet.

Gebeurt er iets en wordt het druk in je hoofd, stop dat dan eerst door aan de zinnen van het nu te denken. Ga desnoods even op de wc zitten. Ben je (even) terug naar het nu luister dan naar je gedachten en stop bij een kerngedachte.

Hoe meer je dit doet, des te sterker benadruk je jouw positie van de werkelijkheid.

Heeft de stem in je hoofd in veel situaties dat besef, dan heeft dat een directe invloed op jouw manier van denken.

Want zelfs al maak jij je even heel druk over iets dat nog kan gaan gebeuren, het besef kan er voor zorgen dat je terug gaat naar het NU, de werkelijkheid.

Dat besef zegt je dat het kan gebeuren, maar dat het nog niet zo ver is en dat er ook iets anders kan gebeuren. Ik weet het niet, is dan steeds jouw conclusie en dat roept geen gevoel op. Geen prettig en geen onprettig gevoel. Want zowel een prettig als een onprettig gevoel over iets in de toekomst haalt jou uit evenwicht.

Is het een prettig gevoel, dan wordt het een verwachting. Soms valt het tegen, gaat het niet door, loopt het toch anders. Dan is er de teleurstelling. Die heb je dan op deze manier zelf gecreëerd.

Zo heb je het geleerd, jij en alle mensen. Is het een onprettig gevoel, dan kan het, als het zo ver is, meevallen. Er in ieder geval heel anders uitzien als je al die tijd hebt bedacht. Ook dat is een verwachting en al is er dan geen teleurstelling, je hebt je al die tijd niet goed gevoed en ook dat heb je zelf, met gedachten, gecreëerd.

Leer jezelf om je in het nu goed te voelen. Leg daar je focus op. Dan sluit het gevoel wat je dan hebt aan op de werkelijkheid.

 

Tijd om met je gedachten aan de gang te gaan?

Het Gedachten Analyse Programma is een hulpmiddel om met je gedachten aan de gang te gaan. Niet alle gedachten, want dat zijn er veel te veel.

Je kunt het vergelijken met een trein die een wissel tegenkomt

De wissel bepaalt de richting van de trein. Een kerngedachte bepaalt de richting van jouw gedachtepatroon. De herkenning van een kerngedachte onderbreekt dat gedachtepatroon. Daarmee heb je een mogelijkheid om meer grip op je gedachten te krijgen. Wij vinden deze kennis belangrijk genoeg om te delen.

Als kind heb je geleerd hoe je moet denken

Van jouw ouder(s) en andere mensen uit jouw omgeving. Net zoals wij het onze kinderen weer leren. Met de ontdekking van het speelveld van ons denken, wat aangeeft wat we wel en wat we niet kunnen weten, maakte het voor ons duidelijk dat er een fout zit in hoe wij mensen denken. De fout die wij weer doorgeven aan onze kinderen. Een fout die jou tegenhoudt om verder te groeien, je verder te ontwikkelen.

Je hebt niet geleerd om de grenzen te herkennen die wij als mens met ons denken hebben

Daardoor schieten je gedachten alle kanten op. Wanneer jij denkt ben jij je niet bewust van die grenzen en dat speelt een rol bij piekeren, stress, burn-out, veel angsten, onzekerheid, verlegenheid, identiteit, en is van invloed op stemmingen. Het veroorzaakt onnodig veel denken.

Je denken leidt een eigen leven, zonder dat jij daar grip op hebt

Deze nieuwe manier geeft je de mogelijkheid om hier verandering in te brengen en je manier van denken aanzienlijk te verbeteren. Je maakt kennis met het speelveld van je denken en drie kerngedachten. Met de kennis hiervan kun je jouw denkpatronen doorbreken en je als mens verder ontwikkelen. Dan kun je ervaren dat er meer mogelijk is.

Besluiten en identiteit

De moeder die niet luistert kan het kind doen besluiten om maar niets meer te vertellen. De moeder is de situatie. Het kind reageert. Het reageert op de situatie. Met die reactie bouwt het kind een stukje van de eigen identiteit op. In dit voorbeeld een jongetje wat stil is.

Het besluit kan zo veel opleveren, dat het in een situatie die lijkt op de situatie van de moeder, als vanzelf terugkomt. Het wordt een stille man.

Een onbewust proces dat een leven lang kan doorgaan, met als basis het oude besluit.

Begrippen als identiteit omschrijven een persoon. Wie ben ik? Is de vraag die ons veelvuldig bezig kan houden. Het kind, maar met name de puber die voor de spiegel staat en probeert te wennen aan het gezicht en lichaam dat het zijne of de hare is.

