Wat gedachten met je doen

Aannames, is een bekende benaming voor gedachten en uitspraken die uit het denken voortkomen. Dikwijls tot stand gekomen met de gedachte: ‘het kan niet anders dan’.

Tijdens mijn onderzoek, met als context dat je niet kunt weten wat er in de toekomst gaat gebeuren en dat je niet kunt weten wat een ander denkt of voelt, werd duidelijk dat aannames slechts één voorbeeld zijn waarmee de grens van het kunnen weten wordt overschreden. Fantasieën zijn hier een voorbeeld van. Voorspellingen en invullingen een andere. Bij het zeker denken te weten zijn dit de toekomstgerichte overtuigingen, één van de zes kerngedachten van Gedachtenanalyse. Bij het doordenken over een toekomstige situatie zijn het de niet herkende fantasiegedachten, ook één van de zes kerngedachten.

Wat er bij mensen in hun hoofd gebeurt, is volgens de mensen die hierover werden ondervraagd het volgende.

Innovatie: vernieuwende ideeën werden vaak in de kiem gesmoord met toekomstgerichte overtuigingen. ‘Dat werkt niet, want dat hebben we al eerder geprobeerd’. Is hier een voorbeeld van. Daarnaast werd er in het algemeen één idee geopperd waarover dan werd gediscussieerd. De discussie over een idee beperkte zich, ook in het algemeen, tot voor- en tegenstanders, de twee-wegen-gedachten.

Creatief denken: de twee-wegen-gedachten is een omschrijving van wat er gebeurt bij het ontwikkelen van een idee, strategie, etc. Deze twee-wegen-gedachten is de manier van denken die bij alle mensen van het onderzoek waarneembaar was. Het gaat door of het gaat niet door. Deze manier van denken bleek een beperkende invloed op het resultaat te hebben en de alertheid te dempen.

Nadenken over de toekomst: het patroon wat alle mensen deelden was de invulling. Beter een slecht- dan geen scenario was bij een ieder van toepassing. De mate waarin verschilde van persoon tot persoon.

Het verloop van het denkproces. De beschrijvingen van de mensen uit het onderzoek maakte duidelijk gedeelde patronen zichtbaar. Er kwam iets op iemand af, een bericht, een opmerking, een gerucht, of de berokkende ontwikkelde zelf een denkproces. De gedachten riepen vervolgens een gevoel op, die het verdere denkproces sterk beïnvloedde. In beide gevallen ervaarde men het denkproces als iets wat gebeurde en waar geen controle op was.

Afhankelijk van de situatie en de betrokkene was bij een deel van de mensen de impact van deze manier van denken en het opkomende gevoel groot. ‘Ik kan er niet van slapen’, ‘Ik heb last van mijn maag’, ‘ik herken mezelf niet meer’, waren uitspraken die de effecten duidelijk maakten.

Het effect van het doordenken was dat men zich onbewust in een fantasiewereld begaf. Daar ging het denkproces verder. ‘Als ik dat zeg, dan denkt hij natuurlijk….’ Is hier een voorbeeld van. Er wordt in gedachten verder onbewust doorgedacht over één mogelijkheid.

Werksituatie

Je kunt beleid, besluiten, strategie, ideeen toetsen op niet herkende fantasiegedachten. Hoe is het beleid, besluit of de strategie tot stand gekomen? Op grond van welke gedachten? Het geeft de mogelijkheid bij te stellen of je bewust te zijn dat dat wat bedacht is slechts 1 mogelijkheid is.

Het laatste kan uitnodigen om meer strategieën te bedenken. Bijvoorbeeld de strategie die wordt bedacht, met daarnaast een top- en een doemscenario.

 

Share
Scroll Up