De stem waar we mee denken en het speelveld van je denken

Er is een stem in ons hoofd die de hele dag door praat. Wanneer iemand zich daar bewust van is en er van tijd tot tijd bij stilstaat, dan zijn in die stem de verschillende posities die deze inneemt te horen.

Wanneer iemand zich iets wil herinneren, dan wordt een beroep op het geheugen gedaan. De stem in ons hoofd neemt daarbij een bepaalde positie in. Dan denken we dus anders.

Meer lezen

Motivatie is niet alleen de verantwoordelijkheid van de werkgever

Een deel van de motivatie vanuit de werkgever zijn de zaken die naast het loon worden gefaciliteerd. Kinderopvang en scholing zijn hier voorbeelden van.

Wat en hoeveel een werkgever ook faciliteert, toch is er een deel van de mensen die weggaat of weg wil gaan.

Meer lezen

Verschillende kernbehoeften

De leidinggevende stapt erop af, is nieuwsgierig, staat open voor veranderingen, vernieuwing en gaat de discussie niet uit de weg. Allemaal omschrijvingen van iemand die meer risiconemend is.

Tegenover hem zit de medewerkster. Zij heeft een andere invalshoek, risicomijdend. De medewerkster stapte er niet zomaar op af. Die denkt eerst even aan het risico wat ze daarmee loopt. Wat de consequenties kunnen zijn. Zij heeft behoefte aan zekerheid en is gericht op voorkomen. Een vaste baan en voorspelbaarheid van wat er gaat gebeuren.

Daar zitten dan twee mensen tegenover elkaar. Ieder met een eigen behoefte die haaks staat op die van de ander. Een situatie die speelt in elke werksituatie.

Wie heeft er gelijk?

Een deel van de mensen, ook in organisaties, is meer risiconemend, een ander deel is meer vermijdend en nog een deel is beide in gelijke mate. Waar het dikwijls spaak loopt is bij mensen met tegengestelde behoeften. Die begrijpen niet dat een ander zo anders kan reageren.

Vanuit de leidinggevende is het wel dezelfde medewerkster die in vergaderingen terughoudend (risicomijdend) reageert op zijn ideeën en initiatieven. Ja maar, hoort hij.

Een uitspraak die je eerder van meer risicomijdende mensen eerder kunt verwachten, dan van mensen die meer risiconemend zijn.

Vanuit zijn behoefte ziet en hoort hij reacties bij haar, die hij niet heeft en niet van zichzelf kent. Hij zou niet zo snel op die manier reageren. Niet erg proactief van die medewerkster, kan dan al snel de beoordeling zijn.

De vraag: functioneringsgesprekken, hoe objectief zijn ze, krijgt door deze invalshoek een andere lading. Dan gaat het niet over de leidinggevende en de medewerkster als functionarissen, maar dan gaat het over de mensen achter de functie.  Mensen met behoeften die haaks kunnen staan op die van een ander.

Wat kun je hiermee?

De tegengestelde behoeften hebben een functie. Dat is elkaar aan kunnen vullen. Het risicomijdende van de medewerkster en het risiconemende van de leidinggevende kunnen, als zij dit bij zichzelf herkennen, versterkend gaan werken.  Iemand die mee risiconemend is, kan zich afvragen: welke risico’s loop ik met mijn initiatief? Vraag het aan iemand die meer risicomijdend is, of beter nog, luister naar: ‘ja maar’.

Iemand die meer risicomijdend is kan zich afvragen: wat maakt dat initiatief mogelijk. Vraag het aan iemand die meer risiconemend is. Luister naar de mogelijkheden.

Productgericht of mensgericht

Wanneer je de hele dag aan een bureau kan zitten en zo met je werk op kunt gaan, dan is dat productgericht. Hetzelfde geldt voor al die beroepen die langdurige concentratie vragen. Programmeur, telefoniste, alles op het gebied van administratie, productiewerk, zijn hier enkele voorbeelden van. De norm is dat je de hele dag met iets bezig bent.

Telefoniste is zo’n voorbeeld. De hele dag met mensen praten wat mensgericht lijkt, maar productgericht is. De behoefte aan contact van mens tot mens wordt namelijk niet vervuld. Gedrag van mensgericht is het alert zijn op mensen. Ga maar eens een afdeling op waar allemaal mensen aan een bureau zitten. Je komt de afdeling op en je ziet enkele mensen kijken naar wie er aankomt en gelijk kijken ze weer op hun scherm. Productgericht en een deel mensgericht. Er zijn ook mensen die anders reageren. Die kijken helemaal niet. Duidelijk productgericht. Dan zijn er nog die mensen die kijken en blijven kijken, misschien zelfs op je afkomen. Hallo, hoe is het met jou? Mensgericht.

De uitspraak, ik houd werk en privé gescheiden, kan op veel fronten plaatsvinden, maar jouw behoeften neem je mee naar je werk en vind je thuis ook.