Het is de vraagstelling van ons denken wat vanuit de binnenwereld het antwoord buiten hoopt te vinden. In het spiegelbeeld.

Stel de goede vraag. Onze identiteit is het antwoord op de vraag; hoe ben ik eigenlijk. Gewoon jezelf zijn, het is zo’n makkelijk advies, maar een puzzel voor velen.

Wanneer ik over mijn buurvrouw praat en omschrijf wie zij is, dan kom ik met een naam en omschrijving van het uiterlijk. Omschrijf ik wat zij is, dan kom ik met een beroep, geslacht en nog wat van deze termen.

Wil ik echter een goed beeld schetsen van mijn buurvrouw en neem de invalshoek hoe zij is, dan omschrijf ik haar als kernidentiteit. Aardig, behulpzaam, geduldig, etc.

Ik omschrijf haar in eigenschappen.

In eigenschappen is ook de omschrijving van jou, hoe je bent als je volkomen jezelf bent.

Hoe ben ik eigenlijk? is dan ook de goede vraag wanneer je op zoek gaat naar jouw kernidentiteit.

Dan ben je misschien aardig, geduldig, vriendelijk, open, eerlijk, etc.

Maar in het gewone leven ben je op je hoede, want dat heb je geleerd van jouw omgeving. Je beschermt jezelf en dat doe je met gedachten.

“Ze zullen aan mij niet merken dat ik ermee zit”, is bijvoorbeeld jouw besluit. En zo ben je van binnen iemand anders dan je van buiten laat zien. Dat doe je met een besluit.

Zo heb je dat jouw hele leven gedaan. Van jongs af aan heb jij, net als ieder mens, besluiten genomen.

Net als elk mens reageerde je op leugens, agressie, geen aandacht, negeren, kortom op alles wat je tegenkwam.

Zo heb je in jouw leven vele besluiten genomen. Besluiten als antwoord op een situatie die op jou afkwam.

Het gevolg is dat jouw identiteit, weliswaar door jezelf, maar door de invloed van jouw omgeving is gevormd.

Jouw geheugen zit dus vol oude gedachten en gedachten die je hebt overgenomen, of hebt bedacht als reactie op de situatie van toen. Waarschijnlijk omdat ze zo logisch klonken of ze jou een goed gevoel gaven.

Uit: Verlos je kernidentiteit. Zie winkel.

 

 

Gedachten Analyse Programma

Voor deze benaming is gekozen, omdat het een beschrijving weergeeft die aansluit bij de praktijk. Het gaat over gedachten. Met de herkenning en de eventuele bijstelling (herwaardering) van een kerngedachte, analyseer je de herkende gedachte.

Wat voor kerngedachte is het en hoe ga ik ermee om? Dit zijn de vragen die het analyseproces beschrijven. Het programma beschrijft de stappen die je moet nemen om met je eigen gedachten om te kunnen gaan.

Het doel van het Gedachten Analyse Programma

Leer je brein te stoppen bij een kerngedachte. Leer je brein af en toe even stil te staan. Besef is niet voldoende, want je denken neemt het weer over. Dat is de ervaring. Net als bij het besef wat je hebt als je te veel drinkt, rookt, werkt, tv kijkt, of iets anders doet. Af en toe komt het besef en later merk je dat je weer met hetzelfde bezig bent. Zo word je geleefd door je eigen gedachten.

Doe de oefeningen. Dan heeft jouw brein de mogelijkheid om je te helpen om je goed te voelen en in evenwicht te zijn. Dat is het doel.

Het begint met de basis van het Gedachten Analyse Programma. De basis is het speelveld van je denken, wat de grens aangeeft van wat je kunt weten en wat je niet kunt weten. Het is de context van het denken, wat het nu nog mist. Met de eerste drie kerngedachten ga je onbewust die grens over. Daarmee maak jezelf bang voor toekomstige situaties en je maakt jezelf bang voor wat een ander denkt of hoe deze zal reageren. Je neemt verkeerde besluiten en blijft onnodig lang in je hoofd.

We maken ons zorgen. We zijn bang voor iets in de toekomst. Een baan, een gesprek, gezondheid, bang voor hoe iemand gaat reageren of hoe iets af zal lopen. We zitten veel in ons hoofd om dat allemaal te verwerken en een plaats te geven. Nadenken over, het vormt een groot deel van onze belevingswereld.