De productgerichte vrouw die, zelfs al gaat ze even zitten, na enige tijd toch weer iets wil gaan doen. De productgerichte man die of gaat klussen, achter de computer gaat zitten of op een andere manier bezig is. De hele avond praten schiet ook niet op. Daar kan de meer productgerichte ongedurig van worden. De mensgerichte man of vrouw die meer mensen en relaties centraal stelt in een gesprek. Contact zoekt met anderen.  Weet je het van elkaar, dan kan het allemaal interessanter worden. De een productgericht en de ander mensgericht? Dan heb je twee invalshoeken. Dan kun je elkaar gaan aanvullen.

Reacties

Het is fascinerend om te zien hoe meer productgerichte mensen kunnen reageren op de meer mensgerichte mensen en andersom. Je ziet het al in de politiek, waar de ene politicus zich sterk maakt voor de mens en de ander voor de regels. Want ook regels zijn productgericht.

Dus u laat die mensen zomaar op straat lopen? Mensgericht. We hebben regels afgesproken en daar houd ik mij aan. Ik ga hier niet over individuele incidenten praten. Productgericht.

De verontwaardiging van beide kanten. Hoe kan je zo over mensen praten? Ja maar die regels hebben we juist voor die mensen gemaakt. U was daar toch bij? We zijn hier toch om regels te maken? De logica van de een botst met die van de ander.

Maar ook gewoon thuis. De mensgerichte vrouw, die persoonlijk contact wilt hebben en haar productgerichte partner elke avond ziet verdwijnen naar de schuur of een kamer waar deze bezig is met iets. Kom nou gezellig in de kamer zitten.

De mensgerichte man die met zijn productgerichte partner praat terwijl deze met iets bezig is, of ongedurig zit te wachten tot het gesprek is afgelopen. Onbekendheid met de verschillen in behoeften kunnen voor veel misverstanden zorgen.     

Kernbehoeften en communicatie

 

Er zit ruis in de omgang van mensen. Ruis in de vorm van ergernissen, terughoudendheid, verontwaardiging, irritatie, onbegrip, afstand. Een deel van die ruis wordt veroorzaakt door de verschillende kernbehoeften en daarmee de verschillende invalshoeken die mensen hebben. Dat is de stelling. De herkenning van de ruis is de onderbouwing.

Drie groepen mensen. Iemand is meer het een, het ander, of beide in gelijke mate. Een beeld kan dit meer inzichtelijk maken. Elke persoon staat voor een deel van alle mensen.

Drie groepen. Drie invalshoeken. Dan kun je aan al die discussies uit het verleden denken. Het gelijk wat iemand claimt. ‘Daar gaat het toch om’, is dan dikwijls de onderbouwing.

De vader of moeder met hun kinderen. Ook zij proberen het beste te geven. Vanuit hun eigen kernbehoeften. Bij de een is dat orde en regels. Bij de ander is het de eigen keuze en als je maar gelukkig bent.

Maar ook het kind heeft eigen kernbehoeften. Behoefte aan duidelijkheid of aan die eigen keuze. Wie kijkt er naar het kind?

Ouders die het beste proberen te geven. Maar waar heeft het kind behoefte aan?

Discussies tussen mensen. In relaties en in vriendschappen. Kernbehoeften die botsen. Niet worden begrepen en daarom beoordeeld en veroordeeld. ‘Er is ook altijd wat’, over iemand die de behoefte heeft om alles te laten kloppen. Als reactie daarop de opmerking ‘die is zo gemakkelijk en stapt overal maar overheen’. Het misverstand. Eén van de vele. Terwijl de persoonlijke kernbehoeften kwaliteiten van mensen zijn.

Misschien in de evolutie wel bedoeld om elkaar aan te vullen. Een manier om te overleven. In dit tijdsgewricht lijkt het een utopie. De vraag: ‘waar heb jij behoefte aan’. Ook deze vraag aan kinderen, om te kijken wat bij hen past, zodat zij niet zoals zo velen in een functie belanden die haaks op hun behoeften staat. Om kinderen te stimuleren en te motiveren. Hun de tegenstellingen leren en hoe daarmee om te gaan. Samen leren werken door elkaar aan te vullen. Aan ouders, maar dan als individuen. Het overzicht en de verschillen in de kernbehoeften ontdekken en dan steeds maar tot één conclusie komen. Ik ben ik, omdat de ander anders is.

De herwaardering

Kijk je vanuit ik naar anderen, dus met het besef dat de ander heel andere invalshoeken kan hebben, dan ontstaat een nieuwe mogelijkheid en daarmee een nieuwe keuze. Bijvoorbeeld de keuze om niet enkel uit te gaan van je eigen behoefte, maar ook de behoefte van de ander te ontdekken door met deze kennis te kijken en te luisteren. Een totaal andere kijk op mensen kan het gevolg zijn en dat is goed voor ‘ik’ en goed voor de ander. Je bereikt elkaar via de herkende kernbehoefte.